In een interessant experiment van de Universiteit van Southhampton gaven onderzoekers 104 mensen een vier uur durende kantooropdracht, het invoeren van gegevens. Ze betaalden die 5 pond (6 euro) per uur, en een bonus afhankelijk van het resultaat.

De resultaten van alle deelnemers lagen in elkaars buurt. Toch kregen ze sterk uiteenlopende bonussen, op puur willekeurige basis: de ene groep kreeg 2 pond (2,4 euro) per uur extra, de andere 6 pond (7,2 euro).

Nadien kreeg iedereen de vraag een deel van het pas verdiende loon aan een goed doel te schenken.

Teruggeven aan de samenleving

37 procent van wie een lage bonus kreeg, deed een schenking. Bij wie een hogere bonus kreeg, was dat slechts 21 procent. Beide groepen schenkers, met de lage en hoge bonus, gaven een even groot deel van hun loon weg: 9 procent.

Wie een hogere bonus krijgt, voelt niet noodzakelijk dat hij iets moet teruggeven aan de samenleving, zegt Mirco Tonin, die het onderzoek leidde. "Dit komt wellicht doordat mensen instinctief hun hoge loon of bonussen als een beloning voor hun eigen vaardigheden en inspanning zien, zelfs al is daar toeval mee gemoeid. Ze voelen dat ze recht hebben op het geld." De goede verdieners voelen daarom niet de noodzaak genereuzer te zijn.

De economen geven organisaties die geld inzamelen de raad, zich niet alleen tot mensen met grotere inkomens te richten.

Advertentie

Lecture van Max Havelaar