Advertentie

Nacht van de VN

Tijdens de Keti Koti-tafels worden zwarte en witte deelnemers letterlijk tegenover elkaar gezet. Niet om de confrontatie te zoeken, maar om de dialoog aan te gaan. “Witte mensen zijn vaak niet in staat de pijn van zwarte mensen te voelen.  De dehumanisering van toen werkt nog altijd door.”  

“Als het om zwarte pijn gaat, meten witte mensen nogal eens met twee maten,” zegt Mercedes Zandwijken beslist. “Dat komt door een gebrek aan empathie. Neem het gedoe rond de viering van het Sinterklaasfeest op school. Witte moeders zijn vaak zo verknocht aan hun herinneringen aan Zwarte Piet en willen die zo graag doorgeven, dat het plezier van hun eigen kind belangrijker is dan de pijn en het ongemak van een zwart kind. Zwarte emoties worden niet of nauwelijks serieus genomen.”

Mercedes Zandwijken

Mercedes Zandwijken, sociaal activist en gestalttherapeut, is oprichter van de Stichting Keti Koti Tafel. Een Keti Koti-tafel is een invented tradition, bedoeld om stil te staan bij het slavernijverleden en de doorwerking ervan. Rond 1 juli, de dag waarop in Nederland de afschaffing van de slavernij wordt herdacht, brengt Zandwijken zwart en wit samen aan een rituele dis – een gereconstrueerd slavenmaal – om met elkaar in gesprek te gaan. Zo’n gesprek wordt gestructureerd met behulp van vragen die een persoonlijk karakter hebben, maar altijd voortkomen uit heikele kwesties waarover doorgaans gezwegen wordt.

 

Verschil tussen zwarte en witte emoties

Dit jaar draaien de gesprekken aan de Keti Koti-tafels om het verschil tussen zwarte en witte emoties. In haar met tapijten bedekte woonkamer legt Mercedes Zandwijken uit waarom: “Er zijn aan de lopende band incidenten die voortkomen uit negatieve gevoelens van wit. ‘Hallo witte mensen’, het boek van Anousha Nzume, is veel journalisten in het verkeerde keelgat geschoten. Omdat Nzume onderscheid maakt tussen wit en zwart, wordt ze door diezelfde journalisten van racisme beticht.

Wit Nederland vindt over het algemeen dat racisme niet bestaat en dat iedereen gelijk is

Rondom de oprichting van Artikel 1 door Sylvana Simons kon je hetzelfde zien gebeuren. Zwart moet zich braaf in het witte discours over racisme voegen, en zo niet dan krijg je de volle lading.” Verontwaardigd: “Wit Nederland vindt over het algemeen dat racisme niet bestaat en dat iedereen gelijk is. Terwijl ik zo tien officiële rapporten kan noemen die het tegendeel laten zien. Omdat de meeste witte mensen geen emotionele spierballen hebben ontwikkeld, schieten ze meteen in de stress als er over racisme of dekolonisatie wordt gesproken. Dat ligt voor zwarte mensen heel anders. Wij moeten ons iedere dag tot die thema’s zien te verhouden.”

Dialoog aangaan 

Zandwijken is strijdbaar, niet bang om man en paard te noemen, maar geeft tegelijkertijd blijk van een zoekende, open houding. Ze mag de problemen tussen zwart en wit nog zo stevig neerzetten, het streven naar verbinding is nooit ver weg. Tijdens de Keti Koti-tafels plaatst ze zwarte en witte deelnemers letterlijk tegenover elkaar: niet om de confrontatie te zoeken, maar om de dialoog aan te gaan.

“Die dialoogvorm is heel erg belangrijk,” aldus Antoin Deul. Als directeur van het kenniscentrum NiNsee is Deul verantwoordelijk voor de landelijke 1 juli-herdenking bij het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Het afgelopen jaar schoof hij twee keer aan bij een Keti Koti-tafel van Zandwijken. “Bij een debat gaat het erom gelijk te krijgen,” licht Deul telefonisch toe. “Wie de beste argumenten paraat heeft, wint. Maar bij een dialoog zijn er geen winnaars of verliezers. Door een dialoog kun je inzicht krijgen in wat de ander denkt en waarom hij dat denkt, zonder meteen een oordeel te vellen. Begrip is de eerste stap naar compassie en empathie.”

Dehumanisering van zwarte mensen 

Zandwijken en Deul zijn het erover eens dat wit onbegrip voor zwarte pijn terug te voeren is op de vergaande dehumanisering van zwarte mensen in de tijd van slavenhandel en slavernij. Wie eenmaal tot slaaf was gemaakt, was geen mens meer maar een ding, een voorwerp dat gekocht kon worden en als het niet voldeed weer van de hand werd gedaan. Deul: “Het is alsof alleen zwarte Nederlanders een emotioneel probleem met het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis hebben. Maar ik zie juist heel veel emotie bij witte Nederlanders: woede, onwil, weerstand. De kern van het probleem is dat witte Nederlanders het koloniale trauma niet onder ogen willen zien. Het moet vooral verzwegen worden, want ach, het is zo lang geleden, dus hou er maar over op! Er is iets heel vreemds aan de hand met die witte emotie.”

Zandwijken ziet het zo: “Witte mensen zijn vaak niet in staat de pijn van zwarte mensen te voelen omdat de dehumanisering van toen nog altijd doorwerkt. Daardoor wordt de pijn van een zwarte persoon door veel witte mensen als minder erg ervaren. Zwarte mensen gaan er zelf trouwens ook vaak vanuit dat witten kwetsbaarder zijn dan zijzelf.” Openhartig: “Toen mijn eerste kind een licht meisje met blond haar bleek te zijn, zei mijn moeder dat ik heel voorzichtig met haar om moest gaan. Dat heeft ze niet gezegd toen er later een donkere baby kwam.”

Nationaal Monument Slavernijverleden, Oosterpark, Amsterdam. Foto: Arthena 

Van kleurenblindheid naar woke

Zandwijken, inmiddels rond de zestig, geeft aan dat ze in de loop der jaren een ontwikkeling heeft doorgemaakt van kleurenblindheid naar woke: “Net als witte mensen ging ik er vanuit dat kleur er niet toe doet, zolang je je maar aanpast en weet hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit. Ik was een regelrechte kei in het omarmen van de linkse, witte cultuur en had mezelf vanuit dat perspectief ontwikkeld. Je hoefde maar een wit onderwerp aan te snijden of ik kon erover meepraten. ”

Inmiddels vindt Zandwijken die houding ronduit ‘ziekelijk’: “Van de zwarte cultuur wist ik vrijwel niets! Een jaar of vijftien geleden is dat omgeslagen. Ik heb toen een periode gehad waarin ik alleen nog maar over zwarte issues wilde praten.” Zelfbewust: “Menig feestje is de afgelopen jaren verpest met discussies over Zwarte Piet. Het is een keer voorgekomen dat een witte Nederlander door de gastvrouw naar de andere kant van de kamer moest worden gedirigeerd omdat het gesprek totaal uit de hand liep.” Zandwijken kijkt erbij alsof ze nog steeds niet kan geloven dat zulke dingen gebeuren.

De pijn van het slavernijverleden is er iedere dag en wordt van generatie op generatie overgedragen 

Als achterkleindochter van een tot slaafgemaakte vrouw in Suriname heeft Zandwijken veel nagedacht over het stilzwijgend doorgeven van zwarte pijn. “Binnen zwarte gemeenschappen hebben we het liever over de sterke zwarte vrouw dan over de vrouw die iets met zich meedraagt dat afbreuk doet aan haar kracht. Maar de pijn van het slavernijverleden is er iedere dag en wordt van generatie op generatie overgedragen. Sterk zijn en niet achterom kijken wordt dan een collectieve identiteit.”

‘Zwarte moeders zijn dominant en autoritair’

Die identiteit manifesteert zich volgens haar ook in een zekere hardheid: “Als een kind in de tijd van de slavernij zich verwondde, werd het niet gekoesterd. Dat ging gewoon niet. Ongevoeligheid is een overlevingsstrategie geworden, die nog altijd deel is van de zwarte cultuur. Niet bewust, maar toch. Mijn moeder is geboren in 1929. De pijn van mijn Surinaamse overgrootmoeder werd aan haar overgedragen door haar eigen moeder. En vervolgens droeg zij het weer over op mij. Zwarte moeders zijn dominant en autoritair, ze zien hun kind te weinig als een individu dat meester is over zichzelf. Ik kan het weten, want ik ben opgevoed door zo’n moeder en ben er zelf ook een geweest.”

Zandwijken heeft drie volwassen kinderen plus twee stiefkinderen van haar joodse partner. Het is geen toeval dat haar Keti Koti-tafels geïnspireerd zijn op de zogeheten Seidermaaltijd, een ritueel waarmee het joodse volk de uittocht uit Egypte herdenkt. “De eerste keer wist ik niet wat ik meemaakte,” vertelt Zandwijken. “Tijdens zo’n maaltijd wordt het einde van de slavernij gevierd. En dat doen joden dus al drieduizend jaar. Denk je dat eens in! Voor Afro-Nederlanders is het nog maar honderdvijftig jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft. Door de Seidermaaltijd realiseerde ik me dat we geen enkel ritueel hadden om op terug te vallen. Helemaal niets!”

Kokosolie om de pijn van het verleden te verzachten

De Keti Koti-tafels dienen niet alleen een maatschappelijk belang, ze hebben Zandwijken ook geholpen om haar eigen familiegeschiedenis een andere wending te geven. “We hebben nu iets van onszelf,” legt ze uit: “Een nieuwe traditie die ieder jaar rond 1 juli herleeft. Dat is verrijkend, ook voor mijn eigen gezin. We gaan met alle kinderen aan tafel zitten en wrijven elkaars polsen in met kokosolie om de pijn van het verleden te verzachten. Daarna praten we over vrijheid en bespreek ik met mijn kinderen de momenten van vrijheid en onvrijheid die ze het afgelopen jaar hebben ervaren. Ik vind het belangrijk om te weten of ik hen in hun autonomie heb beknot.”  Met een glimlach: “Ik was zo’n Surinaamse moeder die snel boos wordt, maar dat is nu niet meer zo. Omdat ik mij bewust ben geworden van de achtergronden ervan.”

Hoofdfoto: Rijksmuseum

670

Redacteur, journalist en schrijver. Ze zet haar talenten en vaardigheden al zo’n vijfentwintig jaar in voor (media)organisaties die …
Profielpagina

Advertentie

WeDo2030