Prijzenoorlog treft vooral kleine producenten ontwikkelingslanden

13-02-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

OW: Kunt u met een voorbeeld uit de schappen van de supermarkt uitleggen hoe die verslechtering precies tot stand komt?

Adrie PapmaAls voorbeeld geef ik fruit en wijn. De eigenaren van de fruit- en wijnboerderijen in Zuid-Afrika worden steeds meer onder druk gezet om producten onder de kostprijs te leveren. Terwijl de kostprijs juist steeds hoger wordt door veranderende eisen van de supermarktketens. De prijs in de winkel bepaalt hoeveel aan de producent betaald wordt, niet de productiekosten. De werkneemsters op de boerderijen krijgen als gevolg hiervan steeds meer tijdelijke contracten en moeten bijvoorbeeld zelf voor beschermende kleding zorgen.

De analyse van dit internationale handelsmodel, waarnaar Oxfam/Novib in 13 landen onderzoek heeft gedaan, laat telkens weer zien dat grote kledingmerken en supermarktketens zeer ruime keuze hebben uit leveranciers. Zo wentelen ze hun kosten en risico's af op de producenten/leveranciers onderaan de productieketen. De eigenaren van de fabrieken en boerderijen moeten steeds sneller, flexibeler en goedkoper leveren en zij op hun beurt zetten hun werknemers onder druk.

OW: Wat maakt dit verhaal nu zo anders dan 5 of 10 jaar geleden? Westerse bedrijven zoeken toch altijd al de goedkoopste producenten om hun winst te vergroten?

Adrie PapmaWat nieuw is aan dit verhaal is dat de concurrentie voor producenten in ontwikkelingslanden steeds scherper en harder wordt. Er zijn wereldwijd enorm veel producenten van verse producten en textiel. Neem als voorbeeld de fruitbedrijven in Zuid-Afrika. De exportprijs voor Zuid-Afrikaanse appels is sinds 1994 gedaald met 33 procent. Wat ook nieuw is, is dat wereldwijd het aantal supermarktketens en grote kledingmerken door fusies en overnames is afgenomen. De macht is aan de top van de productieketen in handen van enkele grote jongens. Zo is 70 procent van de levensmiddelenmarkt in Groot-Brittannië in handen van 5 supermarkten.

Aan de andere kant zijn er in ontwikkelingslanden duizenden producenten die bijvoorbeeld door de ontmanteling van marketing boards allemaal zelfstandig onderhandelen met de afnemers van hun produkten. Schokkend daarbij is dat orders vaak informeel worden geplaatst en vooraf geen prijsafspraken worden gemaakt. Dus een handvol oppermachtige internationale bedrijven staat tegenover al die producenten in vele verschillende landen die tegen elkaar worden uitgespeeld. Met deze machtsverhoudingen kan er geen eerlijke concurrentie zijn.

OW: Is de trend van de recent door AH ingezette prijzenoorlog in Nederland wereldwijd waarneembaar?

Adrie PapmaJa, wereldwijd worden prijzen gedrukt in de sectoren en landen die wij onderzochten. Kosten en risico's worden naar beneden afgewenteld. Of het nu gaat om Zuid-Afrika, Colombia of China.

 

 

OW: Heeft Novib enig idee om hoeveel producten (of percentage) het gaat die in de schappen van onze supermarkten liggen?

Adrie PapmaHet gaat in ieder geval om de verse groente- en fruitproducten in supermarkten waarvan een deel uit ontwikkelingslanden komt. Overigens klagen Nederlandse boeren - terecht - ook steen en been over de contracten waaronder zij soms moeten produceren voor supermarktketens.

 

OW: U heeft deze week het Oxfam/Novib-rapport 'Trading Away Our Rights' aangeboden aan Marc Jansen, hoofd consument en kwaliteit van het Centraal Bureau voor Levensmiddelen (CBL). Wat kan hij beloven?

Adrie PapmaHet CBL vertegenwoordigt vrijwel alle supermarkten in Nederland. Novib heeft het CBL gevraagd het rapport en de centrale boodschap daaruit over te brengen aan hen: het inkoopbeleid en de inkooppraktijken van supermarkten ondermijnen de positie van arbeiders in de toeleverende landbouw. Terwijl diezelfde supermarkten die positie via gedragscodes proberen te waarborgen.

De vraag is of dit beeld wordt herkend en wat we er samen aan zouden kunnen doen. De supermarkten zouden met hun toeleveranciers in gesprek moeten gaan over de effecten van hun inkoopbeleid op arbeidsrechten van werknemers onderaan de productieketen. Die vragen kunnen verder invulling geven aan de wensen die een coalitie van Nederlandse maatschappelijke organisaties op dit moment uitwerkt richting CBL en supermarkten.

OW: Wat zijn die wensen?

Adrie PapmaDaarin gaat het om meer aandacht en schapruimte voor verantwoorde producten, en om een verlaging van het prijsverschil tussen verantwoorde en reguliere producten (met andere woorden: een eerlijker prijs voor reguliere producten, een herziening van de hogere marges op verantwoorde producten). Speciale aandacht is gevraagd voor wijn uit Zuid Afrika en Chili. in die landen zijn de wettelijke randvoorwaarden aanwezig voor betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Als consumenten die wijn blijven kopen en de supermarkten hun verantwoordelijkheid in de manier van inkopen nemen, kunnen vooral vrouwelijke werknemers daar erop vooruit gaan.

OW:Kunnen consumenten nog ergens specifiek op letten als ze in een supermarkt of kledingzaak verantwoord geproduceerde producten willen kopen?

Adrie PapmaDit is geen boycotcampagne tegen bepaalde producten of winkelketens. Consumenten moeten gewoon producten uit ontwikkelingslanden blijven kopen. Novib wil niet dat banen verloren gaan in die landen. Consumenten kunnen wel in hun eigen winkel navragen over hoe het zit met het inkoopbeleid van die winkel en onder welke omstandigheden producten gemaakt worden. Indien mogelijk is het goed om fair trade producten te kopen. Hierdoor geeft de consument een signaal af en wordt de druk groter dat ook reguliere producten eerlijk gemaakt worden.

 

[Het CBL laat weten dat hoewel er in het certificeringsysteem EurepGap milieu-aspecten en arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen, de aandacht ervoor nog te weinig is. Het CBL wil de invoering van EurepGap gaan bevorderen in de Nederlandse supermarkten. In EurepGap zijn de eisen vastgelegd die in Europees verband aan boeren en tuinders worden gesteld over voedselveiligheid, duurzaamheid en kwaliteit.]

 

Reacties