Van avantgarde naar afvalputje

29-04-2011 Bron: IS Online
SNV
ontwikkelingssamenwerking – 

Ontwikkelingsorganisatie SNV is in zwaar weer terechtgekomen. Eerst viel de politiek over het salaris van de directeur en na onthullingen in de media over vriendjespolitiek dreigt de hele organisatie averij op te lopen. SNV heeft weinig politieke vrienden meer over. Hoe kon het zo mis lopen? Reconstructie van een clash tussen idealisme en de nieuwe zakelijkheid.

SNV zit in de hoek waar de klappen vallen. En kan zich dat grotendeels zelf aanrekenen. De manier waarop de organisatie omging met de kritiek op het hoge directeurssalaris en de beschuldigingen van vriendjespolitiek is exemplarisch. Pas na grote maatschappelijk druk, en een staatssecretaris die dreigde de jaarlijkse subsidie van ruim 75 miljoen euro stop te zetten, leverde SNV-directeur Dirk Elsen een deel van zijn salaris in. Uiteindelijk stapte hij eind maart op. Elsen bestierde SNV sinds 2002, na een loopbaan bij ABN AMRO, Wereldbank en Shell. Op uitgesproken opvattingen over ontwikkelingssamenwerking is hij nooit betrapt. Zo was hij de grote afwezige in het debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking dat naar aanleiding van het WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie, werd gevoerd. Daarentegen vocht hij des te harder voor behoud van zijn hoge salaris, tot verbijstering van sommige van zijn medewerkers. Zijn reactie, in een open brief aan vakblad Vice Versa, was kenmerkend: “Waarom moet onze sector het met minder doen dan een museum, hbo, universiteit, ziekenhuis of woningbouwcorporatie? Is ons werk dan zoveel minder complex dan dat van die andere sectoren?” De directie stond in juridische zin misschien wel in haar recht, maar de halsstarrigheid waarmee zij zich verdedigde, heeft veel ingewijden gestoord en verbaasd. Omdat de organisatie hardnekkig weigerde volledige openheid van zaken te geven, rook de pers onraad. En vond een aantal misstanden in Zuid-Amerika. Kees Zevenbergen, tot 2008 chief strategy officer bij SNV, vind het vooral ‘doodzonde wat er is gebeurd’ en spreekt van ‘volstrekt onnodige schade’. Hij wijst erop dat de fraudezaak en vriendjespolitiek waarover de media berichtten door het eigen SNV-controleapparaat al waren geconstateerd, en gecorrigeerd. “Dat hébben de media helemaal niet blootgelegd, dat had SNV zelf al gedaan. Maar vervolgens ging men er wel geheimzinnig over doen. Als ze gewoon hadden verteld wat er precies was gebeurd en welke maatregelen daartegen waren getroffen was de pers allang uitgepraat geweest.”

Veenbrand
“De salariskwestie werd een veenbrand die te pas en te onpas naar boven kwam”, zegt Paul Hassing, die jarenlang werkzaam was bij Buitenlandse Zaken en van daaruit SNV goed kent. “Ik heb ze daar al in een vroeg stadium voor gewaarschuwd.” Ook VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff stoort zich aan de cultuur van geslotenheid. In een column voor het weblog De Dagelijkse Standaard schreef hij dat politieke dwang nodig was om het directeurssalaris binnen de norm te krijgen. “Dat (…) getuigt van het gebrek aan maatschappelijke voelsprieten bij het SNV.” De persverklaring waarin SNV het opstappen van Elsen en voorzitter van de Raad van Toezicht Lodewijk De Waal bekendmaakte, getuigt volgens Dijkhoff van de naar-binnen-gerichtheid van de directie. “De verklaring ademde een sfeer van: ‘wij hebben het allemaal goed gedaan. Jullie snappen er niks van. Door de slechte publiciteit die jullie ons onterecht geven moeten wij nu weg’.”
Aan het naar buiten brengen van geboekte resultaten, mislukkingen en de klessen die daaruit geleerd zijn, doet de organisatie nauwelijks. “Stom”, vindt Zevenbergen. “SNV heeft wel degelijk een verhaal te vertellen. De sector en het grote publiek hebben er recht op die verhalen uit het veld te horen. Dat is een morele verplichting.” Die onzichtbaarheid van SNV, gevoegd bij het ontbreken van een achterban zoals de meeste andere ontwikkelingsorganisaties wel hebben, maakt de organisatie tot een gemakkelijk doelwit, met weinig openlijke vrienden.

Kampen
Handelde de SNV-klokkenluider die interne mails en stukken aan de Volkskrant lekte op eigen initiatief? Mogelijk, maar klokkenluiders staan zelden alleen. Zeker niet bij een organisatie als SNV, die al jaren roerige tijden kent. Elsen is niet de eerste directeur die er onvrijwillig moest opstappen. Ingewijden spreken van elkaar bestrijdende kampen op het hoofdkantoor in Den Haag. Los van het soort personeelsproblemen dat bij iedere organisatie voorkomt, speelt binnen SNV al lang een debat over de te volgen koers. Een debat dat heen en weer golft tussen degenen die een meer zakelijke koers voorstaan en de meer bevlogenen, die daartegen waarschuwen. Een ingewijde spreekt over de bedrijfsmanagementterminologie van de directie die steeds verder af kwam te staan van de dagelijkse praktijk van de SNV’er in het veld.

Neokolonialisme
Bevlogenheid was het kenmerk van de oorspronkelijke Stichting Nederlandse Vrijwilligers, Nederlands eigen Peace Corps. De SNV-vrijwilliger kon je in die tijd tot in de verste uithoeken van Afrika aantreffen, vaak levend op voet van gelijkheid met de lokale bevolking. Die SNV’ers bestaan niet meer. De SNV’er van nu is een professional die zich bezighoudt met capaciteitsopbouw, het trainen van trainers en advieswerk bij lokale overheden, maatschappelijke organisaties en de private sector. Toch combineert die gemiddelde SNV’er deskundigheid nog altijd met een forse dosis idealisme, of moderner gezegd, gevoel van wereldburgerschap.
Het idealisme kreeg een knauw toen in de jaren negentig toenmalig minister Eveline Herfkens (PvdA) stem gaf aan linkse kritiek dat het uitzenden van blanke deskundigen een soort neokolonialisme was dat moest stoppen. Het stond de ontplooiing van lokale deskundigen in de weg. Directe armoedebestrijding door een publieke ontwikkelingsorganisatie maakte plaats voor advieswerk. Dat vergde een cultuuromslag, op weg naar een zakelijke insteek. ‘Wat het bedrijfsleven kon, kon de SNV ook. De organisatie moest een soort Berenschot in de tropen worden’, schreef Vrij Nederland een paar jaar geleden. Het veranderingsproces leidde uiteindelijk tot de deal die de organisatie in 2006 met het ministerie van Buitenlandse Zaken sloot. In ruil voor een veel nauwere binding van SNV aan het Nederlandse ontwikkelingsbeleid kreeg de organisatie langdurige financiering toegezegd, tot aan 2015. SNV moest de ogen en oren van de Nederlandse ambassades worden in het veld. Achterliggende gedachte bij de deal was volgens Zevenbergen, die nauw bij de onderhandelingen was betrokken, dat de organisatie zich uiteindelijk overbodig zou maken. “In de subsidieperiode moest het fundament gelegd worden voor de overdracht van adviesverantwoordelijkheid van SNV als in Nederland gewortelde club naar lokaal gewortelde consultantbureaus.”

Luiheid
Het bleek een té idealistische afspraak. Maar weinig organisaties slagen erin zichzelf overbodig te maken, daarvoor is de innerlijke drang tot overleven te groot. Zo ook bij de SNV-top, die de ambitie uitsprak zich te ontwikkelen tot een ‘social enterprise’, zeg maar een onderneming die goede dingen doet op de markt. Zo wilde de organisatie bij het ontwikkelen van biogasinstallaties in arme landen (ook een zaak waarover de Volkskrant berichtte) tot de wereldtop behoren. Niks jezelf overbodig maken dus.

Paul Hassing ziet één groot nadeel in de langjarige overeenkomst tussen Buitenlandse zaken en SNV: doordat de organisatie zich niet langer hoefde te mengen in de strijd om de schaarser worden ontwikkelingsgelden, verdween de scherpte, zeker aan de top van de organisatie. “Kritiek op die deal bleef uit. Ook vanuit de consultancywereld werd niet gezegd: ‘belachelijk dat zij jaarlijks 90 miljoen krijgen, geef ons de helft en we doen de zelfde hoeveelheid werk’. En zo kon mede de sfeer ontstaan van: ‘wij zijn wel tevreden met onszelf’. Tevredenheid die uiteindelijk tot een vorm van luiheid leidt.”
Kees Zevenbergen vindt dat een te gemakkelijk statement. “Luie SNV’ers die voldaan achterover leunen, ik ken ze niet.” Zeker is dat het geplande traject van overdracht van het werk aan lokale krachten hoogstens halfbakken is uitgevoerd. Het ministerie hield er nauwelijks toezicht op en de SNV-directie trok er ook niet aan. Het verdwijnen van de organisatie had volgens hem niet hoeven te betekenen dat Nederlandse deskundigen aan de bedelstaf zouden raken. Zevenbergen: “Binnen het gedroomde wereldwijde netwerk is wel degelijk plaats voor Nederlandse consultants. Wij hebben waarde toe te voegen op het terrein van armoedebestrijding. Daar zijn we goed in. Als je die boodschap had durven uitdragen had je nu bij de vernieuwers van de sector gehoord, de avantgarde. In plaats van in het afvalputje te zitten.” Als de politiek er niet eerder een eind aan maakt, heeft SNV nog tot 2015 om met meer overtuiging vorm te geven aan de oorspronkelijke plannen.    

Een jaar onder vuur
Eind maart stapte SNV-directeur Dirk Elsen op en vertrok ex-FNV-voorman Lodewijk de Waal als voorzitter van de Raad van Toezicht. Hun posities waren onhoudbaar geworden. Elsen lag al bijna een jaar onder vuur vanwege zijn salaris, dat met 160.000 euro ruim boven de norm van 124.000 euro lag. Er ontstond ook ophef over de bekostiging van een reis van De Waal naar Tanzania. De genadeklap voor beiden was een artikel in de Volkskrant waaruit bleek dat een regiokantoor van SNV in 2009 opdrachten had gegund aan familieleden en vrienden.
De reactie van de PVV was voorspelbaar: ‘SNV moet alle subsidies kwijtraken. Vriendjespolitiek en nepotisme moeten keihard worden bestraft’. Maar ook VVD, PvdA en SP reageerden fel. Voor VVD’er Klaas Dijkhoff is met het vertrek van Elsen en De Waal ‘de kous nog niet af’. Ewout Irrgang van de SP meent dat ‘de trap van bovenaf moet worden schoon geveegd’. Hij vraagt zich af waarom niet de hele Raad van Toezicht is opgestapt. Van de PvdA hoeft SNV ook niet direct een helpende hand te verwachten. Kamerlid Sjoera Dikkers noemt het ‘schandelijk’ dat SNV voor de zoveelste keer in opspraak was geraakt.

Wat doet SNV?
Ontwikkelingsorganisatie SNV werkt in 35 landen verspreid over Afrika, Azië, Latijns-Amerika en de Balkan. De organisatie wordt niet gefinancierd vanuit het medefinancieringsstelsel, maar via een zelfstandige subsidieovereenkomst met het ministerie. Eind 2009 legde het ministerie SNV al een bezuiniging op van 4 miljoen euro per jaar voor de periode 2010 – 2012, daarbovenop wordt de organisatie per 2011 nog 11 miljoen per jaar gekort. Momenteel telt SNV wereldwijd 1155 medewerkers, waarvan 900 adviseurs die op lokaal niveau economische en sociale instituties versterken. Door de bezuinigingen moeten vanaf deze zomer tweehonderd medewerkers weg. SNV focust voortaan op drie kernsectoren: landbouw, duurzame energie en water en sanitatie(toiletvoorzieningen en riolering). De projecten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, bosbouw en toerisme worden afgebouwd.

Han van de Wiel

Han van de Wiel is een Nederlandse journalist die zich gespecialiseerd heeft...

Lees meer van deze auteur >

Reacties