OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Je hebt vast wel eens gehoord van de mogelijkheid om bomen te laten planten ter compensatie van je vliegreis. De zogenaamde ‘vrijwillige CO2-compensatie’-markt biedt nog veel meer opties om je voetafdruk te verminderen na een vliegreis: waterpompen aanschaffen voor boeren in India, windturbines laten zetten in Costa Rica of schoon water verzorgen voor gemeenschappen in Rwanda. In 2017 zorgde deze markt voor 63 megaton CO2-compensatie. Ter vergelijking: alleen KLM stootte in 2017 12 megaton CO2 uit, de hele KLM-AirFrance group 27,5 megaton CO2.

De website van KLM vraagt bij elk aankoop of je als klant je geboekte vlucht wil compenseren. Dit komt bovenop de vliegticketprijs. Voor een retourtje Rome betaal je bijvoorbeeld 2 euro extra; bij een retour Buenos Aires komt er 14 euro bij. KLM investeert dit geld in zogenoemde Gold standard-projecten. Gold standard is door het Wereldnatuurfonds uitgeroepen tot de ‘meest rigoureuze certificeringsnorm voor CO2-compensatieprojecten’. De certificering garandeert dat een project bovenop CO2-compensatie ook een bijdrage levert aan duurzame ontwikkeling, zoals betere gezondheid of het creëren van banen. Een soort hybride vorm van groen doen en ontwikkelingswerk dus. Klink perfect, of niet?

Gezonde kooktoestellen

“Voor de atmosfeer maakt het niet uit wáár op de aarde de CO2 wordt gecompenseerd”, legt Sarah Leugers, hoofd communicatie van Gold Standard, uit. Via drie Gold Standard-projecten waarin KLM de compensatiegelden de afgelopen tien jaar investeerde, worden families in Ghana, Kenia en Mali voorzien van speciale, schone, kooktoestellen. Deze kooktoestellen helpen de verbranding van hout efficiënter te verlopen. Zo is er minder hout nodig voor het koken en komt minder CO2 in de atmosfeer. Omdat zo’n kooktoestel een meer afgesloten systeem is dan open vuur, komt er ook minder fijnstof in de lucht. Zo draagt het bij aan het verminderen van luchtwegenziektes en dus aan duurzame ontwikkeling. Maar is dat het hele verhaal?

Promotiefilmpje voor kooktoestellen gegeven aan families in Ghana Bron: www.youtube.com

Westerse oplossingen exporteren naar armere families of gemeenschappen in ‘ontwikkelingslanden’ pakken niet altijd uit zoals beoogd. Harvard-onderzoekers volgden vier jaar lang families met zo’n speciaal kooktoestel op het platteland van India. Hun rapport uit 2012 laat zien dat de families de kooktoestellen na een jaar ‘niet regelmatig of op de juiste manier gebruikten’. De toestellen gingen kapot of bleken niet groot genoeg voor een hele familie. Dan moest er nog steeds óók op een open vuur gekookt worden. Uiteindelijk had deze oplossing weinig invloed op de gezondheid van de gebruikers of op de CO2-uitstoot, zo concludeerde het rapport.

De rapporten over de kooktoestellen van Golden Standard in Ghana, Kenia en Mali laten zien dat deze wel langer dan een jaar gebruikt werden. Maar ook hier bleek het gebruik in Ghana na zes jaar overschat (64 procent in plaats van 75 procent). Daarnaast kon 90 procent van de ondervraagde projectdeelnemers in Mali niet inschatten of hun nieuwe kooktoestel meer of minder rook veroorzaakte dan open vuur.

De eerste stap is altijd je eigen voetafdruk te minderen

De kooktoestellen zijn bovendien zwaar gesubsidieerd (eventueel met geld van de vliegcompensatie). De doelgroep moet daarnaast zelf een bijdrage leveren aan het toestel, maar heeft vaak niet genoeg geld om deze zonder subsidie aan te schaffen en soms ook niet om te repareren. Het project loopt tot slot af na vijf, zes of tien jaar. Na deze tijd rekent de projectopzet er dan ook niet op dat de kooktoestellen nog worden gebruikt. Is het dan nog wel een duurzame oplossing? Een rapport van de Wereldbank uit 2014 over schone kooktoestellen in Subsahara-Afrika concludeert dat ‘drie decennia van inspanningen om zowel moderne brandstoffen als verbeterde biomassa-kooktoestellen te promoten in de regio, slechts sporadisch succes heeft geboekt’.

Elk jaar minder CO2 per passagier maar wel méér passagiers

Vorig jaar liepen het kooktoestelprojecten af. Sinds 2017 investeert KLM binnen CO2ZERO in een herbebossingsproject in Panama. Er is niets mis met het planten van bomen of mensen aan een betere gezondheid te helpen via kooktoestellen. Maar zijn deze projecten adequaat om de uitlaatgassen van een vliegretourtje naar Praag of Barcelona te compenseren? “De eerste stap is altijd je eigen voetafdruk te minderen”, zegt Leugers resoluut. “Pas daarna komt compensatie. Koolstofcompensatie mag geen manier zijn om je hiervan vrij te pleiten.”

Gemiddeld stoot een Nederlander 20 keer zoveel CO2 uit als een Ghanees, en ruim 100 keer zoveel als een Malinees

Gemiddeld stoot een Nederlander 20 keer zoveel CO2 uit als een Ghanees, en ruim 100 keer zoveel als een Malinees

Maar KLM ziet dit anders: ‘De huidige realiteit is dat mensen zullen blijven vliegen’, schrijft het bedrijf aan OneWorld. En terwijl het doel van de vliegmaatschappij is om in 2020 de uitstoot per passagier met 20 procent te verminderen ten opzichte van 2011, groeide het aantal passagierskilometers elk jaar: sinds 2011 met 23 procent. Het aantal passagiers dat KLM vervoert groeit sinds 2015 gemiddeld met twee miljoen per jaar.

‘KLM is ondanks het groeiende aantal passagiers stabiel gebleven in absolute CO2-emissies’, schrijft KLM. Maar is dat genoeg? Volgens het Zweedse bedrijf South Pole, bemiddelaar van de CO2ZERO-projecten voor KLM, is er ‘agressieve mitigatie’ (vermindering van de uitstoot van broeikasgassen) nodig om de aarde niet méér laten opwarmen dan 2 graden. Maar ook hier is KLM optimistisch: ‘Wij verwachten een absolute reductie te kunnen realiseren in de toekomst, ondanks de groei’.

Waarom geen compensatieprojecten in Europa?
Waarom zijn er amper CO2-compensatieprojecten in Europa? Hier wordt immers veel meer CO2 uitgestoten dan in landen waar de CO2-compensatie plaatsvindt. In Europa CO2-compensatieprojecten opzetten blijkt niet te kunnen om administratieve redenen. Binnen de vrijwillige CO2-compensatiemarkt melden de projecten namelijk zelf hoeveel CO2 ze gecompenseerd hebben. Binnen de Europese emissiehandel (ETS), een andere vorm van carbon market, rapporteren lánden hoeveel CO2 ze per jaar hebben gecompenseerd. Zo zou een Europees land en een project dezelfde emissies melden. “Dat zou leiden tot dubbeltellingen in de registers”, zegt Leugers. En die dubbelingen, dát is een administratieve onmogelijkheid. Wil je toch je eigen voetafdruk compenseren, dan kan dit ook zonder te vliegen, bijvoorbeeld via goldstandard.org.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-020278

Adriana Homolova

Datajournalist

Adriana is een freelance data journalist bij OneWorld
Profielpagina