VN: samen met ontwikkelingslanden vechten voor klimaat

27-08-2007
Door: Wereldomroep
Bron: Wereldomroep

Volgens het VN-klimaatbureau kan op die manier meer dan tweederde van de beperking in de uitstoot van broeikasgassen bereikt worden die tussen nu en 2030 nodig is, voor minder dan de helft van de totale kosten. Zonder ontwikkelingslanden is de afgesproken beperking nauwelijks haalbaar.

Kyoto-verdrag
Ontwikkelingslanden hebben zelf geen bindende klimaatdoelen. Het klimaatverdrag van Kyoto geldt alleen voor een groep rijke, geïndustrialiseerde landen. Voor ontwikkelingslanden is afgesproken dat armoedebestrijding en economische groei prioriteit kriArmoedejgen. Wel biedt het Kyoto-verdrag rijke landen de mogelijkheid om projecten voor schone energie in ontwikkelingslanden te financieren, en zo een deel van hun eigen verantwoordelijkheden af te kopen.

Hoofdschuldigen
Het is niet de bedoeling dat de rijke landen hiervan gebruik maken om hun eigen industriëen ongemoeid te laten. Die behoren immers tot de hoofdschuldigen aan het probleem. Het Kyoto-verdrag stelt daarom dat een 'aanzienlijk' deel van de uitstootbeperking in eigen land moet worden gerealiseerd. De Europese Unie heeft zelfs een vast maximum afgesproken, van vijftig procent.

Emissiehandel
Volgens het hoofd van het klimaatbureau, de Nederlander Yvo de Boer, kun je dat beter vrijlaten. Meer flexibiliteit verleidt landen tot een hogere inzet, denkt hij. "Nederland heeft onder het Kyoto-protocol de verplichting om emissies met zes procent te reduceren. Een behoorlijk aandeel van die doelstelling wordt gerealiseerd door emissiereductieprojecten in ontwikkelingslanden. Als die mogelijkheid er niet was geweest, was Nederland waarschijnlijk ook niet bereid geweest om -6 als doelstelling op zich te nemen."
 
Yvo de Boer denkt dat de rijke landen wel degelijk 'leiderschap' zullen blijven tonen, al was het maar uit lijfsbehoud. Hij herinnert zich een bespreking met de Nederlandse werkgevers toen hij terugkwam na de onderhandelinen in Kyoto. "Die zeiden toen: laten we als Nederland onze doelstelling halen door in het buitenland te investeren. Toen was mijn vraag terug: begrijp ik U goed dat U wilt dat de Nederlandse overheid op jaarbasis vier miljard gulden gaat investeren in Uw concurrenten, in plaats van in Nederlandse bedrijven?"

Milieugroepen hebben verbaasd gereageerd op de uitspraken. Barbara van der Hoek, klimaatdeskundige bij het Wereld Natuur Fonds, pleit voor het vasthouden aan de 50-50 regeling. Ze denkt dat zelfregulering alleen op de lange termijn kan werken. "Als je kijkt naar de korte termijnbelangen van bedrijven", zegt ze, "dan willen ze hun emissiereducties het liefst afkopen op een zo goedkoop mogelijke manier. Het is heel moeilijk om hen ervan te overtuigen dat het in het lange termijnbelang is om die reducties zelf te realiseren."

Onvoldoende resultaat
Uiteindelijk moeten de ontwikkelingslanden er zelf ook aan geloven en reductie-afspraken maken, denkt emissierechtenconsultant Jos Cozijnsen. Met alleen het afkoopmechanisme van Kyoto kan volgens hem hoe dan ook niet genoeg resultaat worden geboekt.

Vooral de uitvoering moet eenvoudiger: de nadruk ligt nu op individueleGrote muur projecten, en dat schiet niet op. "In die zin zou het eigenlijk beter zijn dat China bijvoorbeeld zegt: wij willen wel een verplichting op ons nemen. Dan heb je gewoon te maken met de handel door een land en niet met duizenden projecten. Want we halen al zoveel producten uit China, als we daar iets meer voor willen betalen dan zal China dat heus wel doen."

Toch bindende doelstellingen voor ontwikkelinglanden dus; iets waar ook de Verenigde Staten herhaaldelijk om hebben geroepen als voorwaarde om eindelijk terug te keren naar de klimaatonderhandelingen. Maar dan moet wel eerst worden voorkomen dat de ontwikkelingslanden economisch alsnog de dupe worden.

Volgende week wordt in Wenen verder gepraat over de rol van de ontwikkelingslanden.

Dit artikel is overgenomen met toestemming van de Wereldomroep

Reacties