Vier dagen in Haïti

01-07-2004
Door: Tekst: Roeland Muskens


Hans Brüning begon langzaam maar zeker te verbranden. Zijn voorhoofd en neus kleurden zachtroze, het zweet droop hem van het gezicht. Goede training voor de avondvierdaagse, dacht Brüning optimistisch toen de weg nog steiler werd. Zijn drukke werk als directeur-projecten van ICCO maakte dat trainingskilometers er soms bij inschoten. De wandeling door Carrefour-Feuilles, een volkswijk gelegen aan de steile helling aan de rand van Port-au-Prince, compenseerde de kilometers die hij anders in Nederland had moeten maken. Maar waarom hadden we in vredesnaam het heetst van de dag uitgekozen voor dit veldbezoek, vroeg hij zich af.

Het was natuurlijk wel een buitenkansje, om gewoon maar rond te lopen in een wijk. Te zien hoe de gewone mensen leefden, de mensen om wie het ging. Zijn bezoek aan Haïti was verder vooral gevuld met gesprekken op de kantoren van de partnerorganisaties. Erg interessant allemaal, maar hoe Haïti werkelijk was, kon je pas zien door er daadwerkelijk rond te lopen. En dan nog: wat kan je werkelijk te weten komen van een land waar je slechts vier dagen bent? Dat zei hij er steeds bij als mensen hem vroegen wat hij vond van Haïti. Brüning was een bescheiden man.

Tien meter voor Brüning uit liep Guerda Alexis, een vlotte meid in zwarte spijkerbroek en mouwloos truitje. Guerda Alexis was verantwoordelijk voor  het Aids-project van de organisatie Aprosifa, een partner van ICCO. De hitte leek haar nauwelijks te deren, op haar bovenlip verscheen slechts een lichte dauw van zweetdruppeltjes. Een brede lacht verdween niet van haar gezicht. Steeds hoger liep Guerda de wijk Carrefour-Feuilles in. De straten werden nauwer, de huizen armoediger. De bewoners zagen met verbazing hoe een grote, roze bezoeker naderde.

"Bonjour", zei Brüning.

"Bonjour", zeiden de mensen.

"Ça va?" vroeg de bezoeker.

"Pa pli mal", zeiden de mensen, gaat wel.

Vriendelijke mensen, dacht Brüning. Iedereen is vrolijk, alleen de honden lachen niet. Die observatie stemde de Nederlander optimistisch: de Haïtianen gaan tenminste niet bij de pakken neerzitten.

Hoge eisen

Zo nu en dan stopte Guerda Alexis bij een huisje om een praatje te maken. "Hier woont een van onze beneficières", zei ze dan tegen Brüning. Alexis bood niet aan dat Brüning met deze klanten zou praten. Aids is een groot taboe in Haïti, wist Brüning. De mensen schaamden zich waarschijnlijk om openlijk met een vreemde over hun ziekte te spreken.

Na twee uur was het rondje door de wijk eindelijk afgelopen. Terug in het kantoortje van Aprosifa zeeg Brüning neer op een bankje. Op een archiefkast achter hem stonden twee houten penissen, bedoeld om het aanbrengen van condooms te demonstreren. Fidel Castro keek vanuit een levensgrote foto aan de muur goedkeurend toe hoe Guerda water en appelsap liet aanrukken voor de verhitte ICCO-directeur.

Aprosifa was een kleine partner van ICCO. Hun kantoortje stond middenin de wijk waar de organisatie werkte. Zoveel andere organisaties kozen ervoor om het kantoor in een van de lommerrijke buitenwijken van Haïti neer te zetten. Ver van de herrie, het vuil, de dagelijkse ellende. Jammer dat juist kleine, sympathieke organisaties als Aprosifa zoveel moeite hadden om te voldoen aan de eisen die wij aan ze stellen, dacht Brüning. Rapportages, evaluaties, monitoring, verantwoording over de ontvangen fondsen: Aprosifa was er niet goed in.

Brüning vroeg zich af of de eisen aan partnerorganisaties de laatste jaren wellicht te ver waren doorgeschoten. Immers, gladde organisaties opgezet door de middenklasse slaagden er wel in om mooie rapporten af te leveren. Juist de kleine volksorganisaties visten soms achter het net. En waren dat nou niet juist de clubs die onze steun nodig hadden, vroeg Brüning zich af.

In de kleine jeep van Aprosifa werd de ICCO-delegatie (naast Brüning waren ook twee landenmedewerkers gekomen)  naar een andere partner gebracht.  Met z'n zessen in de jeep zat Brüning opgepropt. "In de komende subsidieaanvraag van Aprosifa zal wel een verzoek om een grotere auto staan", grapte Brüning.

De aanwezigheid van de ICCO-directeur betekende veel voor de partnerorganisaties. Dat wed duidelijk tijdens de vergadering met alle dertien partners van ICCO in Haïti. "Oh, le directeur. Lui même," zeiden de mensen als Brüning binnenkwam. De organisatie Parole & Action had een vergaderzaaltje beschikbaar gesteld om de ontmoeting tussen Brüning en de Haïtiaanse ICCO-partners mogelijk te maken. Een kale zaal, met een allegaartje van tafeltjes en stoelen, maar gelukkig wel een airco die luid zoemde om de tropische hitte buiten te houden.

Brüning vertelde dat hij blij was om in Haïti te zijn. In Nederland, vertelde hij, kwam Haïti alleen in het nieuw als er een ramp was, of politieke onrust. "Ik ben blij te zien dat de mensen niet bij de pakken neerzitten."

Nieuwe contractvoorwaarden

Maar het bezoek was niet uitsluitend bedoeld om kennis te maken. Er moesten ook nieuwe afspraken gemaakt worden. De Hollandse bezoekers vertelden dat ICCO bezig was de contractvoorwaarden te veranderen. "We willen meer weten over jullie financiële beleid."

Naast de ICCO-delegatie zat Rovielle Elmond, een wat verlegen dertiger in keurig kostuum. Elmond was de financieel directeur van het Saint Croix ziekenhuis in Port-au-Prince. Ook dit ziekenhuis werd gesteund door ICCO. Terwijl de bezoekers de nieuwe plannen ontvouwden, maakte de man aandachtig aantekeningen. Elmond schuifelde wat onrustig op zijn  stoel heen en weer. Nieuwe contractvoorwaarden? Hoeveel extra werk zou dat betekenen?

Het ziekenhuis van Saint Croix had vijf verschillende donoren, legde Elmond - ineens niet meer zo verlegen - uit. Alle vijf stelden verschillende eisen aan de financiële verslaglegging. "Waarom konden de donoren niet samenwerken en de eisen met betrekking tot rapportage op elkaar afstemmen? Dat scheelt veel werk."

Hans Brüning legde uit dat ICCO geprobeerd had de donoren samen te laten werken. Maar vergeefs. De meeste organisaties voelden weinig voor samenwerking en het afstellen van de werkwijze. Brüning: "We gaan door met proberen om de donoren samen te brengen, maar intussen houden we wel onze eigen eisen overeind." En over de nieuwe contractvoorwaarden: "Binnenkort nodigen wij alle partners uit voor een workshop om te leren werken met het nieuwe model."

Ten tijde van het bezoek van de ICCO-directeur was Haïti nog herstellend van de staatsgreep die eerder dat jaar had plaatsgevonden. De 33ste in tweehonderd jaar. De democratisch gekozen president Aristide, die van zijn regeerperiode zo'n wanvertoning had gemaakt, was verwijderd door oprukkenden rebellen en onder zware Amerikaanse druk. Een interim-regring moest Haïti klaarmaken voor algemene verkiezingen in 2005. De positie van lokale, vaak progressieve organisaties in de nieuwe machtsverhoudingen had zich nog niet uitgekristalliseerd. Veel volksorganisaties waren vroeger enthousiast over Aristide geweest. Nu hadden ze nog weinig goede woorden voor de ex-priester over.

Tot overmaat van ramp was het land enkele dagen voor de komst van Brüning getroffen door een natuurramp. Na dagen van zware regenval was de grond op de berghellingen in het oosten van het land gaan schuiven. Steeds snellen stortten de modderlawines zich naar beneden. Boerderijen, velden, oogsten, dieren en mensen werden meegevoerd.  De vruchtbare valleien veranderden in modderige meren.

Hopeloos of niet?

Michael Kuehn was een dynamische veertiger, gekleed in korte kaki broek, sandalen en - helaas - witte sokken. Kuehn zag er vermoeid uit, donkere kringen om de ogen. De Duitser was de vertegenwoordiger van de Lutherse Wereldfederatie in Haïti, een samenwerkingspartner van ICCO. Projecten van de Lutherse Wereldfederatie waren zwaar getroffen door de wateroverlast. Gelukkig waren er geen mensen van de organisaties zelf overleden, maar veel werk was verwoest. Tijdens het bezoek van Brüning ging Kuehn's mobile telefoon voortdurend af: journalisten zochten informatie,  de VN wilden de hulp afstemmen, medewerkers wilden instructies. De Lutherse Wereldfederatie speelde een belangrijke rol in de hulpverlening aan het overstromingsgebied. 

Tussen de telefoontjes door bespraken Kuehn en Brüning de situatie in Haïti. Hopeloos of niet, dat was de vraag. En als Haïti inderdaad niet te redden was, moesten ontwikkelingsorganisaties er dat wel blijven? Konden ze hun geld niet beter elders besteden? Kuehn: "Vroeger ging het anders. Een zwakke staat werd al snel binnengevallen door een buurland. Tegenwoordig grijpen de Verenigde Naties in, die houden een staat overeind. Dat is goed natuurlijk, maar zo wordt de toestand wel op z'n beloop gelaten." Brüning: "Ik vind het moeilijk om de situatie in Haïti echt te beoordelen. Tijdens een kort bezoek kan ik alleen kijken wat het land beweegt, welke dynamieken er spelen, en hoe hulporganisaties daarop inspelen."

Kuehn: "Wat wij proberen is de kloof te dichten tussen de bevolking en de mensen die verantwoordelijk zijn. We hebben geen ambities om de taak van de overheid over te nemen. Dat zou niet goed zijn." Brüning: "De vraag is gerechtvaardigd waarom wij nog blijven. Maar mijn antwoord is simpel: we blijven zolang er Haïtianen zijn die zo enorm hun best doen om licht in de duisternis te brengen."

Het was zondagochtend zeven uur. Brüning voelde zich niet zo lekker. Vast een bacterie opgelopen, of zoiets. Gelukkig waren er deze dag geen gesprekken met partnerorganisaties gepland. Die middag zouden ze wat rondlopen in de stad en ook het bezoek aan een kerk stond op het programma. Brüning was moe. Maar voor uitslapen had hij toch nog te veel energie. Hij zette zich aan het kleine tafeltje dat in zijn hotelkamer als bureau diende, en klapte zijn laptop open. Waar zou hij zijn verslag mee beginnen? Met de lunch die hij gehad had bij de Nederlandse consul? Met het feestje bij Aprosifa waar hij nog gedanst had met een voormalig minister van cultuur? Met de vergadering van alle partnerorganisaties? Met zijn gesprek met de minister van Landbouw? Met het idee dat hij had opgedaan om iets te doen met de mango's die het land zo overvloedig produceerde? Brüning glimlachte even en begon toen te tikken: "Haïti: alleen honden zijn droevig..."



Reacties