Achtergrond

Maasai zetten ngo’s in om land te behouden

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee

Verschillende bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden krijgen in toenemende mate te maken met goedbedoelde projecten van buitenaf. Vaak hebben deze projecten niet het gewenste effect en soms zijn ze juist nadelig voor de mensen die er leven. Maar het kan ook anders. Een Maasai-groep in Kenia gebruikte de projecten juist heel strategisch om hun eigen land te behouden, zo ontdekte Angela Kronenburg García, die onlangs promoveerde aan Wageningen UR.

Voor de Maasai is toegang tot land van groot belang om in hun bestaan te voorzien. Die toegang tot land staat steeds meer onder druk. Voor een groot deel van de Maasai-bevolking leidde landhervormingen sinds de jaren zestig van de vorige eeuw niet tot bescherming van landrechten maar tot verlies van land. Daarnaast zijn er natuurgebieden gecreëerd, die misschien wel voor toeristische inkomsten hebben gezorgd, maar waar de Maasai relatief weinig van terugzien. Bovendien mogen ze niet of maar beperkt gebruik van weidegronden en waterbronnen binnen de natuurparken maken. 

Het creëren van natuurgebieden heeft misschien wel voor toeristische inkomsten gezorgd, maar daar zien de Maasai weinig van terug

De Loita Maasai in Kenia, één van de enkele tientallen Maasai-subgroepen, zijn een uitzondering. Ook zij werden geconfronteerd met landhervormingen en plannen om van het naburige bos een natuurreservaat te maken. Deze hervormingen en plannen zijn uiteindelijk niet doorgegaan, waardoor de Loita nog altijd beschikken over het land waarop zij wonen en het bos dat zij gebruiken. 

Toegenomen druk door missionarissen, ngo’s en donoren  
In vergelijking met landbouwvolkeren uit Centraal- en West-Kenia en andere Maasai-subgroepen die dichter bij de opkomende machtscentra leefden, hebben de Loita gedurende de koloniale periode weinig last gehad van interventies van buitenaf. Aanvankelijk kwam dit omdat de koloniale autoriteiten meer in het economisch potentieel van agrarische gebieden waren geïnteresseerd en niet in de drogere streken waar veehoudende en geïsoleerde gemeenschappen zoals de Loita leefden. Dat de Loita in deze beginfase met rust werden gelaten zorgde ervoor dat hun leiders de ruimte kregen om zich voor te bereiden op de groeiende macht van de staat. 

Tot vlak na Kenia’s onafhankelijkheid in 1963 lukte het hen om ongewenste interventies door de koloniale staat op afstand te houden. Toen meer actoren zoals missionarissen, ngo’s en donoren zich gingen bezighouden met ontwikkelingsprojecten en de druk werd opgevoerd, moesten ze hun strategie veranderen. Tegen die tijd was landverlies een groot probleem geworden. De Loita stonden al jaren onder druk van de naburige Purko, een groter en politiek beter vertegenwoordigde Maasai-subgroep. Het lukte de Purko Maasai, die zelf hun land hadden verloren aan blanke settlers, om beetje bij beetje land in te pikken van de Loita Maasai. 

Ontwikkelingsinterventies werden niet zozeer geaccepteerd omdat de Loita naar 'ontwikkeling' verlangden, maar omdat ze deze strategisch konden inzetten om landverlies tegen te gaan

Internationale milieuorganisatie als strategie
De Loita omarmde projecten van ontwikkelingsorganisaties, zoals het ontwikkelingsproject Ilkerin Loita Integrated Development Project (jarenlang gefinancierd door het Nederlandse Cebemo, later Cordaid), om verlies van land tegen te gaan. De Loita-leiders wezen een bepaalde locatie voor de bouw van het Ilkerin Project aan om er als het ware een 'Loita-vlag te planten' en zodoende de opmars van Purko in dat grensgebied te stoppen. Ontwikkelingsinterventies werden dus niet zozeer geaccepteerd omdat de Loita naar 'ontwikkeling' verlangden, maar omdat ze deze strategisch konden inzetten om landverlies tegen te gaan.  

Er zijn andere voorbeelden van het strategisch gebruik van interventies. In de jaren negentig wilde de lokale autoriteit, Narok County Council, van het nabijgelegen Naimina Enkiyio-bos een natuurreservaat maken om het toerisme te ontwikkelen. De meeste Loita waren tegen dit plan omdat ze vreesden toegang tot het bos te verliezen. 

Een van de strategieën die de Loita toepasten was om samen met de internationale milieuorganisatie IUCN (International Union for Conservation of Nature) een bosbeheer- en natuurbeschermingsproject op te zetten. Door een internationaal erkende actor erbij te betrekken kon de claim van de Loita op het bos niet meer door Narok County Council worden genegeerd en uiteindelijk annuleerden het Council hun bosplan.

De IUCN wilde een natuurreservaat creëren waar geen menselijke activiteit mocht plaatsvinden en dreigde met uitzetting van families

Dreigende uitzetting van families
Hoewel de Loita de steun van IUCN in de strijd om het bos en de participatieve opzet van het bosproject aanvankelijk erg waardeerde, keerde het tij. De IUCN wilde uiteindelijk ook een natuurreservaat creëren waar geen menselijke activiteit mocht plaatsvinden en ze dreigde met mogelijke uitzetting van families die zich dichtbij het bos hadden gevestigd. 

Van het groeiende wantrouwen jegens IUCN werd handig gebruikgemaakt door nationale politici en Loita-leiders die banden hadden met Narok County Council. Felle demonstraties volgden en toen er na geweld één persoon overleed, trok IUCN zich terug en werd in 2005 het project stopgezet.

Ondanks interne conflicten, is het de Loita tot op heden grotendeels gelukt om hun land en bos te behouden. Maar in een land als Kenia waar de honger naar land blijft bestaan, is het de vraag hoe lang dit nog gaat duren.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons