Regeringsleiders moeten WTO uit het moeras trekken

18-01-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Dit stelt een commissie onder leiding van ex-WTO-directeur Peter Sutherland in een evaluatierapport over de WTO. Supachai Panitchpakdi, de huidige directeur van de WTO, heeft twee jaar geleden opdracht gegeven tot deze evaluatie. In januari bestaat de opvolger van de General Agreements on Trade en Tariffs (GATT), tien jaar.

Voor die tien jaar krijgt de WTO een voldoende van de onderzoekers. Het beleid van de WTO dat is gericht op opening van markten en vermindering van het aantal handelsverstorende maatregelen, biedt nog steeds de beste kansen voor economische groei, voor zowel rijke als ontwikkelingslanden. Maar het zou goed zijn als de WTO ook een strict tijdschema zou opstellen voor de volledige afschaffing van tarieven en subsidies, aldus Sutherland c.s.

De WTO worstelt met haar imago. In de onderhandelingen over vrijhandel in de zogenaamde Doha-ontwikkelingsronde zit weinig schot. Economische machtsblokken als de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben zijn weinig genereus met de afschaffing van verstorende exportsubsidies. Een onverzettelijke houding van grotere ontwikkelingslanden zoals Brazilië, India en China hebben de machtsverhoudingen binnen de WTO gewijzigd.

Wildgroei

Maar de vertraging heeft ertoe geleid dat steeds meer WTO-landen tweezijdige handelsakkoorden overeenkomen hetgeen het bestaansrecht van de WTO als podium voor multilaterale afspraken bedreigt. De wildgroei aan Preferential Trade Agreements moet een halt worden toegeroepen, vinden de onderzoekers. Op papier staat de WTO voor gelijke monniken, gelijke kappen.

De onderzoekers waarschuwen ervoor dat rijke landen bilaterale akkoorden sluiten met ontwikkelingslanden in ruil voor bijvoorbeeld politieke steun. Om multilaterale overeenkomsten een succes te maken is daarom meer commitment van regeringsleiders nodig. Elke vijf jaar zou een WTO-top van regeringsleiders moeten worden gehouden.

De WTO-directeur moet elk halfjaar over de voortgang rapporteren aan de handelsministers van de aangesloten landen. Deze zouden voortaan jaarlijks moeten bijeenkomen in plaats van eens per twee jaar, zo stelt de adviescommissie voor.

Wereldbank

Sutherland en collega's erkennen dat vrijhandel op korte termijn negatieve effecten kan hebben op de werkgelegenheid en sociale voorzieningen in ontwikkelingslanden. Maar het is aan internationale ontwikkelingsorganisaties zoals de Wereldbank om landen te steunen deze schokken op te vangen. De adviescommissie roept de leden onder de ontwikkelingslanden op de rol van maatschappelijke organisaties in handelsaangelegenheden te versterken. Daarvoor is geld nodig en daarbij kijkt de commissie weer in de richting van de Wereldbank.

Gebrek aan geld en ook expertise is een van de redenen waarom ontwikkelingslanden moeite hebben om in de WTO voor hun belangen op te komen. Voor de critici van de WTO dient de Wereldhandelsorganisatie dan ook vooral de belangen van rijke elites en multinationals in de industrielanden.

Volgens Global Trade Watch wijzen cijfers uit dat het aantal mensen dat van minder dan een dollar per dag moet leven, sinds het bestaan van de WTO alleen maar is toegenomen. Daar waar armoedebestrijding een succes lijkt, zoals in India en China, volgden de regeringen langere tijd een ander beleid dan de WTO voorschrijft.

color=red>

Rapport 'The Future of the WTO'
Trade Observatory

Reacties