Praat met BZ

01-06-2008
Door: Eugène van Haaren

CONSUL_228Ned-19
Foto: Roel Burgler
Gesprekken tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en het zogeheten maatschappelijk middenveld zijn er regelmatig. Maar het is alweer zeven jaar geleden dat de laatste grootschalige 'beleidsdialoog' werd georganiseerd. Dat gebeurde onder verantwoordelijkheid van toenmalig minister Eveline Herfkens, die wilde onderzoeken wat er aan inzichten leefde bij organisaties en deskundigen die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking.

Het resultaat was de notitie 'Civil Society en Structurele Armoedebestrijding', die onder meer aanbevelingen deed voor de rolverdeling tussen overheid en maatschappelijk middenveld. Een van de aanbevelingen was dat maatschappelijke organisaties hun eigen verantwoordelijkheid hebben. En dat deze organisaties, al krijgen ze financiële steun van de Nederlandse overheid, toch hun eigen keuzes mogen maken - ook als die tegen het overheidsbeleid ingaan.

Relatienetwerken
Verder constateerde de notitie een 'vermaatschappelijking van ontwikkelingssamenwerking', waardoor naast de bekende 'traditionele' hulporganisaties nieuwe actoren een rol gingen spelen. Verdergaande mondialisering van de samenleving, geholpen door de opkomst van e-mail en internet, zorgde voor nieuwe vormen van maatschappelijke betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking - overigens zonder dat het altijd zo wordt benoemd. Dat varieerde van beroepsgroepen als artsen, brandweerlieden of advocaten die zich inzetten voor steun en kennisuitwisseling met collega's in arme landen tot migranten die contact bleven houden met hun land van herkomst en regelmatig geld overmaken naar familieleden.

'Ontwikkelingssamenwerking verandert hiermee van een exclusief vakgebied tot een geïntegreerd onderdeel van andere sectoren en levenssferen', aldus de notitie. Dit was een waardevolle ontwikkeling, meende het ministerie. Immers: deze relatienetwerken versterkten indirect ook het draagvlak voor de conventionelere vormen van ontwikkelingssamenwerking.

Inmiddels zijn de omstandigheden weer veranderd, ook op andere gebieden. Daarmee is ook het karakter van de internationale samenwerking veranderd. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking is onder druk komen te staan. Ook is duidelijk geworden dat mondiale trends, zoals de toenemende energiebehoefte en de daarmee gepaard gaande klimaatverandering, ook voor de armen in de wereld desastreus kunnen uitpakken.

Coherentie
De vragen die over deze veelomvattende problemen gesteld kunnen worden, zijn schier oneindig. Laat staan dat er eensluidende antwoorden zijn over de mogelijke oplossingen. Maar minister Koenders probeert het toch. Samen met een breed scala van actoren werkzaam in de ontwikkelingssector, wil hij analyseren welke kansen en bedreigingen uit de snel veranderende (inter)nationale context voortvloeien, en hoe die de rollen van maatschappelijke organisaties en het ministerie beïnvloeden.

De deelnemers wordt bovendien gevraagd na te denken over de internationale keuzes die worden gemaakt om hulp effectiever in te zetten. Over maatregelen om bureaucratie terug te dringen, maar ook over coherentie van beleid die er voor moet zorgen dat er samenhangend en doelmatig hulp wordt verleend. En: hoe om te gaan met de toenemende vraag naar resultaten en verantwoording over het geld dat wordt uitgegeven.

Het ministerie richt zich daarbij niet alleen op de bekende, grote ontwikkelingsorganisaties, maar wil bij de nieuwe consultatieronde bijvoorbeeld ook migrantenorganisaties en het bedrijfsleven betrekken. Vertegenwoordigers van andere ministeries is evengoed gevraagd actief aan de discussie deel te nemen. Het ministerie van Defensie bijvoorbeeld. Nederlandse troepen spelen meer dan ooit een rol in de beveiliging van fragiele staten, in de hoop wederopbouw mogelijk te maken. De rol van de overheid en het maatschappelijk middenveld in zulke staten zou ook een van de discussiethema's van de uiteindelijke conferentie kunnen worden.

De consultatieronde is op 22 mei van start gegaan met een bijeenkomst waarop de belangrijkste onderwerpen zijn vastgesteld en waarover de komende tijd verder wordt gediscussieerd. Bij het ter perse gaan van dit blad waren de exacte onderwerpen nog niet bekend. De consultatieronde zal drie maanden duren.

Wie als organisatie of individu aan de discussie mee wil doen, kan nog steeds terecht op de speciaal in het leven geroepen website www.ontwikkelingisverandering.nl. Op 24 en 25 juni volgt een tweedaagse conferentie waar de tot dan toe besproken onderwerpen uitgediept worden.

Het ministerie streeft er niet naar om met deze rijkgeschakeerde raadpleging over veel thema's consensus te bereiken. Wel zal Koenders in september, tijdens een aparte bijeenkomst, aangeven welke elementen uit het eindrapport van de consultatie zullen terugkomen in een nieuwe beleidsnotitie van het ministerie.

'Ontwikkeling is verandering' is een initiatief van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De uitvoering is in handen van MDF Training & Consultancy, in samenwerking met internetplatform OneWorld en Vice Versa. Op de volgende twee pagina's van dit nummer van Vice Versa geeft Oxfam Novib-directeur Farah Karimi een eerste aftrap voor de beleidsdialoog. Houd voor de laatste ontwikkelingen ook de volgende nummers van Vice Versa in de gaten.

Reacties