Tracey Naughton wil brede kruisbestuiving op informatietop

22-10-2003
Door: Peter van Lier
Bron: OneWorld

OW: Wat moet er gebeuren om de extra voorbereidende vergadering van de Wereldtop in november en dus de top zelf te laten slagen?

Tracey Naughton: De Verklaring [die staatshoofden moeten gaan ondertekenen, red.] moet een brede kruisbestuiving worden van verschillende perspectieven en deskundigheden. Er moeten sociologen meedoen, economen, journalisten en andere betrokkenen van overheden, maatschappelijke organisaties en de private sector.

De rol van alle VN-organisaties moeten uitgebreid worden. Maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven dienen meer te worden gehoord, niet minder zoals nu het geval is. En overheden moeten niet alleen hun telecommunicatiedeskundigen meenemen. Ondanks de tijdsdruk moet die veelzijdige betrokkenheid worden gestructureerd.

Het klinkt misschien allemaal als luchtfietserij, tenzij Kofi Annan snel en daadkrachtig zijn morele autoriteit laat gelden en voor een benadering kiest met meerdere spelers en vanuit verschillende perspectieven. De wereld heeft bij de dageraad van de industriële ontwikkeling geen kans gehad om een set van richtinggevende principes te ontwikkelen. Die mogelijkheid hebben wij nu wel.

Welke rol hebben maatschappelijke organisaties hierin?

Het is belangrijk dat NGO's [niet-gouvernmentele organisaties, red] zich bezig houden met de ontwikkeling van het informatietijdperk waarin wij ons bevinden. Veel organisaties zien het absoluut niet als hun domein. Zij die dat wel doen, kunnen meer doen aan bewustwording over de opeenvolgende veranderingen, die de informatiemaatschappij tot gevolg heeft. Die veranderingen moeten we niet louter voor lief nemen. We hebben een rol te spelen bij het definiëren wat die veranderingen precies inhouden.

Hoewel laat, kunnen NGO's hun achterban raadplegen om te bezien wat er op nationaal niveau nodig is. Bovenal moeten organisaties hun benadering van het informatietijdperk in overeenstemming brengen met hun specifieke werkterrein. De Wereldtop voor de informatiemaatschappij is een startpunt, geen eindpunt.

Zijn die organisaties wel voldoende betrokken bij het hele proces?

Nee, hoewel de civil society wel veel meer betrokken is bij dit proces dan bij eerdere VN-toppen. Maar overheden zijn weer gevoeliger geworden. In de wandelgangen lieten overheidsdelegaties doorschemeren dat de maatschappelijke organisaties te ver waren gegaan. Hun deelname werd óf ingetrokken óf ingeperkt. Redenen daarvoor waren dat de overheden geen precedent wilden scheppen voor toekomstige VN-processen en dat sommige overheden het lastig vinden aan dezelfde tafel te zitten als hun nationale NGO's.

Toch hebben overheden tijdens een bijeenkomst in Parijs openlijk erkend dat de burgerorganisaties waardevolle kennis en ervaring hebben in te brengen. Daarentegenover staat weer dat tijdens de intergouvernementele sessies op de laatste voorbereidende vergadering [in september, red] maatschappelijke organisaties maar vijf minuten kregen om hun punt te maken over bijvoorbeeld de rol van de media, voordat ze de zaal moesten verlaten.

Wat ziet u als het grootste obstakel voor een goed resultaat in Genève?

In het informatietijdperk kunnen mondiale netwerken ontstaan zonder politieke of geografische grenzen. De milieubeweging, de anti-negatieve globaliseringsbeweging en andere belangengroepen zijn sterker geworden nu ze op mondiaal niveau communiceren.

Het wordt steeds moeilijker voor overheden om in het geheim journalisten vast te zetten, moeders van onwettige kinderen te stenigen of politieke gevangenen te isoleren. En het wordt steeds gemakkelijker voor maatschappelijke organisaties om proactieve en reactieve maatregelen tegen zulke repressie te nemen. Hoewel de soevereine staat nog altijd de macht heeft, worden er steeds meer andere perspectieven zichtbaar.

Het woord 'soevereiniteit' is veel gebruikt in de WSIS-debatten. Vooral in de plenaire vergadering waar overheden, hoewel niet openlijk, worstelen met de effecten van grenzeloze communicatie. Theoretici worstelen met het concept 'netocratie' en de impact die mondiale netwerken hebben op democratie en wereldbestuur. Zulke grote theoretische concepten kunnen niet in zo'n korte periode worden bediscussieerd. Hoewel het grootste obstakel voor een succesvolle top is dat juist die onderwerpen niet worden aangepakt.

U zei eens: 'het gaat niet over de digitale kloof, het is een culturele, economische en sociale kloof'. Kunt u dat nader verklaren.

De WSIS wordt te vaak gezien als een forum waar wordt gesproken over de zogenaamde digitale kloof die alleen verwijst naar mensen die wel of geen toegang hebben tot digitale technologie. Voor veel deelnemers in dit proces, en met name voor betrokkenen uit het Zuiden, zijn de digitale verschillen niet los te zien van de andere verschillen en kloven die er in de wereld bestaan als gevolg van de dominante economische orde en die volgen op factoren zoals sociale en culturele dominantie. De term digitale kloof is niet holistisch genoeg om de verschillende krachten en factoren te beschrijven die gecombineerd de ongelijkheid in de wereld in stand houden.

Zijn er bepaalde onderwerpen die met name door organisaties in (zuidelijk) Afrika met speciale belangstelling worden gevolgd?

Afrika is de minst ontwikkelde regio in de wereld. In termen van telecommunicatie is het continent niet goed vertegenwoordigd (of vaak helemaal niet vertegenwoordigd) in organen die de beslissingen nemen over bijvoorbeeld de toewijzing van de positie van een geo-satelliet, of van frequenties etc. Die beslissingen worden altijd genomen zonder het Afrikaanse perspectief in ogenschouw te nemen. De Afrikaanse ontwikkeling van telecommunicatie wordt daarom ook als minder belangrijk gezien.

De route van het telefoonverkeer is een ander voorbeeld van hoe het mondiale scenario in het nadeel van Afrika werkt. Als je wilt bellen van Ivoorkust naar Benin (bijna buurlanden) wordt het gesprek via Frankrijk geleid en terug, en de rekening is voor de Afrikaanse beller. De winst van het gesprek blijft bij de telefoonmaatschappij -het Europese land, meestal het land dat voorheen de koloniserende macht was. Dat is elektronische kolonisatie. Het ontbreekt Afrika aan infrastructuur: backbones [de basisverbindingen in het netwerk, red.] en de lokale wisselpunten.

Het idee van een 'digitaal solidariteitsfonds' is een ander betwist concept. Het is naar voren gebracht door de president van Mali, in de regio bekend als Mr. IT. Veel rijke landen hebben zich ertegen uitgesproken, maar het is moeilijk in te zien hoe de infrastructurele problemen van Afrika kunnen worden opgelost zonder zo'n fonds en zonder dat het is gebaseerd is op het concept van solidariteit in plaats van nieuwe business opportunities voor landen die al rijk zijn.




Reacties