Spagaat

01-11-2004
Door: Tekst: Ad Bijma


Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking is nog steeds onverminderd groot. Uit recente inventarisaties door COS'en blijkt dat er landelijk mogelijk wel circa 10.000 lokale groepen actief zijn op het gebied van internationale samenwerking. Het is juist deze bestaande publieke steun en de persoonlijke betrokkenheid van mensen die zo ongemeen belangrijk is voor alle ontwikkelingsorganisaties in Nederland. Ontwikkelingssamenwerking lééft tenminste onder de mensen. Ook lokale en regionale VVD-politici dragen daar hun steentje aan bij.

Daarom schaf je ontwikkelingssamenwerking niet zomaar af, evenmin als de NCDO en de (thematische) medefinancieringsorganisaties. Of de COS'en, maar die worden tenminste nog in belangrijke mate uit regionale bronnen gefinancierd, mede dankzij dat publieke en politieke draagvlak.

Maar om het brede draagvlak te behouden en verder te versterken, is het wel van belang dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties méér en beter met elkaar samenwerken. De nieuwe brancheorganisatie Partos is daartoe een eerste stap, maar deze zal zich nog moeten bewijzen.

Het blijkt in de praktijk lastig, want het ministerie geeft aan ontwikkelingsorganisaties die door het departement worden gefinancierd een heel ingewikkelde opdracht mee: beter samenwerken én meer concurreren. Maar die boodschap werkt als een contraproductieve spagaat. Afrekenen op doelmatigheid en resultaat is wenselijk en noodzakelijk en kan zeker beter dan in het verleden. Maar investeren in samenwerking levert veel meer maatschappelijke winst op dan investeren in onderlinge concurrentie. Het laatste frustreert vooral en levert in deze sector ontegenzeggelijk veel verspilling van maatschappelijk kapitaal op.

Het ministerie heeft de medefinancieringsorganisaties ook de mogelijkheid gegeven om meer te investeren in draagvlakontwikkeling, op landelijk niveau van oudsher het domein van de NCDO. De bedoeling hiervan was ongetwijfeld om ontwikkelingssamenwerking te 'vermaatschappelijken' en het draagvlak te vergroten. Maar wat er ontstaat, is concurrentie, de noodzaak om de eigen organisatie te profileren, kortetermijndenken en angst voor dubbele agenda's. Er ontstaat op diverse gebieden ook 'overkill'. Dat levert (te) veel negatieve energie op en komt draagvlakontwikkeling niet ten goede. COS Nederland, de regionale draagvlakontwikkelaar met een landelijk netwerk van regionale COS'en, heeft daar soms last van. Als onafhankelijk makelaar en bruggenbouwer willen wij graag samenwerken met alle partijen, en alle partijen zouden méér en beter moeten willen samenwerken met elkaar. Ook de vereniging COS Nederland zelf heeft dat goed begrepen door intern te reorganiseren en fors meer te investeren in samenhang en collectiviteit.

Het zou goed zijn om de rollen die de diverse organisaties hebben nog eens opnieuw te bekijken. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat draagvlakontwikkeling op lokaal niveau, lobby en campagnes op nationaal niveau en internationale projectondersteuning door overheid en particuliere organisaties (van groot tot klein) elkaar versterken. Daar valt nog een wereld te winnen.

directeur van COS Nederland



Reacties