Peru wil cocateelt met koffieboon bestrijden

01-05-2004
Door: Tekst: Ralph Mens


Wie het regenwoud van Peru in wil, moet eerst de asfaltjungle van Lima zien te verlaten. Om acht uur 's ochtends baant mijn omnibus zich een weg tussen dampende minibusjes en illegale taxi's door. Hier geldt het recht van de sterkste. Na deze krachttoer trotseren we het Andesgebergte met als hoogste punt Ticlio op bijna 4.900 meter, om vervolgens af te zakken naar La Merced, de toegangshaven tot de Selva Central.

Onderweg passeren ons vrachtwagens volgeladen met fruit uit de jungle: ananas, sinaasappels en bananen, op weg naar Lima. Nog maar enkele dagen geleden waren de toegangswegen naar dit deel van het regenwoud versperd door protesterende cocaboeren. De resten van de acties, brokken steen en boomstammen, liggen als aandenken langs de kant van de weg. De 'cocaleros' hebben inmiddels besloten een gezamenlijke mars te organiseren naar Lima. Op hetzelfde moment dat wij het smaragdgroene oerwoud induiken, zijn zo'n vierduizend cocaboeren vanuit diverse regio's onderweg naar de hoofdstad, om hun eisen voor te leggen aan de Peruaanse regering.

Eind jaren negentig is Peru, gesteund door de Verenigde Staten, actief begonnen met het vernietigen van cocavelden in het regenwoud. Tot groot ongenoegen van de cocaboeren, die hun rendabele handel in rook op zien gaan. Zij eisen dan ook het stopzetten van de bestrijdingscampagne. President Toledo heeft duidelijk gemaakt dat hier geen sprake van kan zijn. Enkele jaren geleden is afgesproken dat de Peruaanse cocaboeren veertienduizend kilo aan cocabladeren per jaar mogen produceren, voor traditioneel gebruik en voor het maken van 'mate de coca', cocathee. Vorig jaar produceerde Peru echter genoeg cocabladeren om 150 duizend kilo cocaïne te fabriceren.

Naarmate we verder de jungle inrijden richting Satipo, traditioneel een koffiedistrict waar men meer en meer coca produceert, wordt de vochtige warmte steeds duidelijker voelbaar. De ongeasfalteerde wegen zijn op veel plekken nog modderig na een recente regenbui. In het regenwoud is inmiddels gelukkig het droge seizoen aangebroken en de zon schijnt volop. Waar ik ook kijk, zie ik bloeiende vegetatie. Veel bananenbomen, die makkelijk te herkennen zijn aan hun groengele, gladde stammen en hun loom wuivende bladeren. Tussen de hoge bomen groeit van alles, maar de koffieplanten met hun donkergroene, glanzende blad en hun rode en groene vruchten voeren de boventoon. Met 225 duizend hectare is koffie nog altijd het belangrijkste landbouwproduct van Peru.

Weerstand

Devida, de 'Comision Nacional para el Desarolla y Vida sin Drogas', houdt zich namens de Peruaanse overheid bezig met het terugdringen van de cocateelt in Peru. De commissie zoekt uit in welke gebieden coca wordt verbouwd en gaat vervolgens de dialoog aan met de gemeenschap ter plaatse. In ruil voor vernietiging van de gewassen worden wegen hersteld, nieuwe bruggen gebouwd of waterleidingen aangelegd. Er worden projecten gestart om nieuwe gewassen te kweken, fokkerijen van kleine dieren zoals cavia's en konijnen op te zetten, en kaalgekapte grond te herbebossen.

Tot eind jaren negentig was er relatief weinig weerstand tegen de bestrijdingscampagne; de prijs van coca was laag, terwijl voor alternatieve landbouwproducten zoals koffie een goede prijs werd betaald. Vanaf 2001 veranderde de situatie echter: de koffieprijs stortte in, terwijl de prijs van coca steeg. De weerstand tegen de vernietiging van de oogsten nam zienderogen toe.

Oxfam, dat wereldwijd campagne voert voor 'eerlijke koffie', vindt dat de Peruaanse overheid te weinig doet om de boeren te helpen bij de omschakeling op alternatieve gewassen. Zo zou de regering voorschotten moeten geven aan de koffieboeren, die ze terug kunnen betalen wanneer de koffieprijs weer aantrekt. Daarnaast zou ze boeren moeten stimuleren om een diversiteit aan producten te verbouwen.

Terwijl de regering aan de ene kant de coca ijverig bestrijdt, groeit deze aan de andere kant net zo hard weer aan. Zo werd in 2003 ruim 6.439 hectare coca vernietigd, maar werd in datzelfde jaar 6.236 hectare nieuwe stekken geplant. De voorzitter van Devida, Nils Ericsson, blijft echter optimistisch: 'Dankzij onze campagne om cocateelt te vervangen door producten zoals koffie, denken we dit jaar zo'n 8.000 hectare coca te kunnen vernietigen.'

Alternatief

Nadat eind jaren negentig de terroristische bewegingen Sendero Luminoso en Tupac Amaru grotendeels uit het centrale regenwoud waren verdreven, kwam het normale leven weer langzaam op gang. Een van de koffieboeren die na de jaren van geweld terugkeerde naar zijn plantage, is Antonio Velasquez. Zijn bouwvallige houten huisje staat langs de kant van de weg, maar vervoer heeft hij niet, zodat hij de loodzware zakken koffie op zijn rug van de plantage naar huis draagt. In de zakken zitten onbewerkte bonen, die in het twee uur verder gelegen La Merced worden gedroogd en daarna in Lima verscheept naar de Verenigde Staten.

Antonio zit ruim dertig jaar in de koffieteelt. Als ik hem vraag naar de jaren van terreur worden zijn ogen vochtig. 'Alles wat wij hier hadden opgebouwd, hebben de terroristen vernietigd. Ze hebben onze plantages en schuren verbrand. De leiders van de "cooperativos" werden met de dood bedreigd en moesten onderduiken. De meeste van ons trokken weg en lieten de grond onbeheerd achter.'

De terroristen veranderden het gebied in een cocazone. Met de opbrengsten van de drugshandel werd de gewapende strijd gefinancierd. Na de binnenlandse oorlog moest alles weer van de grond af worden opgebouwd. Hulp van de overheid kregen de boeren daarbij niet. 'De regering heeft niets voor ons gedaan, ze hebben alleen de belastingen verhoogd.' De enige hulp kwam van ngo's en buitenlandse ingenieurs die hen stimuleerden over te schakelen op ecologische koffie.

'Begin jaren tachtig gebruikten we veel kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, wat tot een hoger rendement leidde, maar de kwaliteit van de koffie en het milieu aantastte. De grote koffie-importeurs verlangen nu van ons dat we op milieuvriendelijke wijze koffie verbouwen. Hoe hoger de kwaliteit van de koffie, hoe hoger daarbij de prijs.'

Nadat de koffieteelt in het regenwoud weer redelijk op eigen benen stond, zakte de koffieprijs dramatisch door overproductie in Vietnam en Brazilië. De verleiding om coca te verbouwen is dan ook groot. Voor een kilo coca wordt momenteel zes dollar betaald, vijf keer zo veel als voor een kilo koffie. Het verbouwen van koffie is daarbij veel arbeidsintensiever en vergt meer investeringen. De koffieboer haalt bij de huidige koffieprijzen nauwelijks zijn kosten eruit. 'Coca is het alternatief', luidt dan ook een deze dagen veel gehoorde slogan in de streek.

De meeste cocaboeren hebben het dorp enkele dagen eerder verlaten voor de lange mars naar Lima. Een achtergebleven 'cocalero', die zijn naam niet wil prijsgeven, zegt dat hij in principe wel voelt voor de koffieteelt, maar ervan afziet vanwege de lage opbrengst. 'Hoe kan ik mijn gezin onderhouden van het hongerloontje dat ik met koffie verdien?' Zijn rechterwang is dik van de cocabladeren. Het kauwen van de bladeren stilt de honger en geeft extra energie tijdens het zware werk op het land. Van de totale cocaproductie wordt echter slechts 17 procent aangewend voor dit legale gebruik, terwijl 83 procent wordt verwerkt tot cocapasta, de grondstof voor cocaïne.

Als ik de gevolgen van de cocateelt voor de omgeving schets - de cocaboeren kappen en verbranden de oorspronkelijke vegetatie, terwijl de cocaplant belangrijke mineralen aan de grond onttrekt, zodat er later niets meer groeit - haalt hij zijn schouders op en zegt uitdagend: 'Wij moeten toch ergens van leven? Moeten wij soms sterven zodat de bomen kunnen leven?'

Max Havelaar

In de aangrenzende Yurinaki-vallei is ontwikkelingsorganisatie Desco in 1998 begonnen met een veelbelovend project om de koffieteelt nieuw leven in te blazen. Samen met ingenieurs Charles de Weck en Walter Zuniga bekijk ik de nieuwe koffie-installatie die Desco ten bate van de gemeenschap heeft gebouwd. Een bulldozer is bezig het terrein vlak te maken waarop straks de koffiebonen moeten drogen. Een ronddraaiende machine, die wel wat wegheeft van een lottoballenapparaat, scheidt de pulp van de boon, waarna ieder zijns weegs gaat.

Inzet van het project is om koffie van hoogwaardige kwaliteit te kweken en om de naam van de regio, Yurinaki, aan de koffieboon te koppelen. Uiteindelijk wil men ook zelf koffie branden en als eigen merk verkopen. De boeren zijn enthousiast over het project, ook al worden door de lage koffieprijs hun inspanningen vooralsnog niet beloond.

Koffiekweker Dario Fundez is blij met het programma van Desco. 'In het begin dacht ik: waar bemoeien ze zich mee. Maar na verloop van tijd zag ik dat ecologische koffie beter is voor het milieu en dus ook beter voor ons. Door onze bonen gezamenlijk te bewerken met de nieuwe installatie besparen we tevens een hoop tijd en energie.' Hij roert het water om in een cementen bak waarin de koffievrucht ronddrijft. Het enige wat hem zorgen baart, is de lage koffieprijs. Hij vraagt of ik Max Havelaar ken. Ik knik en vraag of ze een goede prijs betalen. 'Ze betalen wel goed, maar ze kopen weinig', zucht hij. Als ik uitleg dat de meeste Nederlanders nog altijd voor goedkopere merken kiezen, knikt hij begrijpend en kijkt vervolgens gelaten naar de witte koffiebonen die liggen te drogen op het terrein.

Ruim vierhonderd kilometer verderop zijn de 'cocaleros' na hun lange mars aangekomen in de hoofdstad Lima om een vreedzame demonstratie te houden. De actievoerders dreigen met hongerstakingen indien hun eisen niet worden ingewilligd, maar de regering geeft geen krimp. De standpunten van beide kampen lijken zich te verharden. Intussen groeien de cocaplanten in het regenwoud vrolijk verder. Peru heeft in de strijd tegen de illegale cocateelt nog een lange weg te gaan.



Reacties