Advertentie

Kom naar de Duurzanme Week Utrecht

Mirjam Vossen legt de zaal een aantal vragen voor, zoals: draagt ontwikkelingshulp volgens Nederlanders bij aan armoedevermindering? Uit eerder onderzoek blijkt dat het aandeel Nederlanders dat twijfels heeft over het nut van ontwikkelingssamenwerking in de afgelopen jaren is gestegen. Heeft dit te maken met de beelden die media en ngo’s schetsen van ontwikkelingslanden? En zijn kranten daarmee (mede) verantwoordelijk voor de scheve percepties bij het publiek? Is het beeld van ontwikkelingssamenwerking dat de media schetsen te eenzijdig negatief? 

Het panel bestond uit  Amma Asante (politicoloog en adviseur maatschappelijke ontwikkeling bij BMC), Chris Rutenfrans (chef opinie bij de Volkskrant), Bart Romijn (directeur Partos) en Alexander Pleijter (lector journalistiek en innovatie Fontys en hoofdredacteur De Nieuwe Reporter). Christine Carabain (Kaleidos Research) leidde het debat.

Pleijter stelt dat voorzichtigheid geboden is bij het leggen van de link tussen beelden in de media en de mening van het publiek. Media, en journalisten, zijn nu eenmaal onderdeel van en ontstaan uit de cultuur waarin ook dit brede publiek bestaat. Van echte, bepalende invloed is volgens Pleijter geen sprake. 

Kees Broere concludeert deze week in zijn blog op Oneworld dat vooroordelen uiterst hardnekkig kunnen zijn. Hij hoopt dat hij door zijn werk als journalist mogelijke vooroordelen weg kan nemen en een betere kijk op ontwikkelingen in Afrika mogelijk te maken.

Goed nieuws = geen nieuws
Bijkomend probleem is de focus op slecht nieuws binnen de journalistiek. Goed nieuws is nu eenmaal geen nieuws en het verkoopt niet, zo stelt Rutenfrans. Dat geldt overigens niet alleen voor nieuws over ontwikkelingssamenwerking. Romijn stelt dat de beeldvorming in de media eenzijdig is. Ebola werd pas echt interessant voor de media toen het een bedreiging ging vormen voor de westerse wereld. De verantwoordelijkheid voor eenzijdige beeldvorming ligt niet alleen bij de media, maar ook bij ontwikkelingsorganisaties, zo stelde hij. Organisaties gebruiken nog steeds veel zielige kindjes in wervingscampagnes met de boodschap dat die alleen door noordelijke hulporganisaties geholpen kunnen worden.

Romijn stelt dat ook positief nieuws het lezen waard kan zijn, niet alle nieuws is slecht nieuws. Asante gaat een stap verder: media zijn wel verantwoordelijk voor percepties van het publiek. Kranten horen uit te dagen, en te prikkelen om na te denken. Niet na te praten wat het publiek zelf denkt. Ook is de beeldvorming vaak eenzijdig. Zo is het huidige overheersende beeld van Ghana dat het daar allemaal goed gaat omdat er geen ramp en geen oorlog is. Maar het feit dat er geen ramp of oorlog is, wil nog niet zeggen dat het dan ook goed gaat. Er is nog altijd veel armoede in Ghana, zo stelt Asante. En ligt de werkelijkheid van armoede in Ghana, en daarbuiten, niet veel genuanceerder dan we via media en ngo’s horen? 

Frames
De manier waarop we de werkelijkheid weergeven, kan worden gevat in een aantal kaders of ‘frames’. Vossen benoemt in haar onderzoek vijf van deze  frames voor ontwikkelingssamenwerking; het ‘slachtofferframe’, het ‘vooruitgangsframe’, het ‘sociale rechtvaardigheidsframe’, een frame van ‘slecht bestuur’, een frame dat is gebaseerd op een ‘onze schuld’ gedachte en een ‘global-village’ frame. In krantenartikelen wordt het vooruitgangsframe het meest gebruikt (49% van de artikelen), waarin armoede wordt beschouwd als een kwestie van achterblijvende ontwikkeling. In ngo-uitingen wordt het slachtofferframe veel gebruikt (waarin menselijk lijden centraal staat, 41%). Er wordt dus nog lang niet altijd op een gelijkwaardige, genuanceerde en moderne manier gecommuniceerd  door ngo’s. Opvallend is dat in ruim een kwart van de krantenartikelen het ‘slecht bestuur’ frame aan de orde komt, terwijl dat frame in geen enkele van de onderzochte reclame uitingen van ngo’s wordt gebruikt. Ontwikkelingsorganisaties zouden hier beter op in kunnen spelen, zegt Vossen.

De discussie gaat over de vraag of echte gelijkwaardigheid wel mogelijk is als het gaat om hulp. En over de vraag of frames waarin mensen minder als slachtoffers worden afgebeeld ook effectief zijn om fondsen te werven. En in hoeverre worden wij allemaal niet beïnvloed door onze eigen frames? Zoals Carabain stelt: “als je eerlijk naar jezelf kijkt zijn we allemaal schuldig aan negatieve beeldvorming. Want we hebben allemaal beelden in ons hoofd”.  

De expertmeeting werd op maandag 11 mei 2015 georganiseerd in Pakhuis de Zwijger door Kaleidos Research in samenwerking met Mirjam Vossen. Het onderzoek ‘Wereldwijde armoede in de media’ is te downloaden via http://www.ncdo.nl/artikel/wereldwijde-armoede-de-media.

 

670

Lette Hogeling doet bij NCDO onderzoek naar wat Nederlanders weten en vinden van mondiale vraagstukken en hoe dit in hun gedrag tot …
Profielpagina

Advertentie

Lecture van Max Havelaar