OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In 2030 wil het kabinet een CO2-reductie van 49 procent ten opzichte van 1990 hebben gerealiseerd. Het kabinet “streeft” er bovendien naar dat alle nieuwe auto’s die tegen die tijd verkocht worden, allemaal uitstootvrij zijn. En in 2050 moet de CO2-uitstoot met niet minder dan 95 procent zijn teruggedrongen. De plannen zijn ontegenzeggelijk indrukwekkend, maar verre van onomstreden. Spoedig na de presentatie van de plannen rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit dat de praktische plannen hooguit goed waren voor de helft van de klimaatambities.

Niet Parijs-proof

Dus ja: gaat Rutte III zijn eigen doelstellingen halen? En hoe zijn die plannen verder praktisch uitgewerkt? Vrijdag organiseerde de Vereniging van Milieuprofessionals (VVM) een bijeenkomst waarin die vragen centraal stonden. Helaas was het antwoord op de eerste vraag ontkennend. ‘Nee, de plannen van de regering zijn niet ‘Parijs-proof’, stelde Sandor Gaastra, directeur-generaal van Energie (en Telecom en Mededinging) bij Economische Zaken. ‘Die 49 procentCO2-reductie in 2030 is niet genoeg. Om Parijs te halen moet je minstens 55 procent reduceren.’ Die laatste 6 procent wordt volgens Gaastra wel ‘geambieerd’ door Rutte III, maar moet in in samenwerking met Europese partners gerealiseerd worden.

Sandor Gaastra
Sandor Gaastra, directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging bij EZ Beeld door: Algemene bestuursdienst

Waarom zou je die laatste 6 procent er niet bijzetten? ‘Die 49 procent moeten ze eerst maar eens halen. Dat zou een heel knap resultaat zijn. Sowieso maakt het eigenlijk niet uit, die 49 of 55 procent. Het verschil is met de kennis van nu nauwelijks hard te maken’, verzucht in de pauze Tinus Pulles, gepensioneerd klimaatwetenschapper en lid van de VVM. En ook volgens Gaastra zelf is die laatste 6 procent puur ingebouwd als politieke hefboom om ook de internationale buren deelgenoot te maken van de ambities van het kabinet.

Kip-en-ei-probleem

Het legt de vinger inderdaad op een zere plek: CO2-uitstoot kent geen grenzen en dus is het buitenland nodig om maatregelen effectief te laten zijn. ‘Zo lang je nog niet voldoende windenergie hebt om het energieaanbod over te nemen kan het effectiever blijken om een kolencentrale open te houden. Anders nemen omliggende landen die grijze energie simpelweg over met hun oudere, en dus meer broeikasgassen uitstotende centrales’, legt Pieter Boot, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, uit.

Daarmee manifesteert zich een kip-en-ei-probleem dat tot op heden resulteert in een zeer teleurstellende situatie. Twee weken geleden werd duidelijk dat Nederland een plaats zakt op de Europese ranglijst van duurzame energieopwekkende lidstaten. Dat correspondeert niet met het gevoel van veel Nederlandse burgers die denken dat ze door groene energie af te nemen al helemaal goed bezig zijn.

Het item over duurzame energie van 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 Bron: www.youtube.com

Dat werd gisteren op kenmerkend cynische wijze duidelijk gemaakt door het satirisch televisieprogramma Zondag met Lubach. Volgens Lubach neemt al bijna 70% van de Nederlanders groene stroom af. Goed nieuws, zou je zeggen. Maar die cijfers zijn heel erg vertekend. Nog afgezien van het feit dat een groot deel ‘sjoemelstroom’1 is, is de impact van dat toch indrukwekkend ogende getal maar klein. Consumentenstroom is maar een heel klein onderdeel van het totale energieverbruik. Al het industriële energieverbruik, de gasverwarming en het verkeer vallen daarbuiten. Alles bij elkaar is het primaire energieverbruik van Nederland meer dan 3.000 petajoule. Niet meer dan 500 petajoule daarvan is consumentenstroom.

Smalste schouders

Daarom is het schrijnend dat het huidige beleid de verantwoordelijkheid voor de energietransitie bij de burger lijkt te leggen. Milieudefensie kwam vandaag met een rapport waaruit blijkt dat het juist de laagste inkomens zijn die de energietransitie zullen betalen. Volgens het rapport stijgen de energiekosten voor huishoudens door Rutte III aanzienlijk. Maar de grootste klimaatvervuilers, de zware industrie, gaan volgens het regeerakkoord nauwelijks meer betalen. Donald Pols van Milieudefensie stelt dat dat een bedreiging is voor het klimaatbeleid. ‘Het bedrijfsleven moet substantieel meebetalen, anders komt er geen Klimaatakkoord’, aldus Pols vandaag in de Volkskrant.

Het beeld dat naar voren komt is dat van de burger die wordt opgezadeld met zowel het schuldgevoel als met de misvatting dat hij er wat aan kan doen door groene stroom af te nemen (wat overigens natuurlijk wel helpt, vooral als het geen sjoemelstroom is). Maar dat de grote uitstoters zoals de industrie veel meer zouden moeten doen, is duidelijk.

  1. Sjoemelstroom is feitelijk fossiel opgewekte energie, maar waarbij de leverancier een groen certificaat heeft gekocht – lees daarover meer op de site van Wise, of kijk dit filmpje van Hier ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewl3-0749

Janno Lanjouw

Redacteur PowerSwitch

Na zijn studies Geschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media richtte Janno het Food Film Festival op. Daar raakte hij gespecialiseerd in …
Profielpagina