“Hoe langer we wachten, hoe meer geld verduurzaming kost”

12-06-2017
Door: Jart Ligterink
Bron: OneWorld
Flickr, Foto: Carl Wycoff
Achtergrond – 

Het vormt een knelpunt bij de huidige formatievorming: in welke mate moet Nederland zich inzetten voor de klimaatdoelen? Robert Koelemeijer, onderzoeker bij Planbureau voor de Leefomgeving, hamert erop dat er nu actie moet worden ondernomen, anders stapelen de kosten zich alleen maar op.

“Als Nederland de klimaatdoelen wil halen moet er jaarlijks 1,6 tot 5,5 miljard euro extra worden uitgegeven", zegt Koelemeijer. Dat komt neer op maximaal zo’n 700 euro per jaar per huishouden. En die kosten zullen volgens hem alleen maar stijgen wanneer er niet snel wordt geïntensiveerd.

“Linksom of rechtsom wordt het bedrag dat voor de energietransitie nodig is, opgebracht door de burgers. Dat gebeurt ofwel direct, bijvoorbeeld wanneer burgers verplicht hun huis isoleren, of indirect, bijvoorbeeld via hogere belasting die wordt ingezet om schonere energie te subsidiëren. En wanneer de industrie meer moet betalen voor haar energieverbruik en haar emissies, stijgen de productiekosten. Die rekenen ze door aan de consument”, aldus Koelemeijer.

Het heeft geen zin om in één klap stapels windmolenparken neer te zetten

“Maar”, gaat hij verder, “uitstel is duurkoop.” Voor de twee-gradendoelstelling is een maximale mondiale uitstoot bepaald. “Als we nu teveel CO2 blijven uitstoten, zullen we later extra moeten zakken met onze emissies. Op lange termijn is het aanzienlijk goedkoper om nu al te investeren.” Koelemeijer benadrukt wel dat dat op een doordachte manier moet gebeuren. “Het heeft geen zin om in één klap stapels windmolenparken neer te zetten. Er moet sprake zijn van een bepaalde continuïteit, dat is optimaal voor het kostenplaatje. Daarom is een duidelijke langetermijnvisie nodig: dan weten alle partijen waar ze aan toe zijn. Ook duidelijke spelregels zijn een vereiste. Wie neemt het voortouw? Er is nu in veel sectoren nog een gebrek aan duidelijk beleid en verantwoordelijkheid.”

Zo noemt Koelemeijer de huisvesting, die op de lange termijn bijna volledig gasloos moet worden. De grote uitdaging zit hem vooral in bestaande woningen. ‘Eigenlijk moet je nu al inspelen op natuurlijke momenten, zoals wanneer mensen verhuizen of gaan verbouwen. Dan kun je hr-ketels zonder al te veel moeite vervangen, en huizen beter isoleren. Als je daarmee wacht, beland je uiteindelijk in de situatie dat mensen tijdelijk hun huis uit moeten om die maatregelen alsnog door te voeren. De overheid speelt hier nog onvoldoende op in, en het is evenmin duidelijk bij wie de verantwoordelijkheid ligt.’

Ook de industrie geeft kopzorgen. Zij moeten namelijk wél kunnen blijven concurreren met het buitenland: ‘Het is lastig om de industrie echt te laten verduurzamen zonder ze Nederland uit te jagen. De overheid zou de verduurzaming van de industrie bijvoorbeeld kunnen stimuleren met economische prikkels.'

Koelemeijer pleit voor een samenhangend, internationaal beleid: ‘Je kunt wel zeggen: we sluiten onze staalindustrie, dat scheelt Nederland vele megatonnen emissie. Dat klinkt aantrekkelijk, maar die uitstoot treedt dan elders op de wereld opnieuw op, omdat staal nodig blijft.’

De technologie om de transitie te versnellen is inmiddels voorhanden, meent Koelemeijer, Wat rest, is de politieke keuzes. “De werkelijke uitdaging is hoe je het draagvlak ervoor in de samenleving schept. Ieder land kan wel tegenwerpen dat hun inspanningen slechts een druppel op de gloeiende plaat vormen, maar uiteindelijk zal ieder land zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.’

Reacties