Like Paul Kagame

02-05-2011 Bron: OneWorld
Opkomst Social Media Afrika

Of ze slechts een vonkje vormden of een machtig wapen van verzet, daar is de discussie nog niet over gesloten. Maar zeker is dat social media zoals Facebook en Twitter een belangrijke rol hebben gespeeld bij het verspreiden van de Arabische revolte.
Maar verspreidt de revolte zich ook naar het zuiden, naar Afrika beneden de Sahara? In Rwanda is Facebook inmiddels een hit. President Kagame zorgt voor de zekerheid dat hij zelf in de frontlinie zit.

De opstand in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wordt ook in Rwanda met argusogen gevolgd. In winkels en cafés staan de nieuwszenders aan op tv, bewakers bij huizen en hotels luisteren naar een krakend radiootje. Maar ook in de vele internetcafés kijken mensen naar de filmpjes op Youtube. “Een president die zo zijn volk behandelt, dat is verschrikkelijk”, zegt Pierre, een 29-jarige bankmedewerker. “En dat terwijl ze alleen maar voor hun rechten opkomen.” Als Khaddafi in een van zijn verwarde tv-optredens zijn achterban oproept om ‘protesterende kakkerlakken en ratten aan te vallen’, gonst dat dagenlang door Kigali, de hoofdstad van Rwanda. “Ik kreeg koude rillingen toen ik dat hoorde”, zegt Pierre. Het woord ‘kakkerlakken’ brengt Rwandezen terug naar de genocide van 1994, toen de bevolking via de radio werd opgeroepen om ‘kakkerlakken’, de Tutsi’s, te vermoorden. Op Twitter buitelen de tweets vol verbazing en afgrijzen over elkaar. ‘Heard that Khaddafi called protesters cockroaches. Terrible #Rwanda #genocide.’ Tegelijkertijd zijn er kritische tweets. Voor een groot aantal twitteraars mag de grote opruiming van repressieve staatshoofden beginnen. ‘Mubarak en Ben Ali zijn verdreven. Who’s next? #Kagame #Mugabe.’ De Rwandese president Kagame, bewonderd om de manier waarop hij Rwanda uit de armoede probeert te trekken, maar ook verguisd vanwege zijn repressieve neigingen, reageert handig door zijn medeleven met het Libische volk te tonen. In een artikel in de Engelse krant The Times roept hij de internationale gemeenschap op om deze keer niet aan de zijlijn toe te kijken hoe een genocide plaatsvindt, zoals in Rwanda wel het geval was. Susan Rice, Obama’s ambassadeur bij de Verenigde Naties twittert zijn boodschap vervolgens verder de wereld in: ‘Rwandan Prez @PaulKagame knows first hand the cost of international inaction. He strongly supports the int’l response in Libya to save lives.’

Blackberry
Kagame weet als geen ander Afrikaans staatshoofd hoe je social media inzet als pr-machine. Zijn eigen officiële website www.paulkagame.org houdt dagelijks bij welke buitenlandse delegaties hij ontvangt. Ook de fanclub van Paul Kagame heeft een eigen website (mykagame.com) waar je elke stap van ‘our hero’ kunt volgen.
Op fotosite Flickr zien we hem tijdens conferenties en officiële gelegenheden, steevast goed geluimd en handen schuddend met buitenlandse politici. Op zijn eigen Youtube-kanaal staan filmpjes van toespraken en gastcolleges. Bijna zestienduizend mensen vinden zijn Facebookpagina ‘leuk’. Op zijn prikbord staan commentaren als ‘Mr President! we r vry proud of you!’ en ‘love to meet you’. In zijn album zien we een foto waarop hij driftig twittert vanaf zijn iPad. Als @paulkagame heeft hij bijna tienduizend volgers uit de hele wereld. Hij reageert op vragen (‘Wat vindt u van de Franse interventie in Ivoorkust?’), beschuldigingen en complimenten (‘U hebt de Fransen eruitgeschopt, goed zo’) en gaat in discussie, zoals met de Nederlandse @pkuiper over de gevangenneming van presidentskandidaat Victoire Ingabire, die lange tijd in Nederland woonde. Niet zelden staan zijn tweets vol met vertypingen en sms-taal (‘That is a right for every1-what u r asking!’).
“Sommige mensen denken dat iemand anders mijn tweets stuurt, maar ik ben het echt”, zei Paul Kagame eind maart tijdens zijn maandelijkse uurtje met de Rwandese pers. “Tweeting is part of my meal. Tijdens mijn lunchpauze kijk ik onder het eten naar de tweets die zijn binnengekomen. Maar ook als ik aan het tennissen ben, kijk ik in de pauze even op mijn blackberry en beantwoord twee of drie vragen van volgers.”

Privéleven
Onder Kagame’s leiding heeft Rwanda torenhoge ambities met internet. Volgens het nationale masterplan Vision 2020 moet het land de ict-hub worden van Oost-Afrika, en daarmee de overgang maken van een landbouweconomie naar een kenniseconomie. De afgelopen jaren is er meer dan 2000 kilometer glasvezelkabel aangelegd. Er worden nog elke dag nieuwe internetcafés geopend, maar ook op mobieltjes is internet razend populair. “Kijk, gekregen van mijn broer die in Frankrijk woont.” Eric wrijft liefdevol over het schermpje van zijn Nokia smartphone. De 23-jarige student economie zit op de bank bij zijn zus Aline thuis te wachten tot zij de lunch op tafel zet. Intussen chat hij via Facebook met zijn vrienden die hij zojuist nog op de universiteit heeft gezien. “Vanavond speelt Arsenal tegen Barcelona. Ik voorspel dat het 2-1 wordt.” Dan wordt het schermpje zwart. Eric springt op. “Even krediet kopen.” Voor 500 Rwandese franc (60 eurocent) kan hij een dag lang internetten. Als hij alleen zijn status wil updaten of updates van zijn vrienden wil zien, kan hij ook overschakelen op de gratis 0.facebook.com (‘Zero Facebook’), dan hoeft hij alleen te betalen als hij ook foto’s wil zien. “Volgens onze cijfers heeft 70 procent van de studenten internet op z’n mobieltje”, vertelt Robert, een jonge marketingmanager bij MTN, de grootste telecomaanbieder in Rwanda. “Het is heel hard gegaan met Facebook. Elke maand komen er duizenden gebruikers bij. Het zijn vooral de jongeren, volwassenen moeten er nog aan wennen. Zij zijn gesteld op hun privacy. Het zit niet in onze cultuur om zomaar je privéleven te delen met iedereen, maar de jeugd begint daar nu wel mee. Dat is een enorme mentaliteitsverandering.”

Privacy
Afgelopen februari beleefde Rwanda een Berlusconi-achtig schandaal dat via internet naar buiten kwam. De minister voor Sport en Cultuur Joseph Habineza had zich op een feestje uitstekend vermaakt met een groepje tienermeisjes. De foto’s van een sjansende en dansende Habineza belandden op internet en werden binnen een paar uur verspreid door duizenden Facebookgebruikers. Habineza nam ontslag. “Mijn Facebookvrienden hadden ze ook op hun prikbord gezet”, vertelt Noella, een 25-jarige student Communicatiewetenschappen. “Dat het zo veel ophef zou veroorzaken, hadden ze niet verwacht. Het is voor ons echt nieuw om te ontdekken wat de kracht van Facebook is. Mijn moeder snapt echt niet waarom ik via een status-update mijn vrienden wil laten weten waar ik ben. Wij Rwandezen zijn niet gewend om alles van onszelf te laten zien. We zijn meer in onszelf gekeerd. Maar daardoor hebben we ook niet geleerd dat we onze privacy moeten beschermen. We gooien al onze foto’s en gedachten zomaar op internet, zonder erbij na te denken wat de gevolgen kunnen zijn.” Zelf plaatst ze graag foto’s van zichzelf met beroemde zangers of sporters op haar prikbord. “Maar ik vraag ook de mening van mijn vrienden over serieuze zaken, bijvoorbeeld over wat er in Libië gebeurt. Zelfs het onderwerp van mijn afstudeerscriptie heb ik aan ze voorgelegd.” Dat resulteerde in een met een acht bekroond onderzoek naar het gebruik van Facebook onder Rwandese studenten, de topgebruikers van de internationale vriendensite. Facebook is verslavend, zeggen ze. Maar ook: Facebook biedt de kans om contacten te leggen buiten het toeziend oog van de ouders om. “Studenten willen netwerken, nieuwe vrienden ontmoeten, buitenlands nieuws lezen, nieuwe culturen ontdekken”, vertelt Noella. “Maar ze hebben vaak niet door dat andere mensen internet ook gebruiken als een middel om hun boodschap op te dringen. Rwandezen in het buitenland die onze regering haten, schrijven valse berichten dat president Kagame slechte dingen doet.”

Torpederen
“Hoe kan een president die via social media direct contact onderhoudt met de bevolking, nou een vijand zijn van de democratie?”, vroeg een commentator in de Rwandese krant The New Times zich onlangs retorisch af. Facebooken en twitteren, het lijkt een  strategisch slimme zet voor de leider van een land waar persvrijheid beknot wordt. Eigenlijk is alleen nog maar de New Times over, een door de overheid gecontroleerde krant. Rond de door Kagame met 96 procent van de stemmen gewonnen verkiezingen vorig jaar werden diverse kranten verboden en hun sites geblokkeerd. Meerdere journalisten vluchtten het land uit en opereren nu vanuit andere landen in de regio. Volgens medewerkers van mensenrechtenorganisaties kan de overheid precies bijhouden welke sites zij bekijken. Medio april gingen er geruchten dat een Rwandees beveiligingsbedrijf hackers aan het rekruteren was in Kenia om die sites uit de lucht te halen. Hackers reageerden daarop door te beloven alle Rwandese overheidssites te torpederen als dat zou gebeuren.
Ondertussen zijn de diaspora en andere Rwanda-watchers in Europa en in de VS, die zich buiten de controlemogelijkheden van de overheid bevinden, in diverse blogs, nieuwssites en fora openlijk kritisch en ironisch. “We mogen president Kagame wel dankbaar zijn”, schrijft blogger Vincent Harris (coloredopinions.blogspot.com). “Hij helpt ons de dag door als we om inspiratie verlegen zitten.” Ook de kritische  vragen op de niet-officiële Facebookpagina van de president, over bijvoorbeeld het tekort aan water of de stijgende benzineprijzen, komen vaak uit de diaspora. “Met Facebook heb ik wat minder”, antwoordde Kagame op de vraag van een journalist waarom hij daar niet direct op reageert.

Massamedia
In het jongerencentrum in Kimisagara, een drukke volkswijk aan de rand van Kigali, is het spitsuur in het computerlokaal. Jongens en meisjes, vaak met z’n tweeën op een stoel, gamen en kijken videoclips. Initiatieven zoals One Laptop per Child zorgen ervoor dat Rwanda in één generatie de sprong maakt van grotendeels analfabeet naar een generatie van jonge digi-professors die de fase van pen en papier overgeslagen hebben. “We proberen de jeugd bij te brengen dat internet niet alleen leuk is, maar dat je er ook wat van kunt leren”, vertelt jongerenwerker Omar. “De jaarlijkse genocideherdenking in april koppelen we aan een online discussie over het nut van herdenken. Een groot probleem van internet is dat niet alle mensen weten wat waar is of onwaar, omdat ze niet de intenties doorzien van de mensen die erachter zitten. En die onwetendheid maakt mensen bevattelijk voor de verkeerde informatie, dat hebben we eerder gezien tijdens de genocide. Internet is iets moois en nieuws, maar social media blijven ook een vorm van massamedia.”
Vooralsnog lijkt het in Rwanda vooral de president die de vruchten plukt van social media.

Lonneke van Genugten

Hoofdredacteur OneWorld. Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties