Social Watch waakhond over armoedebeleid

02-07-2001
Door: OneWorld Redactie

Den Haag, 2 juli 2001

Vooruitgang en achteruitgang
Het Jaarrapport Social Watch 2001 laat vooruitgang en achteruitgang zien van landen op het gebied van sociale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld basisonderwijs en primaire gezondheidszorg.
De algemene conclusie is dat in de helft van de 155 landen vooruitgang is te zien in het verbeteren van toegang tot basis sociale voorzieningen. Zo’n 22 % laat aanzienlijke vooruitgang zien, 28 % enige vooruitgang, 37 % stagnatie, 9 % enige achteruitgang en 4 % aanzienlijke achteruitgang. Landen als Bolivia en Ghana hebben wel veel vooruitgang geboekt, maar er blijkt uit het rapport dat er nog heel veel armoede heerst. Er is dus nog veel nodig om de internationale doelstellingen te halen.
Ethiopië heeft tot 1998 vooruitgang geboekt, maar de angst bestaat dat dit deels is tenietgedaan door de oorlog en de droogte na 1998. Nu er vrede is, moet de enorme achterstand ten opzichte van de internationale doelstellingen worden aangepakt.

Waakhondfunctie
Keer op keer worden internationale doelstellingen voor sociale ontwikkeling en armoedebestrijding afgesproken. Social Watch is de internationale waakhond van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die zorgt dat deze afspraken door overheden worden nagekomen. Uitgangspunt van het netwerk is dat het maatschappelijk middenveld betrokken moet zijn bij de formulering, uitvoering, monitoring en evaluatie van overheidsbeleid. Er zijn inmiddels NGO’s uit 60 landen aangesloten bij Social Watch. Het belangrijkste instrument van Social Watch is het jaarrapport, waarin overheden worden gecontroleerd op de uitvoering van afspraken over armoedebestrijding en sociaal beleid.

Falende en corrupte overheid
Tanzania, Uganda en Zambia laten weinig vooruitgang zien met betrekking tot het halen van de sociale doelstellingen. Ondanks goede plannen van de overheid blijft veel steken op uitvoeringsniveau. Decentralisatie (van bijvoorbeeld het onderwijsbeleid) is nodig. Dit blijkt enorm moeilijk in Uganda door zwakke institutionele capaciteit op districtsniveau. Daarnaast is bestrijding van corruptie de grootste uitdaging. Bijna 50 % van het totale Ugandese budget voor 2000/2001 verdwijnt door corruptie in overheidsdepartementen (Bron: Auditor General’s Report, Uganda Debt Network, Draft Report, Monitoring and Evaluation of Poverty Alleviation Fund, Kampala, 2000). De waakhondrol van NGO’s is ook hier van cruciaal belang: burgers hebben er recht op dat hun kinderen goed onderwijs krijgen en dat de overheid op alle niveaus zijn werk naar behoren doet.

Nederland en onderwijs
Nederland heeft goede vooruitgang geboekt met het financieren van onderwijs uit bilaterale hulp. In 14 landen heeft minister Herfkens gekozen voor onderwijs. Daarnaast wordt gekeken of steun gegeven kan worden aan onderwijs in landen die niet op het kernlandenlijstje staan. Het Nederlandse beleid laat een lichte stijging zien van de uitgaven naar 3,5 % voor 2001 van het ODA budget. Dit is een mooie stap, maar er moet meer gebeuren de komende jaren. Problemen zijn urgent in Zambia en Ethiopië, Tanzania en Mozambique. Novib roept de minister en de kamer op om elke kans aan te grijpen om alle kinderen naar school te laten gaan voor het jaar 2015.

Reacties