Moeten we buitenlandse artsen uit armste landen weren?

22-05-2015 Bron: OneWorld
Klas met laatstejaars verloskunde studenten in Lomé, Togo.
Blog – 

Het nummer dat Roemenië dit jaar voor het Eurovisie songfestival inzond  gaat over kinderen die door hun ouders die in het buitenland werken thuis achter zijn gelaten. Die ouders zouden best eens in de zorg kunnen werken. Als gevolg van een tekort aan zorgpersoneel in West-Europa migreert veel personeel uit Oost-Europa richting het Westen. Dat geldt ook voor veel  zorgpersoneel uit ontwikkelingslanden.

In 2010 werd voorspeld dat de Europese Unie in 2020 een tekort aan zorgpersoneel zal hebben dat kan oplopen tot twee miljoen arbeidskrachten. 

Duitsland stopt met het rekruteren van zorgpersoneel uit de landen die volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kampen met een kritiek tekort aan zorgpersoneel. Afgelopen december in Rome werd het Duitse voorbeeld als inspirerend en lichtend voorbeeld gepresenteerd tijdens een Europese conferentie over zorgpersoneel dat in het buitenland werkt. Duitsland geeft hier inderdaad het goede voorbeeld. Zorgpersoneel is een schaars goed. Steeds meer landen in Europa hebben moeite met het vinden van voldoende zorgpersoneel in eigen land. Vergrijzing, verstedelijking en het gebruik van nieuwe technieken en modellen in de zorg maken dat er meer mensen zijn om voor te zorgen met minder arbeidspotentieel. Dat geldt vooral voor het platteland. Het ontbreekt aan personeel met specialistische kennis, en ook aan helpend en verzorgend personeel in de thuiszorg. In 2010 werd voorspeld dat de Europese Unie in 2020 een tekort aan zorgpersoneel zal hebben dat kan oplopen tot twee miljoen arbeidskrachten. De economische crisis en de bezuinigingen op zorgpersoneel hebben deze trend niet tot staan gebracht.

Wereldwijde gezondheid krijgt weinig aandacht in het Nederlandse beleid. En dat terwijl grensoverschrijdende gezondheidsproblemen, zoals antibiotica-resistentie, steeds belangrijker worden. Op Wereldgezondheidsdag presenteerde Kaleidos Research het rapport ‘Health has no borders’ en een filmpje dat in één minuut laat zien hoe onze gezondheid samenhangt met andere delen in de wereld. Op 27 mei vindt een afsluitend event plaats 'Health & the City' in Pakhuis de Zwijger.

Tekort aan zorgpersoneel in de EU
Als gevolg hiervan zie je dat binnen de Europese Unie zorgpersoneel uit Oost- of Zuid-Europa aan het werk gaat in West-Europa, waar de salarissen, levens- en werkomstandigheden aantrekkelijker zijn. En niet alleen binnen de Europese Unie migreren dokters, verpleegkundigen, tandartsen en apothekers naar de rijkere landen. Het tekort aan zorgpersoneel in de EU heeft ook een aanzuigende werking op zorgpersoneel uit landen met de zwakste zorgsystemen buiten de EU. Rijke landen profiteren dus van zorgpersoneel uit arme landen die het personeel zelf hard nodig hebben. In 2006 publiceerde de WHO een lijst met 57 arme landen die te kampen hebben met een ernstig tekort aan dokters en verpleeg- en verloskundigen waardoor ze niet in staat zijn om de eigen bevolking van de benodigde zorg te verlenen.

Kaart landen met kritisch gebrek aan zorgpersoneel (WHO 2006).

Bron: World Health Report 2006.

In 2010 was ik namens Nederland bij de onderhandelingen over de WHO 'Global Code of Practice on the International Recruitment of Health Personnel' waarbij de bijna 200 lidstaten van de WHO toezegden dat ze op ethische wijze om zouden gaan met de internationale werving van zorgpersoneel. En nu heeft Duitsland dus gezegd: uit die 57 landen werven we niet meer. Duitsland zet daarmee de handtekening onder de gedragscode, om in actie en geeft hiermee het goede voorbeeld – toch?

Zorgpersoneel zonder baan in Togo en Guinea
Maar wat hebben de arme landen aan dit Duitse beleid? Laten we – om dit te bekijken – inzoomen op Togo en Guinea, twee Franstalige landen in West-Afrika. Beide landen staan op de lijst van 57 landen met een kritiek tekort aan zorgpersoneel. Ze hebben te weinig geld beschikbaar in de zorgsector om voldoende zorgpersoneel aan te nemen. 

In Guinea was voor de Ebola-uitbraak op nationaal niveau 50% van het benodigde personeel beschikbaar.


Guinea is wereldwijd in het nieuws vanwege de Ebola-uitbraak. Voor de Ebola-uitbraak was in dit land 50% van het benodigde personeel beschikbaar. Hiervan werkt de overgrote meerderheid in de stedelijke gebieden en niet in de provincies. In de provincies is slechts vier procent van het benodigde personeel beschikbaar.

In landen als Togo en Guinea organiseert de overheid (de belangrijkste zorgverlener en werkgever in de zorg) zo ongeveer eens in de vier jaar een wervingsronde waarin het zorgpersoneel aanneemt met de middelen die het beschikbaar heeft. Ondertussen wordt meer zorgpersoneel getraind dan kan worden aangenomen. Als gevolg hiervan heeft afgestudeerd zorgpersoneel moeite om werk te vinden. Per jaar worden er in Togo en Guinea respectievelijk zo’n 150 en 950 zorgverleners opgeleid die vervolgens geen betaald werk kunnen vinden. Zij proberen een baan te vinden in de (kleine) privé-sector, gaan ergens anders aan de slag, worden werkloos of gaan als vrijwilliger in de zorg aan het werk.  In het laatste geval betalen patienten uiteindelijk 'onder de tafel' een compensatie voor de geleverde diensten aan de zorgverlener. De zorgverleners moeten toch ergens een inkomen vandaan halen.

Positieve impact of verspilling?
Heeft het feit dat EU-landen de WHO Code omzetten in actie en geen personeel werven uit Togo of Guinea een positieve impact op de beschikbaarheid van zorgpersoneel in deze landen? Waarschijnlijk niet of nauwelijks, omdat de bottleneck zich in Togo, Guinea – en vele andere landen in de regio – zelf bevindt. Een groot deel van de bevolking heeft geen toegang tot voldoende zorgpersoneel op de plaatsen waar dat nodig is omdat er te weinig geld voor de salarissen van ambtenaren in de zorg is. Daarbij zijn overheden onvoldoende in staat om optimaal gebruik te maken van hun huidige personeel doordat de systemen en processen om mensen op te leiden, aan te nemen en aan het werk te zetten niet goed werken. Deze processen gaan gepaard met een behoorlijke verspilling, bijvoorbeeld in vorm van een afgestudeerde verpleegkundige die eindigt als taxi-chauffeur.

Moet de rest van de EU Duitsland volgen of juist niet?
In landen waar vacatures niet vervuld kunnen worden doordat er een absoluut tekort aan zorgpersoneel is, lijkt het Duitse beleid een positieve impact te hebben. Maar zomaar zorgpersoneel weren uit de 57 landen van de WHO lijst, in de veronderstelling dat deze landen gebaat zijn bij dit beleid, is te kort door de bocht. Gezien de huidige arbeidsmarkt lost het Duitse beleid de problemen in landen als Togo en Guinea niet op. Sterker nog, je kunt je zelfs afvragen wanneer een afgestudeerde arts uit één van deze landen meer impact heeft: als taxi-chauffeur in Conakry of als zorgverlener in de Duitse gezondheidszorg. 

Dit is deel elf in de blogreeks over mondiale gezonheid. Zie voor de andere delen het online dossier Overal Gezond 

Christel Jansen

Christel Jansen adviseert overheden in ontwikkelingslanden over de inzet van...

Lees meer van deze auteur >

Reacties