Vluchtelingen vanuit Kenia naar Nederland

27-01-2006
Door: Paul Hazebroek
Bron: Wereldomroep

Volgens het akkoord met de UNHCR mogen zich in een periode van drie jaar 1500 vluchtelingen in Nederland vestigen. Het betreft mensen die nu in VN-kampen zitten en om verschillende redenen niet naar hun eigen land kunnen terugkeren, ook al is het daar nu soms weer vrede. Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken plaatst vraagtekens bij deze regeling.

Mocht het begin april nog sneeuwen of vriezen, dan zijn de Afrikaanse vluchtelingen daar bij hun aankomst op Schiphol op voorbereid. Want in het VN-vluchtelingenkamp Kakuma in Noord-Kenia heeft een speciaal team van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) de groep uitvoerig bijgepraat over wat hen in hun nieuwe vaderland te wachten staat.
Zo weten de nieuwkomers nu al dat winter in Nederland aanvoelt als plaatsnemen in een ijskast. Alleen kun je je afvragen of al die vluchtelingen wel weten wat een ijskast is. Velen van hen leiden nu een bestaan zonder ook maar een spatje comfort.
De meeste vluchtelingen wonen al jaren in Kakuma. Sommigen vluchtten al meer dan tien jaar geleden het kamp in, omdat in hun eigen land oorlog woedde. Ze komen vooral uit buurlanden zoals Sudan, Somalië en Ethiopië en Uganda.

Het kamp Kakuma vanuit de lucht.
Statenlozen
Echte probleemgevallen zijn de statenlozen, mensen die om de een of andere reden niet de nationaliteit hebben van het land waarin ze woonden. Het is die categorie vluchtelingen die voor hervestiging in Nederland in aanmerking komt. Maar ook alleenstaande vrouwen en echtparen waarvan de partners ieder van een andere etnische komaf zijn, maken een goede kans. En dat geldt ook voor vluchtelingen die een speciale medische behandeling nodig hebben.

Op voordracht van de UNHCR bekijkt de IND nog eens het 'vluchtdossier' van deze kandidaten. Door middel van interviews wordt dan nagegaan of het wel echte vluchtelingen zijn en of ze zich niet schuldig hebben gemaakt aan misdaden of schending van mensenrechten. De selectie is geen sinecure, ook omdat Kakuma dat middenin in een heet en een woestijnachtig gebied ligt, in totaal 90.000 vluchtelingen telt.

Ministers Verdonk en Van Ardenne bezoeken een ziekenhuis in Kakuma.
Voedselschaarste
Minister Verdonk nam deze maand samen met collega Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking poolshoogte in het kamp, dat voor veertig procent door Nederland wordt gefinancierd. Vier uur lang hoorden beide ministers de problemen aan waarmee de bewoners worstelen, zoals schaarste aan voedsel, water en medicijnen. Er is ook een tekort aan onderwijzers en klasruimte voor de vele kinderen in het kamp.

Vorig jaar kwamen er op grond van dezelfde afspraak met de UNHCR al vluchtelingen uit Colombia en Uganda naar Nederland over. Toch liet Verdonk ook na afloop van het bezoek aan Kakuma doorschemeren dat zij hervestiging van vluchtelingen in Nederland eigenlijk geen goed idee vindt. Na aankomst in Nederland doorlopen de nieuwkomers een uitgebreid inburgeringstraject, maar dat garandeert nog lang niet dat ze daarna ook echt aarden in de Nederlandse samenleving.

Met de mededeling de regeling nog te zullen evalueren, houdt de bewindsvrouw in ieder geval duidelijk een slag om de arm. Dat behalve Nederland maar zes andere Europese landen meewerken aan de regeling, laat zien dat veel andere Europese regeringen het helemaal geen goed idee vinden.

Vluchtelingen in Kakuma hebben bossen brandhout verzameld.

"Uw land heeft u nodig."
De voornaamste boodschap die Verdonk en Van Ardenne in Kakuma uitdroegen was dat vluchtelingen er het beste aan doen terug te keren naar hun eigen land zodra de situatie dat toelaat. "Uw land heeft u nodig", verkondigden beide ministers nog net niet in koor. "Home is home", citeerde Verdonk één van de vluchtelingen met wie ze sprak. Maar veel van de bewoners van Kakuma aarzelen nog om terug te keren naar hun land omdat ze de situatie daar nog niet veilig genoeg vinden.

Maar ook Kakuma lijkt het niet echt veilig. Meerdere vluchtelingen vertelden de Nederlandse bezoekers hoe gewapende bendes in de voorbij tijd het kamp binnenvielen en er rovend en schietend doorheen trokken. Dat verklaart misschien ook waarom de Europese Unie binnenkort een proef met de opvang en bescherming van vluchtelingen in Oost-Afrika niet in Kenia houdt, maar in het meer stabiele Tanzania.

Dit artikel is, met toestemming, overgenomen van de Wereldomroep

Wereldomroep

Reacties