Relatie met Zuid-Amerika verschuift ‘van hulp naar handel’

01-05-2005
Door: Tekst: Ralph Mens


In grote stofwolken gehuld stopt een colonne donkerblauwe wagens voor de medische post in Villa El Salvador, de oudste 'pueblo joven' (oftewel sloppenwijk) van Lima, aangelegd in een woestijnachtig niemandsland vlak langs de kust. Burgemeester Jaime Zea wacht de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking op en begeleidt haar langs diverse 'Nederlandse' projecten in de volkswijk, die door de vele 'invasiones' door de jaren heen is uitgegroeid tot een stad met ruim 400.000 inwoners.
Ondanks het gegeven dat minister Van Ardenne naar Peru is gekomen met de boodschap dat de directe hulp aan het land (ter grootte van 5,5 miljoen euro) wordt stopgezet, is de ontvangst tijdens haar tweedaagse bezoek overal even hartelijk. Er wordt gelachen en gezwaaid door de plaatselijke bevolking, die nieuwsgierig toestroomt om de lange, blonde vrouw van dichtbij te bekijken. Er heerst hier een diepgeworteld geloof dat 'gringos' altijd zakken vol geld met zich meebrengen.

Minister Van Ardenne benadrukt dat ze zeker niet met lege handen naar Peru is gekomen. 'De directe hulp die nu wordt stopgezet, vormt slechts een klein deel van het totale pakket aan hulp dat richting Peru gaat. Zo wordt via Nederlandse ngo's ruim 23 miljoen euro in projecten geïnvesteerd en dat bedrag is dus vele malen groter dan de hulp van overheid naar overheid die nu wordt stopgezet. Daarnaast hebben we een milieuprogramma voor duurzaam bosbeheer, het Fondebosque, dat op eigen benen kan staan, en via het FMO ondersteunen we de private sector met zo'n zeventig miljoen dollar in de vorm van leningen en garantstellingen. Dat gaat allemaal gewoon door. Kortom: wij laten Peru niet in de steek.'

Recept voor ellende

Volgens de minister is de aanleiding voor het stoppen van de directe hulp het grote aantal ontwikkelingsrelaties, wat leidt tot een versnippering van de hulp. Bij Van Ardennes aantreden verleende Nederland aan 49 landen bilaterale hulp - onacceptabel veel vindt de minister. Inmiddels staan er veertien landen op de exitlijst. Met name in Zuid-Amerika vallen harde klappen. 'We willen meer investeren in de allerarmste landen, vooral in Afrika, en zodoende de hulpmiddelen concentreren, investeren in kwaliteit. Een land als Peru, dat een economische groei kent van 4,5 procent, behoort niet meer tot de allerarmste landen en heeft zich ontwikkeld tot een middeninkomensland.'

Toch kan ook de minister tijdens haar korte verblijf de ogen niet sluiten voor het feit dat er in Peru, zoals in de meeste Latijns-Amerikaanse landen, sprake is van grote inkomensverschillen. Zo leeft 54 procent van de Peruaanse bevolking van minder dan twee dollar per dag. 'Dat is onverdraaglijk. Het land is daarbij zwak in instituties, zwak in staatsapparaten, zwak in sociale voorzieningen. Dit is een recept voor ellende. De aanpak van inkomensongelijkheid is in de eerste plaats een zaak van de nationale overheid. Peru werkt momenteel aan belastinghervorming en is daarmee op de goede weg.'

Credo van de minister

Het bezoek aan Peru lijkt vooral bedoeld om de nieuwe relatie met Nederland vorm te geven. 'Van hulp naar handel' luidt het credo van de minister. Peru is een van de pilotlanden in het zogenoemde Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM). Nederlandse ondernemers worden gestimuleerd om te investeren in Peru om op die manier een bijdrage te leveren aan armoedebestrijding. Inmiddels zijn Nederlandse bedrijven betrokken bij vijf projecten, waarin milieuvriendelijke katoen, ecologische koffie, hypericums voor in boeketten, paneermeel van yuca en Peruaanse kaas worden geproduceerd. Hiermee zijn direct 450 banen gecreëerd en indirect nog eens 1.300. Het gaat om een investering van in totaal zes miljoen euro, waarvan de helft wordt bijgedragen door de Nederlandse overheid.

Daarnaast zegt minister Van Ardenne te blijven vechten voor het afschaffen van handelsbelemmeringen. 'Derdewereldlanden smeken ons om de handelsbeperkingen af te breken zodat ze toegang kunnen krijgen tot de westerse markten, maar de VS en de EU liggen dwars.'

Als voorbeeld noemt ze de maca, een weerstand- en potentieverhogend knolletje dat hoog in de Peruaanse Andes groeit en waarvan een likeur wordt gemaakt. De EU had de maca aanvankelijk op de 'novel-foodlijst', geplaatst, waardoor het knolletje werd aangemerkt als biogenetisch product en dus niet voor import in aanmerking kwam. Inmiddels is de maca van de lijst afgehaald en kan de likeur naar Europa worden geëxporteerd.

Oase uit het niets

Na het bezoek aan de medische post gaat het met loeiende sirenes verder door de stoffige straten van Villa El Salvador. De jeugd staat langs de kant van de weg klaar met ballonnetjes gevuld met water, bedoeld om er voorbijgangers mee te bekogelen, een wijdverbreide carnavalstraditie in Peru.

Vanuit de dorre, onvruchtbare zandheuvels rijden we opeens een groen, geïrrigeerd gedeelte van de stad in. Met Nederlands ontwikkelingsgeld is hier een waterzuiveringsinstallatie neergezet, die ervoor zorgt dat een strook vegetatie, de Alameda de Juventud, groen en fris blijft.

Families picknicken in de schaduw van jonge bomen, kinderen spelen in het zachte gras. Hier is uit het niets een oase ontstaan, met dank aan Nederlandse investeringen, zoals ook blijkt uit de spandoeken van de talrijke bewoners die de minister opwachten.

Sturen we deze mensen nu weer terug de woestijn in? Nee, zegt de minister. 'Waar het directe hulp betreft, worden de lagere overheden steeds belangrijker. Zo is de waterzuiveringsinstallatie mede tot stand gekomen dankzij geld en middelen van de gemeente Amstelveen, waarmee Villa El Salvador een bloeiende stedenband heeft.' Het is koren op de molen van de minister, die graag ziet dat burgers, in Nederland en elders, actief betrokken raken bij ontwikkelingssamenwerking.

Bittere toon

Toch klinkt in de over het algemeen lovende woorden van burgemeester Zea van Villa El Salvador ook bittere kritiek door. 'Volgens de statistieken behoort Peru niet langer tot de allerarmste landen, maar veel mensen hier leven nog altijd in extreme armoede. Het stopzetten van de directe hulp door Nederland treft met name gemeenschappen als de onze.'

De bittere toon gaat in de vertaling enigszins verloren en de minister lijkt zich niet bewust van de kritische noot van de burgemeester. En na haar gloedvolle toespraak — 'Dit is een stad waar mensen kunnen leven, kunnen wonen en kunnen werken' — is andermaal een gulle lach en applaus van de bewoners haar deel.

De mensen hier zijn blij met ieder beetje aandacht van buitenaf; van de eigen overheid wordt weinig verwacht. Maar het is vooral de grote zelfredzaamheid en solidariteit van de bevolking in Villa El Salvador die het stuk woestijn hebben omgevormd tot een van de meest leefbare en levensvatbare wijken van Lima.

De minister heeft in Villa El Salvador en in Peru een vruchtbare bodem gevonden om haar ideeën over ontwikkelingssamenwerking — betrokkenheid van de burger en maatschappelijk verantwoord ondernemen — kiem te laten vatten. Nu maar hopen dat de geldkraan uit Nederland niet verder wordt dichtgedraaid, zodat de kwetsbare kiem daadwerkelijk kan uitgroeien tot iets moois.

Het kind van de rekening?

Een van de organisaties die de dupe worden van het stopzetten van de directe hulp vanuit Nederland is de Peruaanse ngo Aider. Deze relatief kleine organisatie runt in het regenwoud een project met zestien Shipibo-gemeenschappen. Via SNV en de Nederlandse ambassade is, uitgesmeerd over drie jaar, ruim anderhalf miljoen euro gestoken in het project, dat duurzaam bosbeheer stimuleert. Lees meer...

Bilaterale Hulp vanuit Nederland aan Zuid- en Midden-Amerika

Partnerlanden Zuid-Amerika:

  • Colombia: 7,7 miljoen euro
  • Bolivia: 26,7 miljoen euro

Exitlanden* Zuid-Amerika:

  • Brazilië: 1,68 miljoen euro
  • Ecuador: 4 miljoen euro
  • Peru: 5,5 miljoen euro

* Suriname, ook een exitland, heeft een aparte status, gebaseerd op verdragen- De ontwikkelingsrelatie zal de komende vijf jaar worden afgebouwd.

Partnerlanden Midden-Amerika:

  • Nicaragua: 14,5 miljoen euro
  • Guatemala: 10 miljoen euro

Exitlanden Midden-Amerika:

  • El Salvador: 1,68 miljoen euro
  • Honduras: 1,8 miljoen euro

Noodhulp:

  • Haïti: 400,000 euro (2004)

Gegevens afkomstig van het Ministerie van Buitenlandse Zaken



Reacties