Van Ardenne loopt graag aan kop, maar niet alleen

01-01-2004
Door: Tekst: Jeroen Corduwener


Gedrevenheid, dat is wat die ministers voor Ontwikkelingssamenwerking gemeen hebben. Jan Pronk was de verpersoonlijking van gedrevenheid, schuwde geen debat noch provocerende uitgangspunten en gaf de sector elan. Toen kwam Eveline Herfkens, die in haar tomeloze enthousiasme zo ver ging dat ze geen tegengeluiden wenste te horen, een debat met haar was dan ook vooral eenrichtingsverkeer.

En nu zit daar Agnes van Ardenne, een andere partij (CDA) en dus ook een ander geluid. Maar na een wat haperende start in kabinet-Balkenende I, waar Ontwikkelingssamenwerking én daarmee Van Ardenne persoonlijk werden gedegradeerd tot een vermaledijd staatssecretariaat, straalt ze als minister weer diezelfde gedrevenheid uit, die ook haar PvdA-voorgangers zo karakteriseerde. Binnen een half jaar schreef ze drie nota's, waarin haar visies zijn verankerd: de Afrikanotitie; 'Sterke Mensen, Zwakke Staten', een nota voor en over het nieuwe Stabiliteitsfonds en het beleidsstuk 'Aan elkaar verplicht', het laatste tevens haar handelskeurmerk.

Meer nog dan in haar nota's - tenslotte slechts papier - is ze gedreven in het veld. Ze zet in op het continent Afrika en de minister bemoeit zich persoonlijk met de vredesonderhandelingen in Sudan en Burundi. Met die landen, waar langdurige en bijna vergeten oorlogen woeden, voelt ze zich erg verwant en betrokken.

Anne Marie Agnes van Ardenne (53) heeft een typische CDA-achtergrond in de ontwikkelingssector: voorzitter CEBEMO (inmiddels opgegaan in Cordaid), secretaris Unicef, voorzitter EVP-EUCD-vrouwen, lid Kamercommissie buitenland, lid adviesraad Vrede en Veiligheid. Ze was medeoprichter van een Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking in Vlaardingen en als wethouder daar verantwoordelijk voor de portefeuille Economische Zaken, waarvan de overtuiging nu nog doorsijpelt in haar visie op ontwikkelingssamenwerking: meer samen doen met het bedrijfsleven.

Agnes van Ardenne, laten we het eens hebben over de basisfilosofie van ontwikkelingshulp. Is dat geven of delen?

Verbaasde blik, meer over de aard dan de inhoud van de vraag: 'Het gaat om delen natuurlijk. Delen van macht en kapitaal. Geld geven is mij te makkelijk. Ik was op de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Cancún, als één van de weinige ministers voor Ontwikkelingssamenwerking. En ik heb gestreden voor een eerlijke verdeling van handel, ik heb samen met Afrikaanse landen gepleit voor een rechtvaardige behandeling van hun katoenexport. Maar de Verenigde Staten lagen heel erg dwars, die wilden hun subsidieregeling niet afbouwen. Daar gaat het dus over bij eerlijk delen, dat je die subsidies afschaft.'

Dat is mooi, maar ook ver weg. Wat doet u binnen uw eigen departement aan eerlijk delen?

'We hebben bijvoorbeeld een speciale afdeling Coherentie opgericht. Die richt zich met name op de Brusselse regelgeving. Want behalve subsidies houden ook regels derde landen vaak buiten de deur. Zo hebben we voor elkaar gekregen dat de regelgeving voor sardientjes aangepast werd, waardoor Peru toegang krijgt tot de Europese markt. Over zulke zaken moet je binnen Europa hard onderhandelen, want er spelen hier veel nationale belangen. Dat willen wij keren.'

Dat is ook mooi, maar nu even naar Den Haag. Nu het met de economie minder gaat, daalt de bijdrage aan Ontwikkelingssamenwerking, omdat die gekoppeld is aan 0,8 procent van het Bruto Nationaal Product (BNP). Dat is het omgekeerde effect van eerlijk delen.

'Het gaat bij ons beleid meer en verder dan alleen die 0,8 procent. Ik hanteer de opvatting dat onze welvaart afhankelijk is van de welvaart in de derde landen, onze veiligheid is afhankelijk van de veiligheid daar en dat geldt ook voor armoede. Dat is langetermijndenken, maar het betekent dat we moeten inzetten op een liberale handel, een vrijere economie, waarmee de derde landen geholpen zijn. We zullen onze markten moeten openen, moeten afzien van kwaliteitsregels die bedoeld zijn als handelsbelemmeringen.

Daarnaast, die 0,8 procent is nooit voldoende, daarmee ben ik het eens. We zouden het dubbele moeten vrijmaken. Maar ik ben al blij dat ik met de Nederlandse 0,8 procent andere Europese landen kan helpen overtuigen om te voldoen aan de internationaal gestelde norm van ten minste 0,7 procent van het BNP. Want we zijn één van de weinigen die zo'n percentage vrijmaken, de meesten zitten er ruim onder. In een aantal gevallen heeft ons voorbeeld al gewerkt en zijn andere Europese landen gevolgd.'

Het gaat natuurlijk niet om 0,8 procent, want met dat geld betaalt u ook aan zaken die weinig tot niets met ontwikkelingssamenwerking te maken hebben. Bijdragen aan het Stabiliteitsfonds, wat Defensie zou moeten doen. Subsidiëring van exportkredieten. Bijdragen in de vreemdelingenwetgeving.

van Ardenne: 'Meer en verder dan alleen die 0,8 procent'

Beeld: Iris fotografie

'Daar wil ik wel wat over rechtzetten. Dat stabiliteitsfonds is niet bedoeld om troepen te betalen. Dat mag niet eens van de OESO. Het is geld van Ontwikkelingssamenwerking dat in één pot gaat met geld van Buitenlandse Zaken. En daarmee betalen we projecten en zaken die te maken hebben met vrede, veiligheid en ontwikkeling. Omdat vrede en veiligheid voorwaarden zijn van effectieve ontwikkelingssamenwerking. Zonder vrede of veiligheid kan een land niets doen aan wederopbouw, heeft het geen stabiliteit en zijn er geen kaders voor goed bestuur.

Dus we betalen demobilisatieprojecten, de opbouw van een politiemacht in Afghanistan bijvoorbeeld. Helaas mag ik met OS-geld de opbouw van een democratisch gecontroleerd leger niet betalen van de OESO. Als straks ISAF bijvoorbeeld vertrekt, blijft er niets achter op het gebied van veiligheid. Daarom zou je nu moeten investeren in veiligheid, anders heeft zo'n internationale troepenmacht weinig effect op de langere termijn.'

U doet of dat iets nieuws is, maar uw voorganger Herfkens betaalde ook al demobilisatieprojecten in het Grote Merengebied van Afrika. Dus wat is nu wezenlijk nieuw aan zo'n Stabiliteitsfonds?

'Dat het een samenwerkingsproject is van Buitenlandse Zaken met Ontwikkelingssamenwerking. We kunnen snel en flexibel optreden, nu we zo'n fonds hebben waaruit we onmiddellijk projecten en voorstellen kunnen betalen. We kunnen deskundigheid sturen of mensen van daar naar hier halen. Dat laatste doen we bijvoorbeeld met Rwandese militairen, die in Nederland een opleiding krijgen in vredesopbouw, omdat hun eigen leger daar niet op is ingericht.'

Die samenwerking tussen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking is toch al een gegeven sinds Jan Pronk de herijking uitriep?

'Die herijking bestond wel op papier, maar in de praktijk waren er tussen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking gewoon schotten. Ik heb het met Jaap de Hoop Scheffer snel op een akkoordje kunnen gooien om nu daadwerkelijk eens iets te doen aan ontschotting en samenwerking. Ontwikkelingssamenwerking is een geheel van buitenlands beleid, diplomatie, internationale betrekkingen. Dat kun je niet scheiden, maar het gebeurde wel, tot op de ambassades aan toe.

Je kunt het niet alleen als minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Alleen is dat niet altijd even makkelijk uit te leggen aan mijn collega's in het kabinet. Daar kom je met een ander verhaal, ik praat over veiligheidsbeleid, over handel, over migratie. In het kabinet vinden andere ministers het vreemd dat ik ook over andere onderwerpen dan ontwikkelingssamenwerking spreek. Daar moeten zij aan wennen.'

En dus betaalt u kosten, die Defensie zou moeten betalen, zoals de opleiding van militairen, demobilisatieprojecten et cetera?

'Defensie voelt zich niet geroepen om met een paar bataljons vredestaken en veiligheidsprojecten uit te voeren in ontwikkelingslanden. En dus wordt het niet gedaan. Maar het moet wel gebeuren. De president van Burundi vraagt mijn hulp bij demobilisatieprojecten in zijn land. In Sudan moeten we helpen een reorganisatie van veiligheidsdiensten door te voeren. Dat is essentieel als je een land wilt opbouwen, zeker na de oorlogen die daar geweest zijn. Het gaat om assistentie en adviezen, pro-actie en ook om preventie. Niet alleen om reactie, zoals in het verleden het geval was.

We staan daar niet meer alleen in, ook al is Nederland wel koploper. In het nieuwe Europese veiligheidsbeleid is een paragraaf opgenomen over ontwikkelingssamenwerking en wordt binnen het Europese ontwikkelingsbeleid ook aan vrede en veiligheid gedaan. Het financieren van de Afrikaanse vredesmacht in Burundi bijvoorbeeld.'

U noemt een tweetal landen die door de westerse wereld allang vergeten en misschien zelfs opgegeven zijn. Grote organisaties als Oxfam maar ook de Verenigde Naties waarschuwen voor de eenzijdige aandacht van het Westen voor landen als Afghanistan en Irak, omdat dat ten koste gaat van hulp en aandacht aan langduriger en ernstiger conflicten in de wereld, in het bijzonder in Afrika.

'Wat Afghanistan betreft, daarmee ben ik het niet eens, dat is een straatarm land, daar moeten we gewoon helpen bij de wederopbouw, omdat vrede en veiligheid van belang zijn voor een stabiele samenleving, voor een goede toekomst van dat land.

Irak is een ander verhaal, dat land heeft voldoende potentie door zijn olievoorraden. Ik weiger daar dan ook ontwikkelingshulp te geven aan wederopbouw, wel voor noodhulp. Daarin ben ik overigens één van de weinige ministers voor Ontwikkelingssamenwerking.

Het is waar dat de Verenigde Staten eenzijdig hun aandacht hebben gegeven aan die landen. Maar de laatste tijd zie ik toch voorzichtig wat verandering. Ze organiseren ook een donorconferentie over de wederopbouw van Liberia, dus ik denk dat ze wat bijdraaien.'

Uw nadrukkelijke aanpak voor vrede en veiligheid heeft risico's. Ontvangende landen zullen niet altijd inmenging accepteren op die politiek en militair gevoelige terreinen. Wat blijft er dan over van ownership? En in het verlengde daarvan: in sommige landen staan goed bestuur en veiligheid haaks op elkaar. Rwanda bijvoorbeeld heeft stabiliteit en veiligheid juist omdát ze geen goed bestuur meer heeft.

'Je moet over ownership goed communiceren maar het is voor mij niet altijd doorslaggevend. Ik vind dat ontwikkelingssamenwerking politiek mag zijn, politieker dan voorheen, en dat leidt tot dit soort keuzes. Ik hecht aan veiligheid als voorwaardelijk onderdeel van mijn beleid, omdat persoonlijke veiligheid van mensen wezenlijk is voor hun ontwikkeling.

Goed bestuur vind ik een ander verhaal. Er is geen goede definitie voor goed bestuur. Het is meer dan een goede staatsvorm, het gaat ook om de samenleving. Ik vind het woord "good governance" dan ook beter dan "good government". Maar omdat het een voor mij een middel is en geen doel, praat ik liever over "better governance" dan "good governance". Omdat het altijd beter kan, het is een stap in de ontwikkeling van een land van het bestuur en het volk.

Het gaat er mij vooral om dat een goed bestuur bijdraagt aan stabiliteit, dat het in het belang is van de mensen in het veld. Vrede en veiligheid zijn een onderdeel van goed bestuur. Democratie is in Afrika anders dan hier. Een democratisch proces moet groeien en geen afspiegeling zijn van wat we hier in het Westen gewend zijn.

Toen Paul Kagame in Rwanda de presidentsverkiezingen had gewonnen, heb ik hem opgebeld en gefeliciteerd. Waarom? Omdat de 95,5 procent steun die hij van de bevolking heeft gekregen, stabiliteit in het land brengt, rust en ruimte voor wederopbouw - in die volgorde. Dat is belangrijk. Tegelijkertijd heb ik hem gezegd: "En nu op naar de volgende stap." Want democratie moet zich ontwikkelen. Maar je kunt het niet afdwingen.'

U hecht nogal aan samenwerking met het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking. Dat is ook één van de kritiekpunten, bijvoorbeeld als het gaat om de vervuiling van uw budget.

'Ik betaal geen subsidies aan het Nederlandse bedrijfsleven om te exporteren naar ontwikkelingslanden, laat ik dat eerst even rechtzetten Wat ik doe is de schulden betalen, die in ontwikkelingslanden ontstaan als gevolg van exportkredietverzekeringen, die de Nederlandse overheid met het Nederlandse bedrijfsleven afsluit. En waarvoor regeringen van ontwikkelingslanden zich garant hebben gesteld. Van vervuiling is geen sprake.

Schuldverlichting is van wezenlijk belang voor de ontwikkeling van landen. In Nigeria bestaat 30 procent van de begroting uit schuldaflossingen. Dat is bijna niet te dragen voor zo'n arm land. De export van bedrijven hier betekent bovendien dat er geïnvesteerd wordt in de economie van het ontvangende land. En in het bedrijfsleven daar. Dat is belangrijk, want in ontwikkelingslanden is een sterke ontwikkeling van het bedrijfsleven nodig. Dat zorgt namelijk voor een opleving van de economie en dat mensen een eigen inkomen kunnen verdienen en daarmee onafhankelijk worden van de overheid.'

U vergeet de informele economie, waarop de meeste derde landen drijven, zeggen critici.

'Ik onderken het belang van de informele economie. Het heeft geen zin de informele economie te bestrijden. Maar we willen nu juist dat mensen in de informele economie ook toegang krijgen tot de formele markten. Het is belangrijk dat ze zich organiseren, omdat ze dan een gesprekspartner van de overheid zijn en hun belangen naar voren kunnen brengen. Mensen die afhankelijk zijn van alleen informele handel, zitten vaak in een verdrukte positie. En dat leidt tot armoede, tot onzekerheid, gebrek aan stabiliteit.

Een goed functionerende economie draagt juist bij aan armoedebestrijding en daarmee aan vrede, veiligheid en stabiliteit. Dus wat we doen, is in de 36 landen waarmee Nederland een bilaterale relatie is aangegaan, zogenoemde "scans" maken van het ondernemersklimaat. We willen weten hoe ondernemers financieringen kunnen krijgen, hoe ze verzekerd kunnen worden, wat de belastingregels zijn, wat hun positie is tegenover de overheid en hoe corruptie kan worden bestreden. Op die manier maak je de formele economie aantrekkelijk, omdat je zorgt voor bescherming. De informele economie zal daardoor geneigd zijn formeel te willen worden. Het is van belang om een goed investeringsklimaat te hebben, juist om op de wereldmarkt mee te kunnen concurreren.'

In uw nota 'Aan elkaar verplicht' staan enkele zinnen over migratie. Het is mooi dat ze er staan, want migratie en ontwikkelingssamenwerking werden totnogtoe in Nederland kunstmatig en beleidsmatig gescheiden. Maar behalve die paar zinnen waarin het verband wordt gelegd, zegt u verder helemaal niets. Dus wat wilt u met migratie binnen uw ontwikkelingsbeleid?

'Mijn voorgangers hebben er niets mee gedaan, net zomin als met handel, veiligheid en de politiek binnen ontwikkelingssamenwerking. Ik ben de eerste minister die inzet op samenhang binnen ontwikkelingsbeleid, en migratie hoort daar dus bij. Mijn collega Verdonk houdt zich bezig met vreemdelingenbeleid. Dat is bezien vanuit de Nederlandse scoop en het gaat daar tot nu toe eigenlijk alleen om uitzettingsbeleid. Er zit geen filosofie achter.

Binnen ontwikkelingssamenwerking is migratie een essentieel onderdeel voor een goed armoedebestrijdingbeleid. Er spelen een aantal zaken. Wat moeten we met "brain drain"? Mensen die naar hier komen, zijn vaak harder nodig in de landen waar ze vandaan komen. Dat is één.

Tweede punt is: wat willen we met mensen die hier om andere redenen naartoe zijn gekomen dan vanwege een vluchtelingenverhaal? Verdonk zit aan deze kant, ik zit aan de andere kant. Ik wil samen met haar en met de collega's van Economische Zaken en Sociale Zaken tot een beleid komen op het gebied van arbeidsmigratie. Het zwaartepunt ligt wat dat betreft bij Ontwikkelingssamenwerking.

Ander punt is de geldstroom die door migranten hiér naar de landen van herkomst wordt overgemaakt. Het gaat om enorme bedragen, wereldwijd is dat ruim dertig miljard euro méér dan de vijftig miljard die het Westen aan ontwikkelingshulp geeft. Ik wil weten of we daar niet meer van kunnen maken, of we daar geen beleid in kunnen uitstippelen.

En dan hebben we nog de migranten binnen de derde landen zelf. Tanzania vangt één miljoen vluchtelingen op, om een voorbeeld te noemen. Ook daar komen we veiligheid, stabiliteit en armoedebestrijding weer tegen.

Al die elementen samen maken dat migratie een wezenlijk onderdeel moet zijn van ontwikkelingssamenwerking. Het gaat om samenhang en daar moeten we aan werken.'



Reacties