Kinderen geven voorkeur aan eigen etnische groep

11-03-2015 Bron: OneWorld
Proefschrift discriminatie kinderen
McGeorge BLSA (Flickr CC)
Achtergrond – 

Om discriminatie te voorkomen is het van belang solidariteit tussen groepen te bevorderen. Het onderzoek van Jellie Sierksma, waarop zij 27 februari promoveerde aan de Universiteit van Utrecht, laat zien dat kinderen al vanaf jonge leeftijd onderscheid maken in wie zij wel of niet willen helpen. Haar proefschrift biedt echter ook handvatten om discriminatie te voorkomen. Een toelichting van Sierksma zelf.

Hoewel vaak wordt aangenomen dat kinderen etnische verschillen niet opmerken, laat wetenschappelijk onderzoek het tegendeel zien. Vanaf drie maanden zijn kinderen al in staat om etnische verschillen waar te nemen en vanaf een jaar of vier vertonen kinderen de eerste signalen van vooroordelen: ze uiten een voorkeur voor hun eigen etnische groep. 

Vanaf een jaar of vier vertonen kinderen de eerste signalen van vooroordelen


Wil Mohammed Jan helpen?
De wereld telt 42 miljoen migranten. Dat mensen met verschillende culturele bagage samenkomen leidt vaak tot interetnische spanningen. Het voorkomen van discriminatie op jonge leeftijd is daarom zeer relevant. Maar zelfs wanneer we in staat zijn om te voorkomen dat kinderen negatief staan ten opzichte van andere groepen, betekent dit nog niet dat kinderen ook daadwerkelijk aardig of prosociaal naar die anderen toe. In mijn promotieonderzoek heb ik daarom onderzocht in welke mate de groepscontext beïnvloedt hoe kinderen denken over het helpen van anderen, en hoe we kinderen kunnen stimuleren om niet alleen groepsgenoten te helpen maar ook te helpen als het niet-groepsgenoten betreft.  

Aan het onderzoek deden in totaal 3.170 Nederlandse kinderen mee in de leeftijd van acht tot en met dertien jaar. Hen werden telkens verschillende concrete hulpsituaties voorgelegd, goed afgestemd op de leefwereld van kinderen. Bijvoorbeeld: “Jan is de sleutels van zijn fiets kwijt. Hij vraagt aan Mohammed of hij hem wil helpen met zoeken. Mohammed doet dat niet.” De verhaaltjes verschilden onder andere in wie de helper en ontvanger waren (bijvoorbeeld een kind met een Turkse of Nederlandse naam, et cetera.). Vervolgens werd aan de kinderen gevraagd wat zij er nou eigenlijk van vonden als er wel of niet geholpen werd, en of ze zelf bereid waren om te helpen. Kinderen bleken in het algemeen erg verontwaardigd wanneer iemand geen hulp kreeg. 

Kinderen bleken in het algemeen erg verontwaardigd wanneer iemand geen hulp kreeg


Bewustzijn van identiteit leidt tot discriminatie
Opvallend is dat kinderen in hun oordeel meenamen tot welke etnische groep de helper en de ontvanger van hun hulp behoorden. Loyaliteit bleek erg belangrijk: weigeren iemand te helpen van je eigen (etnische) groep was erger dan iemand niet helpen van de andere groep. Dit betekent dat kinderen in eerste instantie een algemene morele norm hanteren dat ieder z'n eigen groepsgenoten moet helpen.

Wat opviel was dat ze daarbij niet bevooroordeeld waren, want dan hadden we juist verwacht dat kinderen zouden zeggen: “iedereen moet mijn groep helpen!” in plaats van “iedereen moet zijn eigen groep helpen”. Enkel wanneer kinderen eerst bewust werden gemaakt van hun groepslidmaatschap en zich hier sterk mee identificeerden, discrimineerden zij en gaven zij aan dat anderen vooral hun groep moesten helpen.   

Dit valt te verklaren omdat voor Nederlandse kinderen de etnische groep misschien nog helemaal niet zo relevant is. Ze lijken dus een duwtje in de rug nodig te hebben om zich daadwerkelijk door vooroordelen te laten leiden. Dit zou anders kunnen werken voor kinderen die tot een minderheidsgroep behoren: zij worden veel vaker geconfronteerd met waar zij vandaan komen. 

Aandacht voor groepsverschillen vermijden
Kinderen komen tegenwoordig steeds meer in aanraking met leeftijdsgenoten uit andere landen. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet alleen beïnvloedt in hoeverre kinderen zich negatief uitlaten over niet-groepsgenoten, maar dat het ook een rol speelt in positief gedrag, zoals helpen. Hoe kunnen we kinderen dan stimuleren om hulpvaardig te zijn zonder daarbij te discrimineren? 

De conclusie van dit onderzoek geeft aan dat Nederlandse kinderen pas discrimineren wanneer zij bewust worden gemaakt van hun groepslidmaatschap. Het stimuleren van groepsdenken is dus niet bevorderlijk voor een positieve houding. Ofwel: veel aandacht voor groepsverschillen (bijvoorbeeld het benoemen van iemands culturele achtergrond terwijl het niet relevant is) in de klas, thuis of op tv, kan beter voorkomen worden als we kinderen willen stimuleren hulpvaardig te zijn naar iedereen. 

Het benoemen van iemands culturele achtergrond in de klas, thuis of op tv, kan beter voorkomen kan worden

Een andere mogelijkheid is om medeleven te stimuleren voor de hulpvrager. Wanneer kinderen werd gevraagd: “Hoe denk je dat hij/zij zich voelt?” waren ze niet langer geneigd om hun eigen groepsgenoten meer te helpen dan niet groepsgenoten. Kinderen lijken dan meer op de emoties van de hulpvrager te letten dan op wie hij of zij eigenlijk is. Empathie stimuleren kan dus een goede interventie zijn om ‘discriminatie in helpen’ te voorkomen. 

Volledig proefschrift lezen? Dat kan via de website van Universiteit Utrecht.

Jellie Sierksma

Jellie Sierksma promoveerde op 27 februari aan de Universiteit van Utrecht....

Lees meer van deze auteur >

Reacties