‘Tijd voor grote vragen’

02-12-2008
Door: Eugène van Haaren

04_JB Wijbrandi spiegel

Jan Bouke Wijbrandi:
'Ik was er wel aan toe om de
eindverantwoordelijkheid te dragen'
Foto: Oxfam Novib

'Haha, zeker niet. Ik was er wel aan toe om de eindverantwoordelijkheid te dragen. En Unicef is een mooie organisatie die een groot draagvlak heeft met duizenden vrijwilligers en die in de top drie staat van grootste fondsenwervers in Nederland. Bovendien kom ik op deze manier een stuk dichter in de buurt van de Verenigde Naties te zitten. Dat is bepaald geen straf als je, zoals ik, graag maatschappelijk relevant werk doet en positieve verandering wil bereiken in het leven van mensen.'

Wijbrandi studeerde economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en was daar enkele jaren wetenschappelijk medewerker, voordat hij aan de slag ging voor Stichting Oecumenische Hulp in Utrecht. Bij deze door protestantse kerken opgerichte organisatie voor nood- en ontwikkelingshulp was hij onder meer hoofd Voorlichting en Werving en later directeur-secretaris van het door hem gestarte Kerk in Actie. In 1997 werd hij hoofd Marketing en Communicatie bij de NCRV.

Zijn overstap naar Artsen Zonder Grenzen, waar hij een aantal jaren verantwoordelijk was voor communicatie en fondsenwerving, was een bewuste overgang naar de seculiere hulp. 'Ik voelde me er beter in thuis. Door het vele reizen voor mijn werk ben ik meer gaan geloven in algemeen menselijke normen en waarden, die cultuur en religie overstijgen.'

Het grote verschil met Oxfam Novib is dat Unicef vrijwel geen overheidssubsidies ontvangt. 'Het is wel een opluchting om van die administratieve rompslomp verlost te zijn', aldus Wijbrandi. Hij waarschuwt dat het afleggen van te gedetailleerde verantwoordelijkheid het tegendeel dreigt op te leveren van wat ermee wordt beoogt. 'Je wordt gedwongen je organisatie een stuk ambtelijker op te tuigen, met als gevolg dat er eerder meer dan minder aan de strijkstok blijft hangen.'

Wijbrandi wil ook als directeur van Unicef van zich laten horen in het debat over draagvlak en het waarheen-waarvoor van ontwikkelingssamenwerking. 'De sector is te weinig zichtbaar en laat zich door sommige politieke partijen in de verdediging drukken. Het is hoog tijd dat organisaties gezamenlijk grote vragen aan de orde stellen. Niet vanuit angst, maar vanuit waar ze goed in zijn: betrokkenheid en hun ervaring de dingen een beetje beter te maken voor de minder fortuinlijke mensen in de wereld.' 

Reacties