Sloppenwijk te koop

02-10-2007

 

02456129

Niemand weet wat de bewoners
zelf van de plannen vinden: het
is hun nooit gevraagd

Polaris Images / HH

Voor een buitenstaander is het moeilijk voor te stellen hoe bewoners het in Dharavi uithouden. Dertig jaar geleden lag de sloppenwijk aan de stadsrand van Mumbai, nu ligt hij in het geografische hart van de metropool, ingeklemd tussen twee spoorlijnen en een kreek. Niemand weet hoeveel mensen er wonen op deze pakweg twee vierkante kilometer. De National Slum Dwellers Federation (NSDF) houdt het op 600.000.


Op de doorgaande straten, waar de riksja-scooters nog doorheen passen, lijkt het allemaal nog mee te vallen. De huizen zijn weliswaar piepklein, maar de daken zijn van golfplaat, de wanden van baksteen en de straatjes betegeld. Dikke strengen stroomkabel lopen langs de muren. Vrijwel elk huis in Dharavi heeft stroom en zo'n 85 procent heeft televisie. In de winkeltjes is alles te koop, van thee en kruiden tot luxe-artikelen als handcomputers en juwelen. Dat maakt Dharavi tot een atypische slum: in het overbevolkte Mumbai zijn de huizenprijzen zo hoog, dat ook niet-zo-armen tot de sloppenwijk zijn veroordeeld.


Pas in de ontelbare zijsteegjes, waar veruit de meeste inwoners huizen, worden de erbarmelijke woonomstandigheden goed zichtbaar. De paadjes zijn zo smal, dat je er niet met uitgeklapte paraplu kan lopen. Wooncellen van pakweg tien vierkante meter zijn twee hoog op elkaar gestapeld. In elke ruimte woont een gezin van gemiddeld vijf mensen. Op de smalle stoepjes doen vrouwen de afwas. Wanneer ze hun hand uitsteken, raken ze het huis van de overburen aan. Na elke fikse moessonbui staat het water kniehoog. Daglicht komt er nooit en overal hangt een benauwde, muffe geur.


Als het aan de bestuurders van Mumbai ligt, is dit over zeven jaar verleden tijd. Deze zomer presenteerde de deelstaat Maharastra, waarin Mumbai ligt, een masterplan voor de herontwikkeling van Dharavi. De sloppen moeten plaatsmaken voor flats van zeven hoog. De deelstaat wil Dharavi omtoveren tot een middenklassewijk. Dat is niet zonder reden: aan de overkant van de kreek, die de wijk in het noorden begrenst, ligt het super-de-luxe zakendistrict Bandra Kurla. Dharavi is niet alleen een slum, maar ook een goudmijn. En die goudmijn wil Mumbai verzilveren. In juni plaatste de overheid advertenties in grote kranten in twintig landen. Projectontwikkelaars kunnen inschrijven op een openbare aanbesteding voor de bebouwing van de wijk. Voor elke vierkante meter die zij 'gratis' bouwen voor sloppenwijkbewoners, mogen zij 1,33 vierkante meter luxe appartementruimte ontwikkelen voor de vrije markt. Het mes moet zo aan twee kanten snijden: goedkope woonruimte voor sloppenwijkbewoners, aantrekkelijke winsten voor de ontwikkelaars. Het gehoopte eindresultaat is een gemengde woonwijk met publieke voorzieningen als scholen, een ziekenhuis, politiebureau en postkantoor.

 

Masterplan

De omvang van het huisvestingsprobleem in Mumbai is kolossaal. Naar schatting woont de helft van de twaalf miljoen Mumbaikers op stoepen, langs spoorlijnen, onder viaducten, aan landingsbanen en in sloppenwijken zoals Dharavi. De slums van Mumbai zijn als vlekken op een pannenkoek. Overal in de metropool staan krotten, soms in een groepje van twee of drie, soms in wijken van honderden vierkante meters.


De sloppen zijn niet alleen een product van de overvloedige instroom van plattelandsmigranten, maar vooral van een falend overheidsbeleid. De deelstaat Maharastra spande zich de afgelopen decennia nauwelijks in om de groeiende aanwas van sloppen tegen te gaan. Een enkele keer deden de bestuurders een poging. Ze bouwden grootschalige appartementenblokken voor de armen en knapten bestaande sloppenwijken op. Of ze probeerden een eind aan het probleem te maken met het simpelweg bulldozeren van illegale woonwijken.


 Dharavi is niet alleen een slum, maar ook een goudmijn

Maharastra presenteert het masterplan voor Dharavi nu met veel tam-tam als dé weg naar een 'slum-free' Mumbai. Want na de metamorfose van Dharavi komen andere sloppenwijken aan de beurt. De aanpak is niet nieuw: al sinds de jaren negentig probeert Maharastra private partijen te betrekken bij het opknappen van sloppenwijken. Dat beleid stuitte echter vanaf de start op problemen, zo blijkt uit een rapport van het Indian Institute of Technology. Investeerders zagen te weinig commerciële voordelen en bouwers waren huiverig voor conflicten met sloppenwijkbewoners. Veel sloppenwijkbewoners wilden bovendien hun grond niet afstaan, omdat zij de bouwers niet vertrouwden. In zeven jaar tijd lukte het de overheid om een kleine 27.000 gezinnen te herhuisvesten, niet veel meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Ongeveer een derde van de gezinnen vertrokken weer: de onderhoudskosten bleken te hoog, de lokatie te ver van hun werk. Zij verkochten of verhuurden hun nieuwe woning en gingen opnieuw in een sloppenwijk wonen.

 

Kleurentelevisie

Niet elk huisvestingsproject in Mumbai loopt uit op een fiasco. In het wijkje Bharat Janta in Dharavi woont Rari Subbramaniyam met zijn gezin in een geel geschilderde nieuwbouwflat. De ouders van Subbramaniyam kwamen dertig jaar geleden uit Gujerat naar Dharavi. Subbramaniyam, boekhouder op de beurs van Mumbai, is hier geboren en getogen. Met een aantal buurtbewoners nam hij halverwege de jaren negentig het initiatief om hun huisvesting te verbeteren. Ze sloten zich aan bij de National Slum Dwellers Federation en kregen steun van de Society for the Promotion of Area Resource Centres (SPARC), een ngo die zich inzet voor sloppenwijkbewoners. Alle 150 huishoudens van Bharat Janta werden betrokken bij het herhuisvestingsplan, Subbramaniyam werd secretaris van de bewonersvereniging. Samen met een architect werkten de bewoners aan het ontwerp voor vijf flats, elk voor vijftig gezinnen. In 2003 werd de eerste flat opgeleverd, vorig jaar waren alle bewoners weer terug uit de tijdelijke huisvesting, het 'transit camp' aan de rand van Dharavi.


Subbramaniyam loopt in ganzenpas door een van flatgebouwen en belt her en der bij bewoners aan om de woningen te laten zien. Alle appartementen zijn 21 vierkante meter, dat is de overheidsnorm voor gratis woonruimte voor sloppenwijkbewoners. De ruimte is opgedeeld in een kamer, een keuken en een kleine badkamer. Het meubilair bestaat doorgaans uit niet meer dan een kast, een tafel en een bed. In een van de woningen zit de elfjarige Shruti op bed om huiswerk te maken. In een andere woning ruimt een oudere vrouw de keuken op - haar man en zoons zijn naar hun werk. Overal is het brandschoon, overal staat een grote kleurentelevisie. Op de derde verdieping fietsen twee peuters over de ruime galerij. 'Die galerij was een wens van de bewoners', zegt Subbramaniyam. 'Ze wilden plaats hebben om buiten te zitten om met elkaar te praten.' De bewoners hadden nog meer wensen. Zo wilden zij dat de flats deels op palen kwamen te staan. 'Kijk', wijst Subbramaniyam als hij weer buiten staat. 'De appartementen beginnen pas op één hoog. Je kunt onder een deel van het gebouw doorlopen. Zo is er veel meer ruimte op straat.'

 

Vreedzaam

De aanpak van SPARC en de NSDF staat haaks op het masterplan van de overheid. Het geld komt niet van private investeerders, maar van donoren. De ontwerpen komen niet van projectontwikkelaars, maar van architecten in dienst van bewonersverenigingen. Het resultaat is een flat met woonruimtes aan brede galerijen rondom een binnenpatio, in plaats van een honingraat van wooncellen aan een smalle binnengang.


Een van de grootste successen van deze aanpak was de herhuisvesting van 17.000 families die in krotten langs een spoorlijn woonden. Het was nodig om het spoorlijnnetwerk uit te breiden. De bewoners, verenigd in de Railway Federation, ontwikkelden samen met de overheid de herhuisvestingsplannen. De overheid gaf gratis land, SPARC ondersteunde en adviseerde de bewoners. Die braken zelf hun huizen af, bouwden zelf hun transit camps en organiseerden zelf de verhuizingen. Alles verliep vreedzaam, zonder opstanden of politiegeweld.


Het hoofdingrediënt van dat succes was een alliantie van de overheid, de sloppenwijkbewoners en een ondersteunende ngo. Het programma gaat nu als een geslaagd pioniersproject de wereld over, zegt Sundar Burra, adviseur van SPARC. Maar dat succes was er niet meteen: 'Nieuwe behuizing is de eindfase van een heel lang proces', zegt Burra. 'De rol van SPARC is het begeleiden van dat proces. Het begint met het organiseren van sloppenwijkbewoners. Dat doen wij bijvoorbeeld door het vormen van spaar- en kredietgroepen van vrouwen. In feite gaat het niet om het sparen. Dat is slechts een middel om de vrouwen samen te brengen, hen vaardigheden te leren en hen meer macht te geven. Na verloop van tijd leren we de sloppenwijkbewoners om te onderhandelen met de overheid over herhuisvestingsplannen.' Dat kost tijd, zegt Burra, veel tijd. Het herhuisvesten van de spoorwegbewoners nam tien tot vijftien jaar in beslag. In Bharat Janta ging er een jaar of acht overheen voor de bewoners hun nieuwe appartementen konden betrekken.

 

Opstand

Zo veel geduld brengt de overheid ditmaal niet op. SPARC vreest daarom dat het masterplan voor Dharavi zal falen. En de organisatie krijgt bijval: een groep vooraanstaande academici uit Amerika, Europa, China en Zuid-Afrika schreef in juli een protestbrief naar premier Singh, waarin zij opriepen om het plan te staken.


De critici wijzen erop dat er nooit een vooronderzoek is gedaan. Het is onbekend hoeveel mensen er wonen, hoeveel huizen er staan en wie de eigenaars zijn. En dat is vragen om problemen, zeggen zij. In het masterplan staat namelijk dat alleen huishoudens die vóór 1995 geregistreerd waren in Dharavi, een gratis woning krijgen. Dat waren er destijds 57.000, naar schatting de helft van het totale aantal huishoudens in de sloppenwijk. Wat er met de andere helft gebeurt, weet niemand.


Bovendien vrezen de critici dat het plan grote gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in Dharavi. De meeste bewoners werken namelijk in de wijk zelf. In de wirwar van steegjes staan niet alleen woningen, maar ook zo'n vijfduizend winkeltjes en bedrijfjes van pottenbakkers, plasticsorteerders, kleermakers en tinslagers. Het opknappen van de woonhuizen kan een bloeiende lokale economie kapotmaken. Na een bewonersopstand in juni beloofde de overheid dat er ruimte komt voor kleinschalige industrie. Maar de critici hebben daar vooralsnog weinig vertrouwen in.


Het belangrijkste kritiekpunt is echter het feit dat de bewoners zélf niet bij de plannen zijn betrokken. Volgens de regels van de Slum Rehabilitation Authority, het verantwoordelijke overheidsorgaan, moet minimaal 70 procent van de sloppenwijkbewoners instemmen met de plannen. Maar voor het masterplan van Dharavi heeft de overheid die eis laten vallen. Niemand weet dan ook wat de bewoners van Dharavi zelf van de herontwikkelingsplannen vinden - het is hen simpelweg nooit gevraagd.


Sundar Burra van SPARC vreest dat bewoners in opstand zullen komen. Zij zullen bijvoorbeeld de spoorlijnen rond Dharavi blokkeren, om de infrastructuur van heel Mumbai te ontwrichten. Burra blijft hopen dat de overheid alsnog samenwerking zoekt met bewonersorganisaties: 'Tot nu toe hebben onze ontmoetingen niets uitgehaald. In het Railway Project werkten we succesvol samen, nu staan we voor het eerst sinds lange tijd haaks op elkaar. Begrijp goed: wij zijn niet tégen herhuisvesting en wij zijn niet tégen hoogbouw. Maar het moet mét de armen samen gebeuren.'

Mirjam Vossen

Mirjam Vossen is journalist en onderzoeker. Momenteel doet zij onderzoek naar...

Lees meer van deze auteur >

Reacties