Advertentie

Nacht van de VN

Er zijn twee belangrijke redenen waarom ’s werelds oerbossen nog altijd slinken. Of het hout wordt gekapt om te verkopen of bewoners willen de grond gebruiken voor landbouw. Het Nederlandse bosbouwbedrijf Form laat zien dat ook het aanplanten van nieuw bos geld en banen kan opleveren.  

Paul Hol (52) werkt al drie decennia in de bosbouw, zowel in Nederland als in Centraal-Afrika. “In de beginjaren was het duurzaamheidsdenken in die sector nog helemaal niet doorgedrongen”, aldus Hol. In de jaren ‘90 veranderde dat en in 1993 zette Hol Form International op, een adviesorganisatie op het gebied van certificering van hout.  

Het idee is dat je ieder jaar een nieuw deel beplant, waardoor je na twintig jaar dus een-twintigste deel van je bos kapt en verkoopt

Mede onder druk van de milieulobby kwam er voor hout het FSC keurmerk, internationaal erkend als label van ‘goed’ hout. Je ziet dat label overal: bij de Gamma, op pakken printpapier en zelfs op kleding waar grondstoffen van hout in verwerkt zijn. “Form hielp bedrijven om aan de zeer strenge regels van FSC te voldoen”, aldus Hol.

Form begon zelf ook aan bosbouw te doen en met een investeerderssubsidie (PSOM, later PSI) werd het zusterbedrijf Form Ghana opgericht. Met die steun in de rug van 1,5 miljoen dollar werd aan de rand van het roemruchte Ashanti koninkrijk in Ghana een proeftuin van twintigduizend hectare verworven. “In 2001 gingen de eerste boompjes de grond in. Nu, vijftien jaar later, staan daar al flinke teakbomen die over vijf jaar geoogst kunnen worden. Het idee is dat je ieder jaar een nieuw deel beplant, waardoor je na twintig jaar dus een-twintigste deel van je bos kapt en verkoopt. Daarna wordt dat perceel opnieuw beplant.” Inmiddels werken er 600 mensen bij Form Ghana, in het hoogseizoen duizend.

Nieuw bos in GhanaNieuwe aanplant van bomen in Ghana. 

Klimaatverandering

Herbebossen heeft het tij mee. Op de klimaatconferentie in Parijs spraken tien Afrikaanse landen af dat er 100 miljoen hectare zogenaamd degraded land zal worden bebost; het AFR100-plan. Het gaat hier dus om gebied waar ooit bossen gestaan hebben, die de afgelopen decennia verloren gegaan zijn.  

Hoogleraar tropische bos ecologie Frans Bongers van de Wageningse universiteit WUR legt het belang van tropische bossen helder uit. “Als een boom, of welke plant dan ook, groeit dan is daarvoor water en CO2 nodig. Dat haalt hij uit de lucht en slaat hij op. Als je dus aan bosbouw doet haal je enorm veel CO2 uit de lucht en werk je dus mee aan het bestrijden van klimaatverandering. Wanneer het bos nog groeit dan neemt het ook de meeste CO2 op.” Over exacte hoeveelheden die een hectare oplevert is geen eenduidige uitspraak te doen. Wel is bekend dat zo’n 15 procent van de totale CO2-uitstoot op aarde te wijten is aan het verdwijnen van tropische bossen.

Nieuwe beweging

“AFR100 was een belangrijke doorbraak”, meent Paul Hol. “Maar nu moet die 100 miljoen hectare nog wel daadwerkelijk beplant worden. De bosbouwbedrijven kunnen het, maar daarvoor zijn investeringen nodig en de ruimte van de overheden om hiermee aan de slag te gaan.”  

Duurzaamheid, de naam zegt het al, vereist geduld

Samen met Nyenrode universiteit, het Amerikaanse World Resources Institute en Ontwikkelingsbank FMO is de beweging ‘Forests for the Future, New forests for Africa’ opgericht. Met als doel om de gemaakte afspraken van AFR100 ook daadwerkelijk uit te voeren. Steun komt van de Ghanese oud-VN-chef Kofi Annan, die zich met zijn Kofi Annan foundation in zet tegen klimaatverandering. Op 16 maart is hij een van de sprekers tijdens een conferentie in Accra, waar bosbouwbedrijven, investeerders en politici samen komen. “Hoewel we moeten blijven proberen om ontbossing tegen te gaan, kan het opnieuw beplanten van percelen bos die eerder gekapt zijn een flinke bijdrage leveren aan het gevecht tegen klimaatverandering”, stelt Annan in een videoboodschap die investeerders naar Accra moet lokken. Hol was in januari nog op bezoek bij Annan. “Hij is vreselijk betrokken. Hij vertelde het verhaal over hoe hij in de jaren ’70 het Ghanese bos wilde laten zien aan zijn echtgenote. Maar het bleek te zijn omgehakt”, aldus Hol.

Een aantal investeringsfondsen, waaronder FMO en het Finse Finnfund, zijn in Accra van de partij. Hen tot een flinke investering bewegen zou een enorme doorbraak betekenen. “Er is veel kapitaal nodig”, stelt Hol. “Je bent jarenlang hout aan het telen, en pas na twintig jaar zijn de bomen genoeg gegroeid om er winstgevende stammen van te maken. Duurzaamheid, de naam zegt het al, vereist geduld. Dit zijn geen investeringen voor fondsen die koersen op korte termijn succes, maar voor betrokken fondsen die oog hebben voor de generaties na ons.”  

Arne_HiRes_NABC

Arne Doornebal

Afrika-journalist

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 
Profielpagina

Advertentie

WeDo2030