Uitkering met voorwaarden biedt nieuwe kansen

01-05-2005
Door: Tekst: Ralph Mens


Het Peruaanse initiatief lijkt niet enkel uit barmhartigheid geboren, maar ook uit bittere noodzaak. Zolang een groot deel van de bevolking in armoede leeft, is de politieke situatie instabiel en explosief. Of zoals een financieel analist het uitdrukt: 'Je kunt geen gezonde economie hebben met zoveel armoede.'
De cijfers spreken wat dat betreft voor zich. Het aantal Peruanen dat in extreme armoede leeft en moet rondkomen van minder dan twee dollar per dag, ligt rond de 22 procent. De ongekende economische groei van de afgelopen vier jaar heeft dit aantal met slechts twee procent doen afnemen.

Een van de oorzaken hiervan is dat de Latijns-Amerikaanse - en ook de Peruaanse - economische 'boom' voornamelijk wordt veroorzaakt door een grotere vraag naar producten uit de mijnbouw en de mechanische landbouw, zonder dat dit leidt tot een grotere vraag naar werknemers. Het gat tussen arm en rijk wordt groter.

Juntos

Dankzij de economische groei beschikt de Peruaanse staat over voldoende middelen om het plan, 'Juntos' genaamd, te financieren. In 2005 gaat het om een bedrag van 25 miljoen dollar. Dat loopt op tot 100 miljoen dollar over achttien maanden.

De regering wil het plan in drie etappes uitvoeren: van 2005 tot 2009, van 2009 tot 2014 en van 2014 tot 2018. Tot juli 2006 wil de overheid met het programma 2.446.300 personen bereiken op het platteland en nog eens 330.500 stedelingen. In totaal dus bijna drie miljoen mensen.

Hoewel sceptici roepen dat het om een klare verkiezingsstunt gaat - volgend jaar vinden in Peru presidentsverkiezingen plaats -, is er toch voldoende aanleiding om het plan serieuze aandacht te geven. Het idee komt niet zomaar uit de lucht vallen, maar is gebaseerd op soortgelijke programma's die in Mexico en Brazilië zeer succesvol zijn.

Het basisprincipe van de Mexicaanse en Braziliaanse projecten is dat er niet simpelweg met geld wordt gestrooid. Er zijn duidelijke en harde voorwaarden verbonden aan de maandelijkse bijdragen, die niet voor niets bekend staan als 'Transferencias Directas Condicionadas' (Conditional Cash Transfers). Zo moeten de ontvangers ervoor zorgen dat hun kinderen naar school gaan, regelmatig medische hulp krijgen en worden gevaccineerd tegen ziektes. De regering verstrekt bovendien alleen een bijdrage aan gezinnen met kinderen van vijf jaar en jonger, en stuurt het geld naar de moeders, omdat de ervaring leert dat zij er het meest verantwoordelijk mee omgaan. Ook moeten de ouders geregeld bijeenkomsten bijwonen waar thema's op het gebied van gezondheid, voeding en gezinsplanning aan de orde komen. Als de deelnemers aan het programma niet voldoen aan deze voorwaarden, kunnen ze worden geschorst of zelfs helemaal van de lijst worden geschrapt.

Oportunidades

In Mexico loopt het programma sinds 1997, onder de naam 'Oportunidades'. Voordat de eerste uitkeringen van zo'n vijftien dollar per maand bij de gelukkigen in de bus vielen, vond er een langdurig selectieproces plaats. Zo maakte de overheid eerst een inventarisatie van de gebieden met de grootste ondervoeding en de slechtste levensomstandigheden. Vervolgens werden er huis-aan-huisenquêtes georganiseerd om te bepalen welke families voor financiële hulp in aanmerking kwamen. De enquêteurs werkten met een puntensysteem, waarbij verschillende zaken werden gewogen, zoals inkomsten, onderwijsniveau, beroep, levensomstandigheden, bezit van grond en vee, en toegang tot schoon drinkwater en elektriciteit. Dit proces duurde ruim een jaar.

In tegenstelling tot eerdere hulpprogramma's reikt de overheid geen gesubsidieerde producten uit, maar contant geld. Naast deze maandelijkse bijdragen is er een spaarsysteem in het leven geroepen. Families kunnen geld opzij leggen om vervolgopleidingen te betalen, een eigen zaak te beginnen of een huis te bekostigen.

Het Mexicaanse programma kost betrekkelijk weinig. Minder dan 6 procent van het totale budget wordt aan overhead besteed. Dat komt doordat er wordt gewerkt met een relatief kleine groep van 700 ambtenaren. Om de terugkerende enquêtes uit te voeren en inschrijvingen te verwerken, maakt de overheid gebruik van studenten, die tijdens hun opleiding verplicht zijn om een aantal uren aan sociale taken te wijden.

Inmiddels nemen zo'n 25 miljoen Mexicanen deel aan het programma. Het resultaat van 'Oportunidades' laat zich het beste meten door een vergelijking te maken tussen de Mexicaanse cijfers voor extreme armoede en die van de rest van Latijns Amerika. Terwijl de extreme armoede in de regio als geheel slechts met één procent is afgenomen tot 18,6 procent, is het percentage mensen in Mexico dat in extreme armoede leeft in twee jaar tijd gedaald van 15,2 naar 12,6.

Op het gebied van onderwijs zijn de resultaten nog tastbaarder. Het aantal kinderen dat van de basisschool doorstroomt naar het voortgezet onderwijs is met 24 procent gestegen. En op het platteland is het aantal jongeren dat het voortgezet onderwijs in zijn geheel doorloopt, toegenomen met 23 procent. Vooral meer meisjes zijn onderwijs gaan volgen.

Bolsa Escola

Het programma 'Bolsa Escola' in Brazilië begon in 1995 op lokaal niveau. In 2001 is het uitgegroeid tot een nationaal plan om de gapende kloof tussen arm en rijk in het land te verkleinen. Ook hier wordt de basis gevormd door een directe subsidie aan de armste families. Daarbij kijkt de Braziliaanse overheid vooral naar kinderarbeid. Gezinnen waarvan de kinderen arbeid moeten verrichten om een bijdrage aan het gezinsinkomen te leveren, krijgen een bijdrage zodat de kinderen naar school kunnen en niet meer hoeven te werken. Ook hier ontvangen de moeders de uitkering.

In 1998 ging het om 25.680 gezinnen. In 2001, bij de landelijke invoering van het programma, konden 8,3 miljoen kinderen dankzij de subsidie naar school. De uitkering voor schoolgaande kinderen bedraagt vijf dollar per maand, tot een maximum van 15 dollar per gezin. Daarnaast zijn er subsidies voor voeding (tussen de 3 en 15 dollar per maand).

Elke drie maanden controleert de overheid of de kinderen daadwerkelijk naar school gaan. Bij een verzuim van meer dan 15 procent wordt de subsidie aan de ouders stopgezet.

De resultaten van het Braziliaanse programma zijn veelbelovend. Niet alleen is het schoolverzuim teruggedrongen, ook is de kwaliteit van het onderwijs aanzienlijk verbeterd en is er een forse toename merkbaar in het aantal schoolgaande kinderen. Daarnaast wordt er minder gebruikgemaakt van kinderarbeid en is er een meetbare economische groei in de meest achtergebleven regio's. De armoede is dus met name aan de basis van de sociale piramide teruggedrongen.

Geïmproviseerd

Bijna elke Peruaan is het erover eens dat een eerlijker verdeling van de welvaart en bestrijding van de armoede van cruciaal belang zijn voor de stabiliteit van het land. Er is echter nogal wat kritiek op de timing van de lancering van het plan - amper zes maanden voor de verkiezingen - en op de manier waarop de regering het programma wil uitvoeren.

Minister Romero-Lodoza van Ontwikkelingszaken verwerpt de kritiek op de introductiedatum: 'Wanneer is dan wel een goed moment om dit programma in te voeren? Moeten de armen nog langer wachten?'

Wat het tweede punt van kritiek betreft, zijn de tegenargumenten minder stellig. De Peruaanse regering wil het programma binnen drie maanden invoeren. In Mexico duurde de selectieprocedure ruim een jaar. Maar volgens Romero-Lodoza is er voldoende kennis en expertise in huis om het programma in zo'n kort tijdsbestek op poten te zetten. De minister van Ontwikkelingszaken heeft bij de critici de angst voor een mislukking echter niet weg kunnen nemen.

Een derde kritiekpunt betreft de onduidelijkheid over wie het programma moet gaan uitvoeren. Mexico en Brazilië bouwden anti-corruptiebuffers in door de verdeling van de gelden uit te besteden aan solide financiële instituties, maar over de Peruaanse procedure is nog niets bekend. De oppositie verwijt de regering daarom dat ze een geïmproviseerd plan wil introduceren.

 

Als Peru geen goede structuur vindt om 'Juntos' tegen politieke inmenging te beschermen, is dit het zoveelste sociale plan dat is opgezet om de allerarmsten een steuntje in de rug te geven, maar gedoemd is te eindigen als stokpaardje van landelijke, regionale en lokale politici.



Reacties