Vakbonden moeten zich meer richten op informele sector

02-05-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: doris

‘De arbeiders in de informele sector zijn de sterkst groeiende groep op de arbeidsmarkt. Per jaar komen daar 43 miljoen mensen bij. Zij maken bijna 93 procent van de arbeidende bevolking uit in India en dragen flink bij aan het nationale inkomen van India. Maar de overheid en wetenschappers negeren hen. En de vakbonden sluiten hen uit’, zei Bhatt.

Arbeiders in de informele sector zijn moeilijk te organiseren. Zij werken op oproepbasis, vaak thuis, zonder contract en niet voor een vaste baas. Wereldwijd komen steeds meer mensen te werken onder informele omstandigheden, ook in Nederland.

Toch is organisatie niet onmogelijk, zoals blijkt uit het voorbeeld van de machtige landloze beweging MST in Brazilië en Sewa in India. Bhatt leidt Sewa, een vakbond van en voor zo’n 300.000 vrouwen werkend in de informele sector.

De vakbondsvrouw sprak tijdens de presentatie van het boek Down and Out, labouring under global capitalism van de Nederlandse socioloog Jan Breman en de Indiase journalist Arvind Das. Daarin is het werk aan de onderkant van de samenleving in India beschreven en indrukkend gefotograafd door Ravi Agarwal.

‘De arbeiders in de informele sector hebben een stem, maar zij worden niet gehoord door ons. Zij zijn evenmin zichtbaar voor ons’, zei auteur Breman, die al veertig jaar onderzoek doet naar de armsten in India.

Internationale solidariteit
‘Hun strijd gaat wel verder', zei Breman, ‘maar de uitkomst is afhankelijk van onze houding ten opzichte van hen.’ Zowel Breman als Bhatt riepen op 1 mei op tot meer internationale solidariteit. ‘Solidariteit en begrip zijn nodig in globaliserende wereld, zowel lokaal als internationaal,’ zei Bhatt. De paus deed samen met de Italiaanse vakbonden eenzelfde oproep in Rome.

Jan Pronk, minister van Vrom en aanwezig namens de Partij van de Arbeid, schetste in grote vegen het historisch perspectief. Honderd jaar geleden wist de arbeider tenminste dat hij zijn werkgever moest bestrijden. En de elite had een verlicht eigenbelang. Zij wilden immers dat de arbeiders voldoende koopkracht hadden om hun producten te kopen. ‘Je was down, maar in’, aldus Pronk.


Dat systeem werkte tot 1980. Toen werd met de globalisering dat systeem uitgehold. ‘Dat is gunstig geweest voor de hoge en middenklasse, maar 1,5 miljard armsten werden afgeschreven, vergeten en uitgesloten. Men was down and out.’


Informele arbeiders vervreemden van het product dat ze maken. Ze weten vaak niet meer wàt ze maken en voor wie ze het maken. Ze maken een deel van een product waarvan ze het eindresultaat nooit zien. En ze weten evenmin tegen wie ze hun strijd moeten voeren, is de analyse van Pronk.

Pronk ziet drie mogelijkheden die volgens hem ontbreken in de Derde Weg van onder andere de Britse premier Tony Blair: een sterke natiestaat die verantwoordelijkheid neemt voor alle burgers, een internationale sociale orde die verder kijkt dan alleen internationale handel en internationale financiën, en een internationalisering van maatschappelijke organisaties, waaronder de vakbonden. En dan moet – net als honderd jaar geleden - de elite van de wereld hun verlicht eigenbelang weer inzien en de armen niet buiten de boot laten vallen.

Reacties