Advertentie

Kom naar de Duurzanme Week Utrecht

Start het Internationaal Strafhof in Den Haag straks zijn eerste proces tegen een kopstuk van het Verzetsleger van de Heer, of krijgt het hof het nakijken? Die vraag is actueel door de overgave van Dominic Ongwen, een commandant van de van oorsprong Ugandese rebellengroep die ook wel bekendstaat als het LRA (een afkorting van Lord’s Resistance Army).

Berucht
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken meldde dinsdagavond Nederlandse tijd dat een man die zich Dominic Ongwen noemt, zich heeft overgegeven in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Amerikaanse en Afrikaanse militairen speuren daar naar leden van het LRA. De rebellengroep ontstond eind jaren tachtig in Uganda maar werd zo’n acht jaar geleden de grenzen over gedreven. Het LRA is berucht om het vermoorden en verminken van burgers, ronselen van kindsoldaten en verkrachten van vrouwen.
Het Ugandese leger heeft inmiddels vastgesteld dat het inderdaad gaat om Ongwen, die gezocht wordt door het Internationaal Strafhof (ICC) voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hiermee ontstaat er een potentieel ingewikkelde situatie volgens het Refugee Law Project, een mensenrechtenorganisatie in Oeganda.

Opsteker
Ongwen zou het eerste, door het ICC gezochte lid van het LRA zijn dat wordt gepakt. Het hof vaardigde in 2005 arrestatiebevelen uit tegen Ongwen en vier andere LRA-kopstukken onder wie algeheel leider Joseph Kony (twee verdachten, Raska Lukwiya en Vincent Otti, zouden inmiddels zijn overleden). De arrestatiebevelen waren de eerste van het in 2002/2003 begonnen ICC.
Een proces tegen Ongwen zou een opsteker zijn voor hoofdaanklager Fatou Bensouda van het ICC die recentelijk de prominente zaak tegen president Uhuru Kenyatta van Kenia moest staken wegens gebrek aan bewijs. Het ICC heeft in ruim tien jaar tijd slechts twee veroordelingen uitgesproken, tegen militieleiders uit Congo.

De grote vraag is nu of Ongwen ooit verschijnt voor het hof in Den Haag. Hij is momenteel in handen van de VS, die officieel niet de jurisdictie van het ICC erkennen. De VS lieten in 2013 wel Bosco Ntaganda naar Den Haag vertrekken, de militieleider die gezocht werd voor misdaden in Oost-Congo en die zichzelf overgaf in de Amerikaanse ambassade in Rwanda. Ntaganda verzocht daarbij wel zelf om terecht te staan. Mogelijk doet Dominic Ongwen ook zo’n verzoek, bijvoorbeeld omdat hij bang is voor de autoriteiten in zijn geboorteland Uganda.

Vijandig
Overhandigen de VS Ongwen aan Uganda, dan wordt de vraag of dat land hem doorstuurt naar Den Haag. Die kans is niet groot volgens internationaal strafrechtdeskundige Mark Kersten. Hij wijst op zijn weblog justiceinconflict.org op de vijandige houding van Uganda’s president Yoweri Museveni tegen het ICC. Uganda verleende ruim een decennium terug weliswaar erkenning aan het ICC, maar volgens Museveni heeft het hof zich sindsdien ontwikkeld tot een instrument van ‘neo-kolonialisme’, gericht tegen Afrika.

Kersten wijst er op dat Uganda misschien een juridisch argument heeft om zelf Ongwen te berechten. Uganda lijkt weliswaar, als ‘lidstaat’ van het ICC, verplicht om Ongwen te overhandigen aan het hof. Maar, stelt Kersten, Uganda kan proberen te beargumenteren dat het inmiddels zelf prima in staat is Ongwen te vervolgen. In 2008, drie jaar nadat het ICC de arrestatiebevelen tegen de LRA-kopstukken had uitgevaardigd, zette Uganda met de hulp van donoren een War Crimes Tribunal op speciaal voor de berechting van oorlogsmisdadigers. Gaat Uganda het langs deze weg proberen, dan wordt de vraag of de rechters van het ICC hiermee akkoord gaan.

Erg ingewikkeld
Ongwen lijkt in ieder geval niet in aanmerking te komen voor amnestie in Uganda. Het land voerde in 2000 een wet in die amnestie verleent aan LRA-leden die spijt betuigen en hun rebellie afzweren. De wet was bedoeld om LRA-leden aan te moedigen om de wapens neer te leggen en tevoorschijn te komen uit de bush, en om verzoening te bevorderen tussen daders en slachtoffers. Zo’n 26.000 LRA-leden hebben van de wet geprofiteerd.
Ongwen kan geen beroep doen op de wet, meent Lyandro Komakech van het Refugee Law Project, omdat de wet niet geldt voor LRA-strijders die gezocht worden voor oorlogsmisdaden.

Komakech wijst tot slot op een ‘erg ingewikkeld’ aspect van Ongwens zaak, een aspect dat geldt voor meer leden van het LRA: namelijk dat Ongwen ooit lid werd van het LRA onder dwang. Ongwen (1980) werd als 10-jarige ontvoerd en gedwongen tot moorden. Komakech: “Ongwen is dader en slachtoffer tegelijk. De Ugandese staat gaat hem mogelijk vervolgen maar diezelfde staat faalde  er destijds in om hem als burger te beschermen tegen het LRA. Let wel, Uganda heeft als lid van de VN de verantwoordelijkheid om zijn burgers te beschermen. Komt het tot een proces, dan kan Ongwen dit argument proberen te gebruiken voor zijn verdediging.”

Flickr/Creative Commons/Benedict Desrus

670

Nederlandse Afrika-correspondent in Uganda.
Profielpagina

Advertentie

Lecture van Max Havelaar