Tsunamigebieden kampen met chaos en geldzorgen

20-05-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS/OneWorld

In Sri Lanka proberen ruim 700 organisaties hulp te bieden in het rampgebied. In Atjeh, de Indonesische provincie die het zwaarst werd getroffen, zijn het er zeker 500.
Er zijn grote verschillen in de ervaring en de manier van aanpak tussen die organisaties, zegt Coco McCabe van de hulporganisatie Oxfam. 'Een probleem is dat veel hulpverleners in hun haast om geld uit te geven en door gebrek aan ervaring er op los bouwen zonder te overleggen met de plaatselijke bevolking'.

Gebrek aan overleg

In Sri Lanka bouwen hulporganisaties tien kilometer van de kust huizen voor vissers. Openbaar vervoer van die nieuwe nederzettingen naar het strand is er niet en de vissers hebben geen bromfietsen. McCabe voorspelt dat veel van die huizen nooit in gebruik worden genomen, of binnenkort weer leegstaan.

McCabe vindt dat donoren meer moeten investeren in coördinatie. Hulpverleners kunnen elkaar helpen. Oxfam heeft bijvoorbeeld het initiatief genomen om organisaties die aan drinkwater en sanitaire voorzieningen werken, regelmatig bij elkaar te brengen. Ook biedt Oxfam technische ondersteuning aan collega's met minder ervaring.

Een tweede probleem is dat er voorlopig minder geld voor de heropbouw beschikbaar is dan werd verwacht. Volgens de VN is nog maar 2,5 miljard dollar overgemaakt van de 6,7 miljard dollar die donorlanden hadden beloofd voor noodhulp en wederopbouw.

Bereidheid

De Wereldbank, de VN en grote donors als Japan schatten dat er de komende drie tot vijf jaar minstens 10 miljard dollar nodig zal zijn om de getroffen gebieden er weer bovenop te helpen. De helft van dat bedrag is nodig voor Indonesië.

Experts denken dat sommige donorlanden wachten met het overmaken van het geld tot er meer zekerheid is dat de hulp eerlijk en gelijkmatig zal worden verdeeld. De ervaring leert echter dat het steeds moeilijker wordt om nog geld los te krijgen van donors als de ramp langer geleden is.

Verder zijn er vragen bij de bereidheid van Sri Lanka en Indonesië om gebieden te helpen waar afscheidingsbewegingen actief zijn. In het noordoosten van Sri Lanka zijn de Tamil Tijgers actief en in Atjeh strijdt de beweging Vrij Atjeh. Vooral de Indonesische regering heeft hier moeite mee. De regering werkt dan ook nauwelijks samen met de kritische organisaties die in Atjeh werken.

Te veel

Sommige grote hulporganisaties hebben juist te veel geld. Het VN-Kinderfonds Unicef had zijn donoren 144 miljoen dollar gevraagd voor noodhulp en heropbouwwerk in de tsunamigebieden. Eind januari stond de teller al op 510 miljoen dollar.

Unicef heeft zijn donoren gevraagd te stoppen met het storten van geld op de tsunamirekeningen. Tot nu toe heeft de organisatie 90 miljoen dollar toegewezen voor het herbouwen of repareren van 500 scholen in Atjeh, op het eiland Nias en in een deel van Noord-Sumatra.

Lees ook ons weblog over de wederopbouw in Atjeh

Reacties