Steun bij noodhulp

01-01-2005
Door: Tekst: Martine van der Horn


Carla Risseeuw, hoogleraar ontwikkelingsstudies in Leiden, richtte twintig jaar geleden met anderen de NGO Siyath op. Deze organisatie stelt vrouwen langs de zuidkust van Sri Lanka in staat om als zelfstandig ondernemer kokosmatten te produceren en te verkopen.

'Op 12 januari viel mij in NRC Handelsblad een kort, vertaald artikel op van journalist Michael Dobbs van de Washington Post. Dobbs is al dertig jaar verslaggever en schrijft over oorlogen en aardbevingen, terreuraanslagen en revoluties. Zelf was hij nog nooit echt onderdeel van het "grote nieuws" geweest.

Tot twee weken geleden, toen hij op bezoek was bij zijn broer - die in het toerisme werkt - en zelf werd meegesleurd in de reusachtige tsunami die over de kustlijn van Zuid-Sri Lanka rolde. Deze ervaring heeft Dobbs aan het denken gezet.

Ik vind het boeiend dat een - wellicht door zijn beroep - doorgewinterde cynicus zo'n reactie kan hebben en dat hij er bovendien voor uitkomt. Dobbs schrijft dat hij is gaan beseffen hoe belangrijk netwerken zijn na zo'n ramp. Hij stelt dat humanitaire hulporganisaties van groot belang zijn, maar dat zij onmogelijk alle taken op zich kunnen nemen. Zij moeten aangevuld worden met netwerken van meer persoonlijke aard. Netwerken die voortkomen uit directe banden tussen gemeenschappen hier en gemeenschappen in de rampgebieden, en ook tussen hulpverleners en lokale gemeenschappen.

Dobbs heeft het over zijn eigen kant-en-klaar hulpnetwerk. Zijn broer heeft met andere ondernemers een wederopbouwplan opgesteld voor een aantal dorpen in Sri Lanka. Ik heb mijn eigen netwerk: Siyath, een ngo die de belangen van 3.600 vrouwen behartigt. De dorpen van dit project zijn door de ramp ernstig getroffen; een aantal is geheel verwoest. Zesenvijftig arbeidsters verbonden aan Siyath zijn omgekomen. Nog tien worden er vermist. De vrouwen die de ramp hebben overleefd, hebben geen huis meer en ook de productiemiddelen om in hun levensonderhoud te voorzien, zijn weg. Omdat hun mannen werkzaam zijn in de visserij en voorlopig niet kunnen uitvaren, is het heel belangrijk dat de vrouwen snel weer aan het werk kunnen.

De plaatselijke manager van Siyath heeft al een rehabilitatieplan voor vijf dorpen geformuleerd. Het plan is begroot op een totaalbedrag van 32.000 euro. Het aantrekkelijke van zo'n relatief klein project is dat het voor de gever duidelijker zichtbaar is waar zijn geld blijft.

Netwerken zijn, zoals Dobbs stelt, heel belangrijk. Bovendien zorgen netwerken ervoor dat je zelf niet zo'n centrale rol hoeft te blijven spelen. Zo hebben nu bijvoorbeeld anderen in Nederland het initiatief genomen om een website ( www.helpsiyath.org) op te zetten. Prachtig toch!'

Auteur: Michael Dobbs

Titel: 'Maak uw eigen hulpnetwerk'

NRC Handelsblad, 12 januari 2005

Hans van den Hoogen is coördinator humanitaire programma's bij Novib/Oxfam Netherlands

'Hoewel "Eroding local capacity" over (Oost-)Afrika gaat, moest ik er in de afgelopen weken na de tsunami-ramp vaak aan denken. Het boek belicht de samenwerking met lokale organisaties, ook in noodhulp, en de versterking van de lokale capaciteit, een van de kernelementen van het werk van Novib. Het is een bundeling van studies door Afrikaanse, Deense en Noorse onderzoekers naar de interactie tussen internationale organisaties (de VN en internationale ngo's), de staat en de lokale "civil society" in vier Oost-Afrikaanse landen: Tanzania, Kenia, Uganda en Somalië.

Ondanks de verschillen tussen de vier landen constateren de auteurs een aantal patronen. Zo concluderen zij dat de rol van internationale actoren alleen maar groter is geworden en dat die er (financieel, politiek) belang bij hebben om dit zo te houden. Daarnaast gaat het, in de retoriek van de internationale actoren, over capaciteitsversterking van lokale organisaties. In werkelijkheid is er sprake van het omgekeerde: internationale organisaties hebben rond noodhulp een beperkte tijdshorizon en zien het versterken van lokale capaciteit niet als onderdeel van het politieke doel op de lange termijn. De aanname is dat er geen lokale capaciteit is.

De auteurs houden een pleidooi om deze trend te keren. Belangrijk is dat de staat weer de verantwoordelijkheid neemt die deze in het kader van de International Humanitarian Laws en Human Rights Laws heeft. Ook moet het lokale maatschappelijk middenveld zijn rol en taken serieus nemen en de kans krijgen - zowel van de overheid als in internationaal perspectief - om die rol in de politieke en maatschappelijke arena te spelen.

Het patroon dat in het boek geschetst wordt, zie je terugkomen in de hulpverlening na de tsunami: buitenlandse organisaties eisen het terrein voor zichzelf op. Zij erkennen het bestaan van lokale overheden en organisaties nauwelijks en ervaren deze soms zelfs als hinderlijk. Novibs lokale organisaties klagen erover dat ze geïnstrumentaliseerd worden.

Wij, als Novib, en ik, als coördinator noodhulp, hebben de afgelopen weken geprobeerd om de rol, de taak en de mogelijkheden van lokale actoren te benadrukken. We hebben dat gedaan in de media, binnen Oxfam International en in de lobby naar de VN. Wat Somalië betreft, hebben we bijvoorbeeld gevraagd of lokale organisaties mee kunnen doen in de door de VN gestarte "needs assessment"-missies.

Overigens: ik ben niet principieel tegen het inzetten van mensen of organisaties uit het buitenland. In specifieke gevallen kan dit nuttig en nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer er onvoldoende lokale capaciteit of specifieke kennis is, of wanneer "buitenlanders" als toezichthouders of waarnemers belangrijk zijn, zoals in conflictsituaties.'

Auteur: Monica Kathina Juma & Astri Suhrke (ed.)

Titel: Eroding local capacity. International humanitarian action in Africa

ISBN: 91-7106-502-4

Verkrijgbaar: in de boekhandel (op bestelling)



Reacties