Soja: vloek of zegen?

01-11-2004
Door: Tekst: Evert-jan Quak


'De ontwikkeling is hier de afgelopen tien jaar enorm snel gegaan', zegt sojaboer Carlos Rojas (40). 'We leefden hier lange tijd op marginale voet. Maar daar kwam verandering in door de soja. Al het geld dat we nu hebben, is te danken aan de soja. Vroeger droomden we van een tractor of een motor. Nu is dat realiteit.'

Het is vreemd om de boeren nu eens niet te horen klagen over geld. Vergeleken met zes jaar geleden, toen ik hier voor het laatst was en er een ongekende economische crisis heerste, zijn de boeren nu positief gestemd. De prijzen zijn stabiel en - door de groeiende vraag naar soja - redelijk hoog. Wat ook bijdraagt aan het optimisme, zijn de bijzonder goede oogsten van de laatste twee jaar.

Dat het goed gaat met de 'soyeros' (sojaboeren) is zichtbaar in de straten van San Pedro. Ze gaan nog amper met de fiets naar hun landbouwgrond, zoals zes jaar geleden, maar met goedkope Japanse crossmotoren. Vroeger moesten de boeren een tractor huren van de soja-industrie, tegenwoordig hebben ze een eigen tractor. Elk uur rijdt er een propvolle bus naar de dichtstbijzijnde stad, zes jaar geleden ging die niet meer dan tweemaal per dag. En overal in het dorp verrijzen dependances van de soja-industrie om chemicaliën, kunstmest en zaaigoed te verkopen.

De crisis van 1999 - toen de internationale vraag naar soja instortte door de malaise in Azië en, tot overmaat van ramp, door de droogte de productiviteit naar een historisch dieptepunt daalde - heeft in San Pedro een schifting veroorzaakt. Voormalig soyero Marcelo Oñetto (43) legt uit: 'Vier jaar geleden heb ik mijn grond moeten verkopen. Ik kon mijn schulden niet terugbetalen door twee slechte oogsten en de lage prijzen.'

Het kleine winkeltje dat Marcelo's vrouw runt, vormt nu de belangrijkste inkomstenbron van de familie. In de oogstperiode biedt Marcelo zich aan als hulp bij de grote sojaboeren die in de omgeving van San Pedro duizenden hectaren bezitten. Het zijn Brazilianen en Russen, die profiteren van de schappelijke grondprijzen en de lage lonen. Marcelo heeft het er moeilijk mee. 'Als ik zie hoe de campesinos nu profiteren van de gunstige economie, twijfel ik aan mezelf. Toch heb ik niet het idee iets anders gedaan te hebben dan zij.'

Vooral boeren die dertig hectare of minder in bezit hadden, hebben door de crisis het loodje gelegd of ternauwernood weten te overleven. Het gaat echter om een vrij kleine groep. De meeste soyeros bezitten net iets meer grond. Zij weten ondertussen dat het steeds moeilijker wordt om rond te komen van vijftig hectare of minder. Daarom proberen ze, nu het economisch beter gaat, rond het dorp extra grond te kopen.

Een enkeling heeft al honderd hectare. Een van hen is Pablo Nogales (35). 'Ik had het geluk dat ik tien jaar geleden kon beginnen met dertig hectare die vrijkwam in de familie van mijn moeder. Mijn vader had zelf vijftig hectare. Deze heb ik vier jaar geleden overgenomen. Met het extra geld dat ik daarmee verdiende, kocht ik nog meer grond. Ik heb het gevoel dat de zaken goed gaan.'

Vrijhandel

Maar hoelang nog zullen de zaken goed gaan in San Pedro? En hoelang nog kunnen de sojaboeren in betrekkelijke onafhankelijkheid hun soja op de markt brengen? De ontwikkelingen in Argentinië en Brazilië - de twee grootste sojaproducenten van Zuid-Amerika - laten zien dat er in een vrije markt nauwelijks ruimte is voor kleine sojaboeren. En er speelt meer. Iets wat de hele sojasector in Bolivia aangaat.

De landen van de Comunidad Andina (Bolivia, Peru, Ecuador, Colombia en Venezuela) hebben vrijhandelsverdragen ondertekend met de Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay). Dit betekent dat vanaf 2005 geleidelijk alle tarieven worden afgebroken tot er sprake zal zijn van een totale vrijhandel in 2014.

Rolando Zabala, hoofd van ANAPO (Asociacion de Productores de Oleaginosas y Trigo), de belangenorganisatie van (onder anderen) de sojaboeren, legt uit wat hiervan het gevolg kan zijn: 'Als er niets verandert en we in Bolivia niet investeren in de sojasector, is het goed mogelijk dat er over vijf jaar in ons land geen soja meer wordt verbouwd.' Dat zou een ramp betekenen voor Bolivia. Bijna 30 procent van de exportinkomsten (365 miljoen dollar in 2003) is gerelateerd aan de sojasector, voor het departement Santa Cruz is dat zelfs meer dan 60 procent.

Volgens Zabala is de situatie zo precair omdat Bolivia op dit moment niet kan concurreren met Brazilië en Argentinië. De hoge transportkosten doen het voordeel van de lage lonen teniet. De meeste soja wordt geëxporteerd naar Colombia (bijna 40 procent) en Peru (20 procent). Niet vreemd, want dat zijn landen waaraan Bolivia geen importheffingen verschuldigd is. Omdat Brazilië en Argentinië dat wel zijn, is de Boliviaanse soja in Colombia nu nog goedkoper. 'Het zal iedereen duidelijk zijn dat wij na het afbreken van de tarieven niet meer die bevoorrechte positie hebben', besluit Zabala.

De Boliviaanse infrastructuur is erbarmelijk. Als daar niet snel in wordt geïnvesteerd, tekent zich onherroepelijk een doemscenario af. De wegen zijn belabberd en het spoorwegbedrijf Ferroviaria Oriental (monopolist voor het vervoer van soja naar de grens met Brazilië) rekent erg hoge prijzen. De overheid doet niets. Een ander probleem is de inefficiënte overslag op binnenvaartschepen (op de Rio Paraguay, bij de Braziliaanse grens). Bovendien is de rivier tot in Paraguay niet diep genoeg, waardoor de schepen niet volledig beladen kunnen worden. Baggeren is geen optie, zowel vanwege de hoge kosten, als vanuit milieuoogpunt.

Maar er speelt meer dan alleen de te hoge transportkosten. Sojaboeren in Bolivia zijn bijvoorbeeld duurder uit bij de aanschaf van kapitaalgoederen, omdat deze geïmporteerd moeten worden - meestal uit Brazilië. Daarbij is de rente op kredieten er significant hoger dan in de buurlanden. En de sojaboeren kunnen niet rekenen op subsidies om de sector te stimuleren, wat wel het geval is in Brazilië en Argentinië.

Hoop

De verwerkende industrie en de exporteurs zien nog voldoende toekomst voor soja, maar de overheid moet dan wel haar beloften nakomen. 'De vele problemen waarmee de sector kampt, kun je toeschrijven aan een slechte politieke strategie,' zegt David Onks, directeur van ADM-SAO, een van de grootste sojaverwerkende bedrijven. (In 1998 verkocht SAO als enige bedrijf in de sector een meerderheidsaandeel aan een buitenlands bedrijf, de Amerikaanse multinational ADM.) 'De Boliviaanse regering is te snel en zonder iets terug te vragen akkoord gegaan met de vrijhandelsverdragen. Aan de industrie is toen wel beloofd dat er geïnvesteerd zou worden in het productieklimaat. Maar we zijn nu vele jaren verder en er is nog niets gebeurd. Het verlies van markten moet door de overheid worden hersteld.'

Totnogtoe overheerst de hoop dat het nog niet te laat is. Gesprekken eindigen steevast met 'ojala' ('laten we het hopen'). Hoop klinkt ook door in de stem van Rolando Zabala: 'Azië, en China in het bijzonder, is een belangrijke nieuwe markt. Onlangs heeft China te kennen gegeven om voor 150 miljoen dollar aan Boliviaanse soja te willen kopen. Een enorm bedrag, dat een stimulans kan geven aan onze sector.' De vraag is alleen waaróm China wil investeren in de Boliviaanse sojasector. Het antwoord ligt besloten in de Boliviaanse gasvoorraad. Met de belofte ook in andere sectoren te zullen investeren hoopt China toegang te krijgen tot de aardgasvelden in het Zuid-Amerikaanse land.

Als alles doorgaat, betekent dit een verdubbeling van de huidige sojasector. Zit iedereen wel te wachten op zoveel soja in Bolivia? Nu al stapelen de grondconflicten zich op in Santa Cruz. De oorspronkelijke bewoners van de laaglanden delven daarbij steeds het onderspit. Zij verbouwen geen soja en leven op marginale voet, maar wel op de vruchtbare grond die de soyeros graag willen inlijven. Daarnaast vrezen milieuorganisaties voor een verdergaande ontbossing. Tussen 1975 en 1995 is in heel Bolivia al drie miljoen hectare bos verdwenen, voor een groot deel veroorzaakt door de landbouw in Santa Cruz. Het land telt op dit moment 54 miljoen hectare bos. Natuur- en milieuorganisaties hebben berekend dat alleen al de sojateelt de komende jaren verantwoordelijk zal zijn voor een jaarlijkse afname van 250 duizend hectare bos.

Een heel ander punt dat ngo's verontrust, is dat de introductie van genetisch gemanipuleerde soja steeds dichterbij komt. Enkele jaren geleden nog vertrok de multinational Monsanto uit Bolivia omdat het land niet wilde overstappen op het 'Round-up'-sojazaad van de onderneming. Maar door de ommezwaai in Brazilië, waar ggm-soja sinds kort beperkt gelegaliseerd is, wil de Boliviaanse sojasector nu wél omschakelen. Rolando Zabala: 'We zijn hier al duurder dan Brazilië en Argentinië en als blijkt dat we goedkoper en beter kunnen concurreren met ggm-soja, zie ik geen reden om het niet te doen.' Milieu of gezondheid speelt in deze discussie geen rol. Er wordt alleen gesproken in termen van economische belangen. Zabala verwacht dat de eerste genetisch gemanipuleerde soja over drie jaar haar opwachting zal maken in Bolivia.

De boeren in San Pedro weten van dit alles echter niets. Tot nu toe hebben ze kunnen profiteren van de soja, maar blijft dat zo? De realiteit in Argentinië en Brazilië stemt niet optimistisch. Het wordt in een vrije markt steeds moeilijker om te concurreren met grootschalige sojaboeren. ANAPO is ervan overtuigd dat het voor boeren met minder dan honderd hectare in de toekomst vrijwel onmogelijk zal worden om soja te verbouwen. Ruim 75 procent van alle 14.000 sojaboeren in Santa Cruz heeft vijftig hectare of minder. Voor ruim 10.000 boerenfamilies dreigt dus een enorm gevaar. ANAPO is daarom al na aan het denken over alternatieve gewassen voor kleine sojaboeren. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan sesamzaad. Daar is wereldwijd veel vraag naar, de prijzen zijn goed en het gewas is makkelijk te telen. Ojala!

Nederlandse ngo's nemen in Europa het voortouw om het bedrijfsleven serieus te laten zoeken naar alternatieve vormen van sojaproductie. BothEnds, Wereld Natuur Fonds, Milieudefensie, Cordaid, Solidaridad, Kerk in Actie en het Nederlandse Comité IUCN vormen samen met andere ngo's de Nederlandse sojacoalitie. Nederland is de grootste Europese soja-importeur, waardoor ons land een belangrijke rol kan spelen in mogelijke oplossingen voor dit probleem.

Zie ookwww.bothends.org



Reacties