Thema Europa: Overvloed en onbehagen

17-05-2009
Door: Joop Hazenberg
Bron: IS Online
One World

Economisch een reus, politiek een dwerg – het is een veelgehoord cliché over Europa. Voor ontwikkelingslanden is de Europese Unie echter van groot politiek belang. Niet alleen geven de Unie en de lidstaten samen jaarlijks tientallen miljarden euro’s aan hulp en zijn ze samen de grootste donor ter wereld, ook beslissen zij over tariefmuren, landbouwsubsidies en exportkredieten. Europa heeft forse invloed op het wereldwijde klimaatbeleid en het verbeteren van mensenrechten. De ‘zachte’ (niet-militaire) kant van het Europees buitenlands beleid is dus inmiddels behoorlijk ontwikkeld.

Vandaar dat bij de komende verkiezingen van het Europees Parlement in juni de Nederlandse partijen ruim aandacht besteden aan de relatie tussen de EU en de wereld. Op veel vlakken liggen de programma’s dicht bij elkaar. Zo willen vrijwel alle partijen (behalve het CDA) het gemeenschappelijk landbouwbeleid drastisch hervormen en afbouwen. Dat kan vanaf 2013, als de huidige afspraken aflopen. Andere opvallende punten (zie ook het kader) zijn het pleidooi van GroenLinks voor een internationaal klimaatfonds, het voorstel van de PvdA voor een meldpunt voor niet-verantwoord ondernemen, en de wens van ChristenUnie/SGP om handel en mensenrechten niet te ontkoppelen.
 
Hulpgeld beter besteden
De komende vijf jaar geeft de EU bijna 40 miljard euro uit aan ontwikkelingssamenwerking. Anders dan Nederland (36 partnerlanden) zijn er Europese programma’s in vrijwel alle niet-westerse landen. De hulp richt zich op liefst dertig thema’s, van macro-economische steun tot beheer van wildbestanden. Voorheen was die hulp erg versnipperd; tot 2007 waren er zestien verschillende Europese regelingen voor hulp.
Er is veel kritiek op de manier waarop de Europese Commissie de eigen ontwikkelingssamenwerking (Europees Ontwikkelingsfonds en het financieringsintrument voor ontwikkelingssamenwerking DCI) vorm geeft. Zo besloot zij in maart om voor 122 miljoen euro hulp te geven aan Eritrea, een land dat de mensenrechten met voeten treedt en de instabiliteit in de Hoorn van Afrika voedt.
Een samenwerkingsverband van Europese maatschappelijke organisaties is boos op de EU omdat die in de crisistijd veel te weinig doet voor de arme landen. En de organisatie Alliance2015 kwam recent met een kritisch rapport over de Europese hulp. Die zou te weinig gericht zijn op het behalen van de VN-millenniumdoelen.
De meeste politieke partijen hameren erop dat de Europese hulpgelden beter worden besteed. SP-lijsttrekker Dennis de Jong maakt zich hier veel zorgen over. “Bij bilaterale hulp komt eenderde op tijd bij de landen, maar de Europese hulp blijft steken op slechts veertien procent. Ook de verantwoording van de besteding van het geld is heel slecht.” Voor De Jong is de grootste toegevoegde waarde van de Commissie “dat zij veel kennis heeft van regionale economische integratie. Alleen daar zou Europa zich in ontwikkelingslanden bezig mee moeten houden.”

Liefdadigheid
De eurocommissaris voor Ontwikkelingssamenwerking Louis Michel heeft onlangs laten weten alleen aan die landen hulp te geven waar ‘goed bestuur’ is. De SP’er ergert zich aan deze opstelling. “Michels houding getuigt van typische Brusselse arrogantie. Als er één organisatie niet transparant en slecht functioneert op ontwikkelingsgebied, is het de Commissie zélf. Beter is het dan ook om ontwikkelingsuitgaven in het algemeen niet via de Europese Commissie te laten lopen.”

Zijn PvdA-collega Thijs Berman vindt dat Europa veel meer kan doen aan het coördineren van de hulp, de ‘taakverdeling’ tussen lidstaten en het financieren van grote werken, zoals de aanleg van infrastructuur. “De komende vijf jaar moeten we uit het tijdperk van liefdadigheid stappen”, stelt de sociaal-democraat. “De huidige hulp leidt tot te weinig autonomie van ontvangende landen en te weinig economische groei.” Berman wil daarom bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank hervormen, die moet zich meer richten op microfinanciering. Verder is hij kwaad over de hoogte van de hulpgelden. ”Premier Berlusconi van Italie is unverfroren en geeft nog slechts 0,1 procent van het Bruto Nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking. Juist nu is dat geld hard nodig; eigenlijk zou 0,7 procent van alle crisis-reddingsplannen naar arme landen moeten gaan.”

Het CDA stelt bij monde van Maria Martens (woordvoerder ontwikkelingssamenwerking voor de 288 man sterke christendemocratische EVP-fractie) dat de hulp juist in deze crisistijd moet doorgaan. Maar geld alleen is niet de oplossing voor armoedebestrijding. Martens: “Wij vinden anders dan andere partijen de opbouw van lokale economieën belangrijk. Daarvoor zijn zaken nodig als eigendomsrechten, aandacht voor het midden- en kleinbedrijf, stimuleren van ondernemersgeest en capacity building voor ondernemers. Bij andere partijen vind ik daarvoor weinig gehoor.” Zij benadrukt dat een sterk maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden cruciaal is. “Als dat er niet is, ligt het hele land bij een politieke crisis er stuur- en structuurloos bij.”

Chantage en muren
Bijna alle partijen zijn voorstander van vergaande liberalisering van de handel tussen Europa en ontwikkelingslanden. Er is daarbij ook ruime aandacht voor voordelige (‘preferentiële’) toegang tot de Europese markt. De EU is op dit moment nog in een ronde om zogeheten EPA’s (Economic Partnership Agreements) af te sluiten, waarmee een preferentieel handelsstelsel wordt opgezet. In ruil krijgen de EU-lidstaten toegang tot de economie in de arme landen. Zij maken nu nog vaak gebruik van tariefmuren en andere protectionistische maatregelen, uit angst dat hun eigen productie weggeconcurreerd wordt.
Volgens een recent rapport van hulporganisatie ICCO worden ontwikkelingslanden zwaar onder druk gezet om in te stemmen met voor hen ongunstige vrijhandel. De EU schermt in die gesprekken, aldus ICCO, met de koppeling van hulpgelden aan ondertekening van de handelsakkoorden.
Volgens PvdA-lijsttrekker Thijs Berman is die onrust inmiddels achterhaald. ‘De chantage-methode is inderdaad door Europa gebruikt en was onnodig, onterecht en ontoelaatbaar. Die houding van de Commissie leidde tot veel kwaad bloed, ook bij het Internationaal Monetair Fonds IMF. Gelukkig worden de onderhandelingen nu veel eerlijker gevoerd dan een paar jaar geleden. Er zijn al enkele voor ontwikkelingslanden zeer voordelige interim-EPA’s afgesloten.”
De SP is juist niet te spreken over de aanstaande vrijhandel. “De arme landen kunnen hierdoor geen concurrerende industrie opbouwen”, vreest Dennis de Jong. “Wij vinden dat ontwikkelingslanden regionaal moeten kunnen integreren, wanneer nodig met tariefmuren om zich af te schermen van de wereldmarkt en dumpingpraktijken.” De SP-er erkent dat dit ‘een asymmetrie in de verplichtingen’ is, maar deze afspraak is hard nodig want ‘de handelsakkoorden die nu worden afgesloten zijn volstrekt hypocriet’.

Landbouw weg uit Brussel
Verbonden aan het handelsdossier is het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU. Tot 2013 ligt dat vast, inclusief plattelandsbeleid gaat het om 45 procent van de Europese begroting. Jaarlijks worden tientallen miljarden euro’s gegeven aan boeren via directe inkomenssteun. De Unie beschermt hun werk met importtarieven voor landbouwproducten van buiten de EU. Eventuele overschotten worden op de wereldmarkt gedumpt.
Ondanks het feit dat veel ontwikkelingslanden geen importtarieven meer hoeven te betalen, zijn de meeste partijen niet te spreken over het Europese landbouwbeleid. Die willen dat daar drastisch het mes in wordt gezet. De VVD pleit voor terughalen van het beleid naar nationaal niveau, D66 wil het budget fors verlagen en subsidies afschaffen. De gecombineerde lijst ChristenUnie/SGP wil in ontwikkelingslanden zowel landbouwkennis als toegang tot grondstoffen en zoet water vergroten. Niet verrassend is dat het CDA (de ‘boerenpartij’) het systeem van landbouwsubsidies wil laten zoals het is.
“Net zoals bij de andere EU-fondsen is hier sprake van het rondpompen van geld. Het systeem is volstrekt verouderd”, fulmineert Dennis de Jong van de SP. Zijn partij wil net als de VVD het landbouwbeleid naar nationaal niveau terugbrengen. Boeren moeten door het eigen land vooral als natuurbeheerders worden behandeld. En de arme landen moeten volledige toegang tot de landbouwmarkt in Europa krijgen, vindt De Jong: “Onder andere voor rijst, suiker en bananen.”

Maria Martens van het CDA wil geen drastische hervormingen van het landbouwbeleid maar pleit wel voor meer coherentie. “Nog veel te vaak geeft de EU met de ene hand en neemt ze met de andere hand. Zo krijgen lokale kippenboeren in Kameroen Europese steun, maar kunnen boeren hier met exportsubsidies hun goedkope kippenvlees in Afrika dumpen. Aan dit soort praktijken moet een einde komen.”

Reacties