Advertentie

Flag-Banner_B

Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Je stelt dat beide definities van ras, als biologisch of als cultureel verschijnsel, niet correct zijn?
Het antiracisme-standpunt is dat onderscheid op basis van ras niet thuishoort in de samenleving. Daar ben ik het mee eens! Alleen, wordt dit standpunt verwoord als ‘ras is een sociale constructie, een fictie, met reële consequenties’. Die stelling veronderstelt – net zoals haar tegenpool, namelijk ‘ras is een biologisch verschijnsel’ – dat we weten wat ‘ras’  is en daar een definitie van hebben. Het probleem is dat we die juist niet hebben. Of beter, die definitie blijft steeds veranderen.

Racisme is niet te bestrijden door alle feiten op een rij te zetten. En beter dan ras te ontkennen, kun je de complexe rol die het in de geschiedenis speelt omarmen. Wil je begrijpen hoe wij tot raciale wezens worden gemaakt en welk effect dat op de samenleving heeft, dan is het cruciaal om ‘ras’ niet te reduceren tot een biologisch feit of een culturele fictie.

Amade M'charek is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij onderzoek doet naar de relatie en interactie van wetenschap en de samenleving. M'charek focust in haar onderzoek voornamelijk op het gebied van forensisch onderzoek en de genetica.

 

Daarnaast is M'charek lid van de Raad van Advies van Kennisinstituut Atria.

Eerder gaf M'charek een college bij De Universiteit van Nederland.

De genetica laat zien dat ras niet bestaat, dat verschillen tussen bevolkingsgroepen vloeibaar zijn en historisch gegroeid. Dat zijn feiten. Maar wanneer je denkt dat ras te bestrijden is door de feiten op een rij te zetten, ontken je de rol van verhalen en ficties, en hoe die ras en racisme laten voort bestaan. Je komt verder wanneer je onderkent dat er sprake is van een voortdurend samengaan van feiten en ficties. Dat levert ook slimmere politieke- en opvoedingsstrategieën op.

Voor mij is het daarom oprecht een open vraag: hoe komt ras tot stand? We maken voortdurend categorieën. Tegelijkertijd lijken we onmiddellijk te vergeten dat ze door mensen zijn bedacht, en zijn we geneigd te denken dat die categorieën in onze natuur besloten liggen en niet van gedaante veranderen. Daarom is het belangrijk te achterhalen welke elementen worden gebruikt om dergelijke verschillen natuurlijk, universeel, tot in de eeuwigheid der tijden als vaststaand feit te maken. Van zulke geschiedenissen kunnen we leren om een effectieve vorm van antiracisme te ontwikkelen.

Marcus van EindhovenAfbeelding: het lichaam van het kindje uit 1300 AD in Eindhoven. Bron: Maja d’Hollosy – Skullpting

Waarom is de reconstructie van het kinderskelet uit 1300 AD, dat in Eindhoven gevonden werd, een goed voorbeeld?
Het skelet werd in 2002 gevonden. Op basis van het chromosoom uit de tanden kon worden vastgesteld dat het een jongetje was: hij kreeg de naam Marcus toebedeeld. Een analyse van zijn schedel bracht aan het licht dat het kind ernstig ziek was geweest en daar waarschijnlijk aan was overleden. Het DNA liet voorts zien dat Marcus waarschijnlijk van mediterrane afkomst was.

[[{“fid”:”57014″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”},”type”:”media”,”attributes”:{“alt”:”Amade M’charek”,”class”:”file-file-styles-artikel-halve-breedte media-element”}}]]

Die twee elementen verdwenen in de reconstructie van zijn gezicht: Marcus werd een blank jongetje met blauwe ogen en rossig haar. Hij zag er heel gezond uit, met sproeten op zijn gezicht. Een ziek kind zal er niet zo uit hebben gezien, en ook zijn Zuid-Europese afkomst was niet terug te vinden.

De medewerker die de gezichtsreconstructie zou maken, had allerlei musea bezocht om te zien wat mensen op schilderen uit die tijd droegen, om zich zo een beeld te vormen hoe een mediterraan jongetje uit de middeleeuwen eruit kon hebben gezien. Het doel van de reconstructie was dichtbij de realiteit te blijven. 

Bron: Maja d’Hollosy - SkullptingReconstructie van Marcus van Eindhoven. Bron: Maja d’Hollosy – Skullpting

Zijn naam dankt het kind aan het muntje dat hij op zijn borst droeg: dat had de beeltenis van Sint Marcus, die ten tijde van de kruistochten de beschermheer van Venetië was. En via de munt werd de rol van beschermheer als het ware op Marcus overgedragen. Hij werd de beschermheer van de stad Eindhoven.

De discrepantie tussen de feiten enerzijds en het uiterlijk dat Marcus anderzijds gekregen heeft, hebben mij ertoe aangezet om over de relatie tussen feit en fictie na te denken, alsook over de rol die Marcus in Eindhoven moest vervullen. Marcus werd een symbool van de stad Eindhoven, maar ook een verbeelding van een zogenaamde Hollandse identiteit, terwijl die verbeelding niet makkelijk rijmt met de feiten van zijn skelet.

[[{“fid”:”57015″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”},”type”:”media”,”attributes”:{“alt”:”Amade M’charek”,”style”:”height:327px; width:581px”,”class”:”file-file-styles-artikel-volle-breedte media-element”}}]]

Wist degene die de reconstructie maakte dat Marcus doodziek was?
Ja, maar haar opdracht was om van Marcus een aantrekkelijk jongetje te maken. Veel van dit soort projecten worden gestuurd door de behoefte aan ‘city branding’, ze moeten leiden tot een waardevol symbool van de stad. Dat kleurt en stuurt hun archeologische, genetische en historische reconstructie. 

Marcus moest Eindhoven een gezicht geven

In mijn analyse van de geschiedenis en de reconstructie van Marcus, bleek hij niet alleen zichzelf te representeren, een Middeleeuws jongetje, maar vooral ook de stad Eindhoven. Marcus moest Eindhoven een gezicht geven, laten zien dat Eindhoven meer is dan grijze gebouwen. Hij moest Eindhoven profileren in het landschap van de terugtrekkende overheid, waarin steden onderling concurreren om de industrie naar zich toe te trekken. Van dat alles werd Marcus eigenlijk het zinnebeeld. Zijn recreatie was geen neutraal, maar een normatief project: er waren politieke en economische belangen mee gemoeid. 

[[{“fid”:”57016″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”},”type”:”media”,”attributes”:{“alt”:”Amade M’charek”,”style”:”height:327px; width:581px”,”class”:”file-file-styles-artikel-volle-breedte media-element”}}]]

Wat kunnen we van dit verhaal leren?
Het verhaal van Marcus van Eindhoven laat goed zien hoe we de wereld om ons heen begrijpen door feiten met ficties aan te vullen. In dit geval is dat op een problematische manier tot stand gekomen.

Het verschil tussen feit, fictie, en alternative factFictie = een waarachtig verhaal, een theorie die we gebruiken om een fenomeen te verklaren, of een traditie.


Feit = gestructureerde, collectieve vorm van kennis. 

Alternative fact = geïndividualiseerde vorm van kennis.

Ik ontken de waarde van feiten niet, maar probeer te laten zien dat we feiten niet kunnen kennen zonder ficties, omdat we verhalen nodig hebben om fenomenen die we waarnemen te duiden en te begrijpen. Dat betekent niet dat elk feit evenveel waard is, of dat elke fictie evenveel ruimte krijgt. We hebben dan juist de verantwoordelijkheid om na te denken over de bron van kennis en over hoe die kennis tot stand is gekomen.

[[{“fid”:”57017″,”view_mode”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_halve_breedte”,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:”Amade M’charek”},”type”:”media”,”attributes”:{“alt”:”Amade M’charek”,”class”:”file-file-styles-artikel-halve-breedte media-element”}}]]

We moeten ons dan ook voortdurend de vraag stellen: welke feiten en ficties zijn bij elkaar gebracht en hoe dragen zij bij aan het kennen van een fenomeen? Daarin ligt de mogelijkheid om ons bewust te worden van de wijze waarop we onze omgeving begrijpen, en kunnen we die problematiseren en veranderen. 

670

Veerle Boekestijn

Veerle Boekestijn is freelance journalist
Profielpagina

Advertentie

Rectangle-Banner_B

Advertentie

WeDo2030