Stedelijke ontwikkeling in een breder perspectief

01-01-2006
Door: Tekst: Judith Jansen


Faith Yson Varona uit de Filippijnen heeft al een aantal jaren werkervaring. Ze is architect en werkt voor een ngo die technische assistentie biedt aan arme gemeenschappen in de stad Iloilo city. De ngo bestaat uit een team van architecten en ingenieurs, allen vrouwen. Ze werken in de armste delen van de stad. Met haar collega's en stadsbewoners plant en ontwerpt Faith wijken. De nadruk ligt daarbij op de participatie van de bewoners: zij beslissen wat ze in hun gemeenschap belangrijk vinden - een marktplaats bijvoorbeeld, kinderopvang of een speeltuin. Hoewel de ngo samen met de bewoners zorgt voor de planning en het ontwerp, zijn de bewoners zelf verantwoordelijk voor de uitvoering: zij bouwen de huizen of zoeken familieleden die daarmee kunnen helpen.

Opleiding:     

Master course in Urban Management & Development

Instelling:       

IHS, Rotterdam

Duur:              

1 jaar

Kosten:          

10.800 Euro

Website:        

www.ihs.nl

De IHS-studenten hebben minimaal een bachelordiploma op zak en vaak al een aantal jaren werkervaring, bijvoorbeeld als planoloog, architect of bestuurlijk ambtenaar. Ze zijn in dienst bij organisaties of overheidsinstellingen die zich bezighouden met grootstedelijke aangelegenheden, zoals planning, woonvoorzieningen voor de armsten, en stedelijk of regionaal bestuur. Na het masterprogramma aan het IHS keren de studenten terug naar hun thuisland, om daar de opgedane kennis in de praktijk te brengen. 'Zo doen we aan institutionele capaciteitsopbouw', vertelt Maartje van Eerd, de coördinator van het programma. 'Studenten komen voor een jaar naar Nederland, worden hier uitgebreid bijgeschoold en gaan daarna terug naar de organisatie waar ze al voor werkten.'

Bredere kijk

'Het IHS staat wereldwijd erg goed aangeschreven op het gebied van stedelijke ontwikkeling', vervolgt Van Eerd. 'Onze studenten weten meestal tot in de puntjes wat er in hun kleine deelgebiedje speelt, maar wij besteden uitgebreid aandacht aan de wisselwerking tussen de verschillende disciplines. Dat doen we via de "multi-stakeholder approach". De groep studenten komt uit diverse beroepsvelden die zich met stedelijke ontwikkeling bezighouden. Door de nadruk te leggen op discussies, groepswerk en presentaties proberen we de studenten zo veel mogelijk van elkaar te laten opsteken. Dat geeft ze een bredere blik op hun eigen werkveld. We willen ze vooral rekening leren houden met de verschillende partijen waar ze mee samenwerken: de overheid, ngo's, lokale gemeenschappen en partners uit de private sector.'

De masteropleiding aan het IHS duurt een jaar en wordt afgesloten met een thesis. Daar moeten de studenten een maand veldwerk voor verrichten. De meeste doen dat in hun eigen land. Timoteos Hayesso uit Ethiopië: 'Op mijn werk bij een bureau voor stedelijke planning zijn we bezig met ontwikkelingsplannen voor een deel van Awasa, de stad waar ik vandaan kom. Tijdens mijn veldwerk wil ik onderzoeken hoe je de bestaande sociale en economische structuren in dat deel van de stad kunt vernieuwen, en hoe de levensstandaard van de mensen die er wonen, opgekrikt kan worden. Mijn thesis wordt een beschrijvend stuk, maar zal ook een aantal aanbevelingen bevatten. Wanneer ik eenmaal terug ben in Ethiopië, ga ik met die aanbevelingen aan de slag. Momenteel heb ik uitgebreid e-mailcontact met mijn baas. Die levert commentaar op mijn onderzoeksvoorstel. Op die manier proberen we het zo relevant mogelijk te maken, zodat we er straks zelf ook wat mee kunnen.'

Elkaar aanvullen

Ook Faith is van plan haar onderzoek thuis, in de Filippijnen, te gaan doen. 'Ik kijk nu op een andere manier naar de organisatie waar ik voor werk. We hebben steeds te maken met de overheid. Hier in Nederland heb ik meer inzicht gekregen in beleidskwesties. Dat zal me helpen om tijdens de veldwerkperiode in de Filippijnen uit te zoeken hoe mijn ngo effectief kan samenwerken met de regering. Op dit moment werken we vooral ónder de overheid, maar we willen liever mét de overheid werken. Eigenlijk zouden we elkaar moeten aanvullen. Onze ngo zorgt voor de planning en de constructie van de huizen en de publieke ruimtes. De regering hoort te zorgen voor de wegen en de basisvoorzieningen, zoals water en elektriciteit. De samenwerking met de overheid wil helaas nog niet zo goed vlotten; ze beschouwen ons niet als een gelijkwaardige partner. Maar ik denk dat mijn opleiding op het IHS een beetje zal helpen. Ik sta steviger in mijn schoenen en hoop ook meer gewaardeerd te worden - het instituut staat in de Filippijnen namelijk goed aangeschreven. Als je hier bent opgeleid, nemen ze je een stuk serieuzer. Zo zal mijn opleiding in Nederland mijn ngo ongetwijfeld ten goede komen.'



Reacties