Advertentie

Nacht van de VN

Gemiddeld pleegt er elk uur een Indiase katoenboer zelfmoord. Multinationals zorgen ervoor dat arme Indiase boerengezinnen gedwongen zijn om tegen hoge prijzen hun zaad te kopen. Door veel mislukte oogsten en hoge schulden door leningen worden de boeren wanhopig en zien ze geen andere uitweg dan zelfmoord. In ‘Bitter Seeds’ laat de Israëlische regisseur Micha X. Peled zien hoe Indiase katoenboeren de dupe worden van de macht van het grote zadenconcern Monsanto. 

Bitter Seeds: leven als Indiase katoenboer
Een komisch maar eigenlijk tragisch beeld. Werknemers van het Amerikaanse bedrijf Monsanto die in een boerendorp in India flyeren om hun eigen Bt-zaad te promoten. ‘Goedkoop, geen bestrijdingsmiddelen nodig en een hoge opbrengst.’ Voor de arme katoenboer is het een laatste redmiddel om na de eerdere mislukte oogsten met lokale zaden, weer een goede productie te draaien. Om het nieuwe zaad te kunnen betalen moet er wel eerst een lening worden afgesloten. Aankloppen bij de Nationale Bank heeft geen zin. Geen onderpand, dan geen lening. Dan maar naar een particulier die tegen hoge rentes wel wil ‘helpen’. De boer heeft weinig keus. Een deel van zijn land tijdelijk afstaan en maandelijks de schuld aflossen met 7% rente.

Maanden later is het tijd om te oogsten. Het heeft niet veel geregend, dus een goede oogst zal er niet meer in zitten. En tot overmaat van ramp heeft de schildluis zich genesteld in de katoenplanten. Toch niet helemaal ongediertebestendig, zoals Monsanto beweerde. Helaas voor de boer is hij de dupe van valse voorlichting en kan er definitief een streep door de beloofde goede oogst. De wanhoop is nabij. Het oude vertrouwde zaad is niet meer verkrijgbaar en op enige vorm van medelijden van Monsanto hoeven de boeren niet te rekenen. Weer een boer die zelfmoord pleegt in het dorp. Een crematorium is lucratiever dan een boerenbestaan.

Actie tegen regeringen en multinationals
Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft in de landbouw. Het overgrote deel daarvan is zelfvoorzienend en kan maar net rondkomen. De machtige multinationals staan in de rij om de landbouwmarkt over te nemen. Gine Zwart, beleidsmedewerker van Oxfam Novib, weet wel wat het probleem is. “Multinationals bepalen het aanbod. Dat moet worden aangepakt. Organisaties als Oxfam kunnen met brede steun van het publiek in opstand komen. Er moet hoge druk worden uitgeoefend op multinationals en regeringen die de macht van multinationals toestaan. Dan zullen er vanzelf maatregelen worden genomen om meer en een gevarieerder aanbod op de markt te krijgen, zodat de boeren minder afhankelijk zijn van één aanbieder.”

Makkelijker gezegd dan gedaan. Regeringen, zeker in ontwikkelingslanden, bezwijken volgens Zwart vaak voor de druk van grote concerns en vinden geld belangrijker dan hun eigen bevolking. “De overheid van een land als India wordt met mooie praatjes en beloftes ingepakt door de multinationals. Enige zorg voor de gevolgen voor de arme boeren is er dan niet meer bij. Ze zien alleen geld. De eigen staatskas moet gespekt worden. En dat geldt bij meer regeringen van landen in met name de Derde Wereld. Het is dus een globaal probleem.”

Verkeerde technologie op verkeerde plek
[[{“type”:”media”,”view_mode”:”media_large”,”fid”:”14221″,”attributes”:{“style”:”float:right; height:267px; width:220px”,”class”:”file-media-large media-element media-image”}}]]Iemand die veel weet over landbouwgrond en het verbouwen van gewassen, is Prem Bindraban. Hij is directeur van het bodeminstituut ISRIC aan de Universiteit van Wageningen en heeft voor de VN en de Wereldbank onder meer onderzoek gedaan naar landbouw wereldwijd. Volgens hem is het een probleem van de verkeerde technologie op de verkeerde plek. “Op zich hoeft er niks mis te zijn met de technologie van genetisch gemanipuleerde zaden en het verbouwen van gewassen met kunstmest. Met name het gebruik van kunstmest kun je niet uitsluiten. Het levert een veel hogere productie op en er is dus minder land nodig. Maar deze technologie vereist veel water en is niet geschikt voor arme boeren die lijden onder droogte en weinig land tot hun beschikking hebben. De technologie is goed, maar op de verkeerde plek met de verkeerde omstandigheden.”

Volgens Bindraban is het van belang dat de publieke en private sector gaan samenwerken. Zo kunnen ze hun kennis en technologie van de landbouw beter benutten in het voordeel van de boeren. “Overheden hebben vaak te weinig tegenargumenten om multinationals te weerhouden van praktijken zoals met de katoenboeren in India. Met meer kennis zal er ook meer aanbod komen van verschillende producenten. Dan hebben boeren meer keuze en minder kans om te worden uitgebuit. En boeren moeten daarnaast de juiste technologie hebben om goed te kunnen produceren en de kans op een misoogst te beperken.”

Inzet, wil en tijd nodig
Zwart ziet de toekomst van boeren die slachtoffer zijn van multinationals niet helemaal somber in. “Er is een groeiend bewustzijn van buitenaf, dat blijkt uit bijvoorbeeld de belangstelling voor deze documentaire. Een bredere steun leidt tot meer druk op regeringen en multinationals. Ook moet er voor gezorgd worden dat boeren meer toegang tot kennis hebben. Dan kunnen ze zelf geïnformeerde keuzes maken. Ik denk dat daarmee een hoop problemen worden opgelost.” Daar is Bindraban het mee eens. Feit blijft dat er veel inzet, wil en tijd nodig is, om arme boeren tot in de kleinste dorpen te beschermen. Inmiddels heeft er alweer een Indiase katoenboer een einde aan zijn leven gemaakt. 

De documentaire ‘Bitter Seeds’ is winnaar van de Oxfam Global Justice Award 2011 en de IDFA Award for Best Green Screen Documentary 2011. De ‘IDFA-Oxfam Novib on Tour’ zal nog in vier andere steden documentaires vertonen. Kijk voor meer informatie op http://www.idfa.nl/nl/agenda/idfa-en-oxfam-novib-on-tour.aspx

Foto: cc

Advertentie

WeDo2030