Rode Kruis en Oxfam willen minimumstandaard voor hulporganisaties

06-10-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Meer is niet altijd beter. Naar schatting 300 niet-gouvernementele organisaties (NGO's) verdrongen elkaar in Atjeh om hulp te bieden na de tsunami van 26 december 2004. Daaronder was een onbekende organisatie die in het wilde weg kinderen die de ramp overleefden vaccineerde tegen mazelen, zonder bij te houden wie wel en niet werd ingeënt. En dan was er de religieuze groep Scientology uit Australië met helgele T-shirts en badges met daarop het woord 'trauma care'.

Dit zijn dan nog maar twee van de organisaties waarover de Internationale Federatie van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan (IFCR) zich ongerust maakten. 'Het is de onaangename realiteit', zegt Bekele Geleta, IFCR-hoofd in Zuid-Oost Azië. Deze organisaties 'blijven in de sector omdat er geen fatsoenlijke regulering is en geen minimumstandaarden.'

Felle concurrentiestrijd

Na de tsunami werden hulporganisaties soms gewoon concurrenten van elkaar. 'In Atjeh was er zoveel concurrentie om hulpbehoevenden dat organisaties zelfs informatie voor elkaar verborgen hielden', zegt de IFCR. Sommige NGO's kwamen op 'shoppingexpeditie' om hun niche te beschermen. Tegen half januari was de humanitaire ruimte gewoon te klein geworden voor alle organisaties.'

Ook Oxfam, een andere door de wol geverfde speler bij humanitaire missies, werd wanhopig van de nieuwe en voordien onbekende clubs die als paddestoelen uit de grond schoten in de ergst getroffen regio's na de tsunami. Oxfam riep de plaatselijke overheden op samen te werken met de Verenigde Naties om snel een accreditatiesysteem in te voeren dat zou verzekeren dat internationale organisaties het werk doen waarvoor ze bekwaam zijn.

Gedragscodes

Er bestaan wel degelijk minimumstandaarden voor humanitair werk, maar ze zijn niet-verplichtend. Het oudst is de gedragscode van de IFCR, die acht van de grote humanitaire organisaties elf jaar geleden opstelden. Die stelt onder meer dat hulp wordt verleend zonder onderscheid van ras, godsdienst of nationaliteit en dat ze niet wordt gebruikt om een bepaalde politiek of religieuze visie te promoten.

In 2003 verenigden een aantal humanitaire organisaties zich in het 'Humanitarian Partnership Accountability International (HAP-I). Leden beloven aan zelfregulering te doen en te luisteren naar de mensen die ze zouden willen helpen om de kwaliteit en de effectiviteit van hun werk te verbeteren.

Maar vrijwillige standaarden volstaan niet, vindt Rajan Gengaje, die bij het VN-Agentschap voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (OCHA) de regionale adviseur voor rampenbijstand voor Azië is. Volgens hem moeten overheden van getroffen landen zelf de leiding nemen om een doeltreffend werkklimaat voor humanitaire organisaties te creëren. Zo heeft India na de tsunami de hulp nauw in het oog gehouden en ongevraagde hulp actief ontmoedigd.

Een VN-hulpverlener die de 'Scientology-mensen' in actie zag in Atjeh dringt aan op snelle actie: 'Besef je dat die mensen psychologische steun geven aan getraumatiseerde kinderen? Er is niemand om ze tegen te houden.'

IFRC

Reacties