Stabiel of niet, de opbouw gaat door

01-11-2006
Door: Tekst: Martine van der Horn


Trots laat Marianne Flach de grote witte jeep zien. Op de zijkant van de deur staat het logo van Helen Keller. 'Eindelijk heb ik 'm. De auto stond maanden bij de douane.' Het is maar een klein obstakel, een van de vele die ze afgelopen jaar tegenkwam bij het opzetten van een nieuw programma in Congo-Kinshasa. Het ongemak valt in het niet als ze even later vertelt over de angstige dagen die zij en haar dochter eind augustus beleefden.

Witte VN-pantserwagens

Enkele uren voor de uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen bestormden Joseph Kabila's troepen het zwaar bewapende huis van zijn opponent Jean-Pierre Bemba. Drie dagen lang klonk er in en rond het stadscentrum van Kinshasa hevig geweervuur. Officieel vielen er 23 doden, maar er gingen geruchten over tientallen meer. Het huis van Flach stond midden in de vuurlinie. De twee presidentskandidaten, die na veertig jaar van conflicten voor democratie moeten gaan zorgen, hadden het land bijna opnieuw in een oorlog gestort.

Op weg naar een project aan de rand van de stad wijst Flach naar de witte VN-pantserwagens die op strategische punten zijn opgesteld. De VN hebben in Congo ruim 17.000 vredessoldaten, waarvan een klein deel in de hoofdstad. De Europese Unie legerde 1.400 man in Kinshasa en houdt eenzelfde aantal achter de hand in Gabon. 'Kijk, dat is het huis van Bemba', zegt Flach. Ze kan er alweer nuchter over praten. 'Ik heb minder last van de onveiligheid dan de mensen denken.' Wel heeft ze besloten haar dochter voor de uitslag van de tweede ronde van de verkiezingen naar Nederland te sturen en zelf vertrekt ze voor haar werk naar Senegal.

Flach was niet de enige die in verband met de turbulente tijd rond de verkiezingen uit Congo vertrok. Ook de Nederlandse medewerkers en één Belgisch lid van het SNV-team in Kinshasa brachten de afgelopen weken in Nederland door, op het hoofdkantoor in Den Haag. Gezamenlijk had het team in Kinshasa de veiligheidssituatie bekeken en besloten het zekere voor het onzekere te nemen. Alain Rousseau, vertegenwoordiger van SNV in Congo en coördinator van het team: 'Het moeilijke is dat er in Kinshasa zoveel geruchten de ronde doen. Het hele jaar is dat al aan de gang, maar van al die geruchten is niets bewaarheid. Als er dan wel wat gebeurt, is dat vaak weer niet aangekondigd in de geruchten.'

Veiligheidsplannen

Dat de onveilige situatie het werk beïnvloedt, daarover zijn de ontwikkelingswerkers in Kinshasa het eens. Ook Léocadie Lushombo van Cordaid beaamt dat. 'We analyseren voortdurend de politieke situatie en passen de veiligheidsplannen aan. Maar je moet het ook niet overdrijven: het is niet zo dat de programma's daardoor stil komen te liggen. In ons geval geldt dat de programma's worden gerealiseerd door Congolezen ter plekke - Cordaid werkt met lokale partners op het gebied van gezondheid en zorg. Een onveilige of politiek instabiele situatie maakt helaas gewoon deel uit van hun leven.'

Naast de onveiligheid zijn er vele andere factoren die het ontwikkelingswerk in een land als Congo complex maken, stelt Lushombo vast. 'Heb je onze wegen gezien?' vraagt ze. 'Totaal verwoest door alle conflicten. Decennialang is er niet in geïnvesteerd. Er wordt altijd gedacht dat er in ons land vooral behoefte is aan voedsel, maar op het platteland verbouwen de mensen gewassen, ze hebben te eten. Wat de boeren nodig hebben, is een weg, zodat ze naar de stad kunnen rijden om hun producten te verkopen. Ons land is zo groot als heel West-Europa!' Lushombo geeft er meteen een voorbeeld bij: 'Nu krijgen ze in Kivu vijftien dollar voor honderd kilo bonen. Die worden vervolgens in Kinshasa voor tweehonderd dollar verkocht. De mensen die de middelen hebben voor vervoer - met een vliegtuigje bijvoorbeeld - profiteren ervan.' Ze schudt haar hoofd en zegt gedecideerd: 'Je moet werken aan de oorzaak.' Volgens Lushombo moet het mechanisme van armoede aan de basis worden aangepakt, 'intern, lokaal en op wijkniveau'.

Tienduizend ngo's

Op een dinsdagochtend in september is het SNV-team volop in touw in het kantoor aan de Avenue Colonel Mondjiba: de een bereidt een vergadering voor over stadsreiniging, de ander een workshop over bosbeheer. Coördinator Rousseau spreekt nog wat door met een collega. Later op de ochtend klopt een EU-militair aan om het te hebben over de veiligheidssituatie. Hoe anders was het begin 2005, toen Rousseau in Kinshasa startte. Het programma in het oosten van Congo, in Goma, draaide net een jaar, maar in de hoofdstad stond hij er alleen voor. Rousseau, die sinds 1989 in Afrika werkzaam is, herinnert zich die opstartperiode nog goed. 'Waar moet je beginnen in een stad met acht miljoen mensen?' De logistiek was moeilijk, maar andere zaken verliepen opeens weer heel vlot. 'We mochten bijvoorbeeld op een toeristenvisum werken.' De problemen begonnen pas toen alles officieel moest worden geregistreerd. 'Het was moeilijk om volledige erkenning als ngo te krijgen. Dat is kenmerkend voor Congo, dat heb ik nooit meegemaakt in andere Afrikaanse landen.'

Straatbeeld in Kinshasa - de VN hebben in Congo ruim 17.000 vredessoldaten, waarvan een klein deel in de hoofdstad

Beeld: Krista van Wolfswinkel

Rousseau ontdekte al snel dat het lastig is om naamsbekendheid te verwerven in zo'n immens land als Congo. 'Er zijn hier zo'n tienduizend verschillende ngo's', zegt hij. 'Als niemand in het land je kent en je verleent vraaggericht advies, dan is dat een probleem.' Dus probeerde het team 'een eigen strategie te verkopen'. Met het Congolese armoedebestrijdingsdocument in de hand ontwikkelden de medewerkers thema's - zoals het stimuleren van watervoorzieningen of consolidatie van vrede en veiligheid - waarbinnen ze activiteiten konden ontwikkelen.

Op stap in de volkswijken van Kinshasa lijkt deze strategie te gaan lukken. In Matete, een arme wijk net buiten het centrum, leidt SNV'er Modeste Zihindula een ledenbijeenkomst van het stadsreinigingsplatform. Ngo's, technische experts en mensen uit de privé-sector zitten rond de tafel. Hoewel het platform pas sinds februari bestaat, heeft SNV nu al vele uiteenlopende partijen bijeengebracht.

Het initiatief dient om informatie uit te wisselen, en te komen tot een goede planning en afstemming van de activiteiten voor de stadsreiniging. 'Het is een dynamisch platform', zegt Zihindula. Mét tastbare resultaten: de kratten die door een van de leden, een brouwerij, zijn geleverd, zijn door een andere platformdeelnemer, een plasticfabriek, omgesmolten tot flitsende, gele prullenbakken. Even later schuifelen twee 'pousse-pousseurs' (vuilnismannen met handkarren) uit de wijk voorbij. Een ngo uit het platform heeft ze een training over recycling en afvalscheiding gegeven. Rousseau: 'Met dit initiatief hebben we synergie opgebouwd.'

Vitaminecapsule

Voor Marianne Flach is het eerste jaar in Kinshasa achter de rug. Ze heeft er een leerzame periode opzitten, waarin ze het vlak daarvoor in Congo opgezette programma van Helen Keller uitbouwde. 'Ons project bestrijkt het hele land. Alle kinderen tussen de 6 en 59 maanden, zo'n elf miljoen, krijgen één keer in de zes maanden een capsule met vitamine A. Dat is een hele organisatie.' Om te illustreren hoe lastig het is, haalt ze de presidentsverkiezingen aan. 'Het kostte weken om de stembiljetten te verspreiden en weer in te zamelen; het land heeft nauwelijks of geen wegen, er is altijd een tekort aan benzine en er zijn geen of slechte vervoersmiddelen.'

Tegelijkertijd relativeert ze: 'Deze vitamine A-campagne is niet iets nieuws. De overheid, die het project uitvoert, heeft al ervaring met grote campagnes, bijvoorbeeld met inentingsprogramma's tegen mazelen en polio. Alleen vinden die plaats als de ziektes echt dreigen uit te breken, en niet, zoals met de vitaminecampagne, twee keer per jaar. Dat maakt het zwaar. We zijn een paar maanden met de voorbereiding bezig, vervolgens voeren we de werkzaamheden uit, dan komt de afwerking, en beginnen we weer opnieuw. In korte tijd geven we - Unicef en Helen Keller financieren het project - veel geld uit: zo'n anderhalf miljoen dollar. Evaluatie daarna is belangrijk, maar wil je de resultaten gebruiken voor een volgende campagne, dan moet je wel snel zijn.'

Inmiddels is gebleken dat het van belang is om de vitamine A-campagne op de juiste wijze te communiceren. Flach: 'Het is weinig bekend dat vitamine A helpt om kindersterfte in te perken - het versterkt de immuniteit. Omdat er geen direct effect te zien is, heeft de campagne uitleg nodig. Maar hoe doe je dat op een effectieve manier?' Ze somt de mogelijkheden op: 'We gebruiken radio, tv en posters. Maar inmiddels zijn we erachter dat de informele kanalen, zoals scholen, vrouwengroepen en omroepers in de dorpen, het beste werken. Radio en tv zijn in het achterland vaak niet aanwezig. Posters zijn na een dag al meegenomen.' Een ander probleem is geld. 'Hoe krijg je de benodigde middelen voor een campagne aan de andere kant van het land als er geen banken zijn? Het kost tijd om dat soort zaken te begrijpen. Niet alleen voor mij, maar ook voor het hoofdkantoor in Canada. Daar staan ze soms helemaal met hun oren te klapperen.'

Direct na de uitslag van de tweede ronde vliegt Flach terug naar Kinshasa. Tenminste, als het rustig blijft. En dat hoopt ze, want ze merkt dat de politiek instabiele situatie voor belemmeringen zorgt. Niet eens zozeer voor de uitvoering van het programma, want 'de vitamine A-campagne gaat gewoon door. Sterker nog: als de rebellen zijn ingelicht, helpen ze mee.' Het is vooral de uitbouw van de campagne die stagneert, meent Flach. Hoewel - ze blijft positief. 'Onlangs hebben we samen met onze partners een klein succesje geboekt. We gaan tarwebloem verrijken met ijzer en foliumzuur. Binnenkort staan die producten met een logo op de winkelplanken. Zo gaat dat hier, telkens een kleine stap voorwaarts.'

 

Uittredend president Joseph Kabila heeft de tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 29 oktober gewonnen. Hij won met 58 procent van de uitgebrachte stemmen. Helaas bleef het niet rustig.



Reacties