Advertentie

Nacht van de VN

De afgelopen jaren wordt klimaatrecord na klimaatrecord gebroken. 2015 had de hoogste gemiddelde temperatuur ooit, en 2016 is op weg om dat weer ruimschoots te overtreffen. Afgelopen juni was de warmste juni ooit, mei was de warmste mei ooit, april was de warmste april ooit, en zo kun je nog 11 maanden teruggaan zonder een ‘gewone’ maand tegen te komen. Tussen begin 2015 en begin 2016 is de temperatuur van de aarde 0,2 graden gestegen. Als die stijging in dit tempo zou doorgaan, zou het over honderd jaar wereldwijd twintig graden warmer zijn. 

De opwarming die we nu meemaken is het gevolg van de CO2-uitstoot tot en met eind jaren zeventig

Veel meer warmte ‘in de pijplijn’

De aarde warmt gestaag op, maar volgens onderzoek van Bits of Science is dit nog maar een voorproefje van wat ons te wachten staat. Het platform voor wetenschapsjournalistiek heeft de belangrijkste inzichten op het gebied van klimaatverandering geanalyseerd, en daaruit blijkt dat er nog een enorme hoeveelheid warmte ‘in de pijplijn’ zit. De opwarming die we nu meemaken is het gevolg van de CO2-uitstoot tot en met eind jaren zeventig. De effecten van alle broeikasgassen die we daarna hebben uitgestoten staan ons dus hoe dan ook nog te wachten. Ook als de hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer vanaf morgen niet langer zou toenemen, zou de aarde nog zeker veertig jaar doorgaan met opwarmen en zouden de klimaatdoelstellingen die in Parijs zijn afgesproken niet gehaald worden. Alleen een effectieve verlaging van de CO2-concentratie kan de wereld nog onder de afgesproken 1,5 graden-grens houden.

Opwarming met uitstel

Er zijn verschillende factoren die zorgen voor zo’n ‘uitgestelde’ opwarming. De belangrijkste daarvan is het vertragende effect van de oceanen. Doordat die een grote hoeveelheid warmte opnemen werken ze tijdelijk als een soort koelelementen voor de aarde. Vergelijk het met een koude winternacht. Wanneer je in bed stapt voelen het matras en de dekens koud aan. Dan kun je er makkelijk twee extra dekens bijpakken zonder dat je het meteen warm hebt, maar na een tijdje ben je blij als je ze weer af kan doen. De broeikasgassen in de atmosfeer zijn te vergelijken met die dekens, en daar produceren we er steeds meer van terwijl we het net een beetje warm beginnen te krijgen. Het verschil is natuurlijk dat je de CO2-deken niet zo makkelijk even weg kan leggen.

Er is een groot verschil tussen de opwarming die je met de thermometer kan meten en de opwarming inclusief 'uitgestelde warmte'. Zie ook de volledige grafiek van Bits of Science.

Er zijn nog meer effecten die ervoor zorgen dat een deel van de opwarming voor later bewaard wordt. Onder andere de reflecterende werking van kleine stofdeeltjes in de uitlaatgassen van fabrieken en vliegtuigen zorgt ervoor dat er minder licht, en dus warmte, de aarde bereikt. Deze zogeheten aerosolen werken als een soort spiegel die de warmte weerkaatst. Helaas blijven deze zwevende deeltjes veel korter in de atmosfeer dan CO2, waardoor het opwarmende effect van een verhoogde hoeveelheid CO2 steeds sterker merkbaar wordt.

Ookal hebben landen een maximum van twee graden afgesproken, hun plannen leiden in het ‘beste’ geval tot een opwarming van drie graden

Paleoklimatologen hebben bovendien een vergelijking gemaakt met het klimaat van drie miljoen jaar geleden, toen de CO2-concentratie ongeveer gelijk was aan die van nu. Die vergelijkingen voorspellen zo’n twee tot drie graden extra temperatuurstijging, maar het kan eeuwen duren voor we daarmee geconfronteerd worden.

Zoeken naar oplossingen

Hoewel vermindering van de CO2-uitstoot in bijna alle landen hoog op de politieke agenda staat wordt er weinig rekening gehouden met uitgestelde opwarming. De inzichten die zijn samengevat door Bits of Science zijn niet nieuw. Toch lijkt het of men in de politiek nog niet helemaal op de hoogte is van de implicaties ervan. Toen in Parijs eind vorig jaar het nieuwe klimaatakkoord werd gepresenteerd, gebeurde dat met groot optimisme. Maar terwijl landen afspraken om de opwarming te begrenzen tot hooguit twee graden, en bij voorkeur anderhalve graad, leiden alle plannen voor gedeeltelijke emissiereducties in het ‘beste’ geval tot een opwarming van drie graden. Bij een opwarming van die omvang verdroogt het grootste deel van de Amazone, smelten de ijskappen van Groenland en West-Antarctica volledig en komt de voedsel- en watervoorziening voor miljoenen mensen in gevaar.

De enige manier om de opwarming van de aarde te beperken is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen tot vrijwel nul, in combinatie met het beschermen van de bossen en natuurgebieden die nog intact zijn. Alleen dan kan de aarde het teveel aan CO2 in de atmosfeer weer omzetten in zuurstof, en blijven we misschien binnen de twee graden opwarming. Om dat te bereiken moeten we stoppen met de massaconsumptie van dierlijke producten en het gebruik van fossiele brandstoffen. Er vallen steeds meer slachtoffers door onze klimaatonverschilligheid. In onder andere Ethiopië, Somalië en Colombia zorgt de temperatuurstijging voor een versterkt effect van El Niño, met extreem water- en voedselgebrek als gevolg.

De laatste echte voedselcrisis in Europa was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als gevolg van de voedselschaarste zijn toen in Nederland 16.000 mensen overleden. Opwarming van de aarde is een veel grootschaliger probleem met vergelijkbare gevolgen. Toch blijven ideeën die toen goed werkten, zoals invoering van voedselbonnen of een verbod op benzine, ongehoord in het maatschappelijk debat.

Wat moet er gebeuren voor we klimaatverandering als acute bedreiging zien?

Lees hier de uitgebreide analyse van Bits of Science

Advertentie

WeDo2030