Advertentie

Nacht van de VN

It ain’t over till the fat lady sings”, zeggen de Amerikanen, en dat geldt ook voor de klimaatconferentie. Vanmiddag presenteerde Laurent Fabius met veel bombarie de definitieve versie van het akkoord, op tijd om de toon te zetten in de wereldpers. Maar de plenaire vergadering waarin de landen hun reacties kunnen geven, laat nog op zich wachten. Half twaalf, was het eerste bericht, toen werd het kwart voor vier, en inmiddels loopt het tegen zessen. De Amerikanen liggen toch nog dwars op het gebied van de CO2, hoor ik in de wandelgangen.

De gigantische conferentielocatie voelt ondertussen als de plek waar gisteren een feest geweest is: de garderobe en het hotelbemiddelingsbureau zijn niet meer bemand en de meeste restaurantjes zijn leeg en verlaten. Het gevoel van een mierenhoop tref je alleen nog bij de plenaire zaal. We moeten Fabius nageven: hij heeft wel wat voor elkaar gekregen, en het gevoel van ontlading is niet helemaal vreemd. Met de beloften die de landen in aanloop naar de conferentie gedaan hebben, is er al een grote betrokkenheid gecreëerd. De bovengrens van 1,5°C staat expliciet in het verdrag, ook al is het dan pas op de lange termijn. En de rechten van de inheemse volkeren zijn genoemd, ook al is het dan in de preambule — de plek in een akkoord waarin je alle deelnemers bedankt en je uitspreekt voor wereldvrede. Hoe veel rechten ze hieraan kunnen ontlenen, is maar zeer de vraag.

Maar er blijft ook nog wel het nodige te wensen. Scheep- en luchtvaart staan niet in het verdrag. Er zijn geen afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheid en compensatie voor de kosten van klimaatrampen van ontwikkelde landen aan ontwikkelingslanden. Ook het feit dat de resultaten van het akkoord pas in 2023 geëvalueerd gaan worden, is onacceptabel. Echte grenzen worden er niet getrokken, en het gebruik van fossiele brandstoffen kan gewoon doorgaan. Al met al is er gewoon nog te veel ruimte voor het bedrijfsleven om door te gaan op de gebruikelijke weg, zolang ze maar compenseren. De lobbyisten zullen een aardige kerstbonus tegemoet kunnen zien. Er is dus nog genoeg werk aan de winkel, voor klimaatclubs, mensenrechtenorganisaties en lobbywaakhonden.

Al met al is er gewoon nog te veel ruimte voor het bedrijfsleven om door te gaan op de gebruikelijke weg, zolang ze maar compenseren

En hoewel ik teleurgesteld ben dat het momentum van deze conferentie niet aangegrepen is voor een echte omslag in ons denken, zie ik wel lichtpuntjes. Allereerst zijn er aanknopingspunten voor een vervolg. De 1,5°C staat in het verdrag, en dat betekent dat de marginale discussie die we in Nederland hadden dat klimaatverandering niet zou bestaan, een gepasseerd station is. Ook de rechten van de inheemse bevolking zijn in elk geval genoemd. Zowel de landen zelf als ook de VN op een volgende COP-conferentie kunnen hierop voortborduren. De grote aandacht die deze conferentie heeft getrokken maakt klimaatverandering bovendien steeds meer een onderwerp van ons allemaal. Dat blijkt ook wel uit de grote opkomst bij de klimaatdemonstratie, zaterdagmiddag in Parijs — 20.000 mensen. Steeds meer mensen zijn zich bewust aan het worden van de noodzaak tot verandering.

We hebben nog een jaar. Dan begint de COP22.

Advertentie

WeDo2030