Van Ardenne kiest met Millenniumdoelen de makkelijke weg

13-05-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: Lau Schulpen

In december 2003 hield oud-minister Jan Pronk zijn inaugurale rede aan het ISS onder de titel Collateral damage or calculated default? - the Millennium Development Goals and the politics of globalisation. Centrale vragen die Pronk zich in die rede stelde, betroffen onder meer de zin of onzin van het stellen van dergelijke doelen op zo'n hoog politiek niveau, de juistheid van de acht Millenniumdoelen (MDG's), en de mogelijkheden voor verwezenlijking van de doelen in 2015.

Wat die mogelijkheden voor verwezenlijking betreft kunnen we kort zijn: die kans is vrij gering. Wereldwijd zullen we ongetwijfeld een halvering van het aantal armen zien maar dan wel alleen dankzij China en India.

 

Afgezien van het feit dat in Afrika de armoede eerder toe- dan afneemt en wereldwijd de verschillen tussen arm en rijk nog steeds groeien kun je je afvragen in hoeverre een (politiek geïnspireerde) graadmeter van 1 dollar per dag - zoals gehanteerd bij de MDG's - wel een juiste is. De andere doelen (onder andere basisonderwijs voor alle kinderen, een halt aan de verspreiding van HIV/aids, malaria en andere armoedeziekten, en een halvering van het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen) kunnen we al helemaal schudden. Sommigen zullen zeggen dat de MDG's in ieder geval een duidelijk politieke committering waren van onze leiders en dat armoede nu echt op de agenda staat. Ik gun deze optimisten graag hun gelijk, maar dan moeten we wel constateren dat onze leiders aan een gezamenlijke verstandsverbijstering leidden toen ze daar het jaartal 2015 aan vast koppelden.

 

Waar zijn de culturele en politieke dimensie van de Milleniumdoelen?

 

Pronk's idee dat de MDG's bijna alle relevante aspecten van armoede omhelsen, lijkt me ook van behoorlijk optimisme getuigen. Toenemend inzicht heeft duidelijk gemaakt dat armoede wel iets meer is dan een gebrek aan geld (de economische dimensie) maar ook een sociale en politieke kant heeft en, volgens velen, zelfs een culturele en een beschermende dimensie. 'Bijna alle' in Pronk's woorden is dan ook een verbloemende typering, want waar vind ik bijvoorbeeld de culturele of de politieke dimensie terug in de MDG's? Tegelijk: de MDG's zijn een erkenning van de vele dimensies van armoede en daarom alleen al een applaus waard. Ze zijn een uiting van groeiend inzicht in de complexiteit van armoede en dus van armoedebestrijding.

 

Integrale benadering? Waarom selecteert minister Van Ardenne dan maar vier doelen?

 

De kern van multidimensionaliteit is dat die dimensies onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat wanneer één daarvan niet voldoende aan bod komt, de effectiviteit van beleid vanuit de andere dimensies aanzienlijk vermindert. Dit impliceert een integrale benadering van armoede en dus niet een naar believen selecteren van een of andere dimensie of, om bij het onderwerp te blijven, een of slechts enkele MDG's. En dat is nou precies wat minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking doet. In haar nota 'Aan Elkaar Verplicht' kiest ze vier thema's die direct verbonden zijn met vier MDG's: onderwijs, reproductieve gezondheidszorg, HIV/aids, en milieu en water. Zonder twijfel belangrijke thema's en in haar verantwoording zet de minister het belang dan ook relatief helder uiteen. Wat ontbreekt is een verantwoording voor de keuze van deze vier in het licht van de noodzaak van een integrale benadering van armoede. Daar komt nog bij dat een verantwoording in het licht van de capaciteiten van het ministerie en de ambassades en in het licht van de toegevoegde waarde van Nederland op deze terreinen eveneens achterwege blijft.

 

Sociale dimensies scoren makkelijk, politiek gevoelige kwesties worden vermeden

 

De keuze voor deze 'sociale dimensie'-speerpunten lijkt meer ingegeven door andere factoren: ófwel door druk vanuit een Tweede Kamer die met alle winden meewaait (i.c. de motie Hessing om 15 procent van het ontwikkelingsbudget te besteden aan onderwijs), ófwel door een inschatting van thema's waarbij het relatief makkelijk is aan te tonen wat je hebt gedaan en of dat heeft bijgedragen aan een betere situatie in ontwikkelingslanden.

Zo lijkt de minister in dezelfde valkuil te lopen als veel ontwikkelingslanden die in hun armoedebestrijdingsplannen nadruk leggen op soortgelijke thema's. Het is de keuze voor de makkelijke weg waarop gescoord kan worden en het buiten beschouwing laten van de politiek gevoelige kwesties die in armoedebestrijding van groter gewicht zijn: participatie, medezeggenschap, 'democratisering' en institutionele veranderingen daar en hier.

 

Lau Schulpen

Reacties