Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Word vriend van OneWorld

Verandering begint bij bewustwording! Daarom zetten wij ons dagelijks in voor onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld. Soms onderzoekend, soms activerend maar altijd constructief en oplossingsgericht.

Steun onze missie, draag bij aan een eerlijke en duurzame wereld!

  • Verhalen die ertoe doen, van mensenrechten tot duurzaamheid
  • Ontvang het magazine: print en/of digitaal
  • Word onderdeel van de grootste eerlijke, duurzame community van Nederland
Ja, ik word vriend (€4/maand)

Voordat je verder leest...

Met onze onafhankelijke verhalen dragen we bij aan een eerlijke, duurzame wereld. We doen niet aan betaalmuren, maar goede journalistiek kost tijd en geld en daarom hebben we jouw steun nodig.

Word vriend voor (€4/maand)
Ik lees eerst het verhaal verder

Al maanden gaat het over hoe wij historische figuren memoreren, en deze week was het twee keer raak: de J.P. Coenschool besloot dat zij niet langer de naam van een massamoordenaar wil dragen, en het Mauritshuis had een buste van haar naamgever vervangen door een ander exemplaar in een nieuwe zaal, met context en meer kunstwerken. Deze kleine verschuivingen leidden tot flink wat ongeïnformeerde reacties. CDA-leider Sybrand Buma, nationaal kampioen overtrokken reactionaire meningen, sprak zelfs over het weggooien van “wat je gezamenlijk deelt als nationale identiteit”. Blijkbaar ziet hij Nederland liever als erfgenaam van J.P. Coen dan van baron van Hoëvell.

 

Zo moeilijk is het afkeuren van historische daden nochtans niet, het gesputter van Piet Emmer over de “blik van nu” ten spijt. Zaken die wij nu categorisch zouden afkeuren, werden ook indertijd niet universeel geaccepteerd. Net zoals er nu kritiek is op Shell, op de textielindustrie, op de Irak-oorlog, was er toen kritiek op slavernij en kolonialisme. Het zou ook nogal wat zijn, als mensen vierhonderd jaar geleden niet konden bedenken dat het uitmoorden van hele eilanden om een handelsmonopolie te vestigen nou niet bepaald een eerbetoon verdient. Ook de weinig moderne tien geboden zijn daar vrij duidelijk over.

Eerbetonen vervangen

De hele discussie gaat dan ook niet echt over het verleden, maar over wat wij nu met dat verleden doen. Straatnamen en standbeelden zijn geen geschiedenislessen, maar eerbetonen die in het heden bestaan. Zij zijn een reflectie van onze prioriteiten, van onze huidige waarden en normen.

Dat is ook waarom iemand als Simone Zeefuik van Decolonize the Museum, deze discussies al jarenlang aankaart. Zij en velen met haar eisen een andere representatie van de geschiedenis in het heden, willen eerbetonen vervangen door kritische beschouwingen, bepleiten een ommekeer van een beperkt naar een breed perspectief, en willen weg van musea gedomineerd door bovenklasse witte mannen. De nogal beperkte veranderingen die het Rijksmuseum, het Mauritshuis en Witte de With nu doorvoeren, zijn daar een directe reactie op, die pas na jarenlange ijver tot stand is gekomen. Iets dat in de parade van academici, politici en andere commentatoren in de kranten en op de televisieschermen nogal eens vergeten wordt.

Verdwenen activisten

Dit werd mooi gedemonstreerd door Emilie Gordenker, directeur van het Mauritshuis. Bij Buitenhof viel zij Mark Rutte en Sybrand Buma aan: het was de heren politici kennelijk ontgaan dat er sindsdien juist meer over Maurits in het museum te zien is. Dat er nu meer wordt uitgelegd, en dat het volkomen normaal is voor een museum om ook de vaste collectie te herschikken en evalueren. Ik vind het natuurlijk altijd leuk als Rutte en Buma op nationale televisie in hun hemd worden gezet, maar in Gordenkers verhaal waren zowel de activisten verdwenen, als de fundamentele kritiek die zij verwoorden – kritiek die verder gaat dan de ‘hartstikke normale dingen’ die elk museum doet.

Want hoewel zo’n schoolnaam veranderen en context geven aan een buste positieve stappen zijn, zijn we nog ver verwijderd van een fundamentele herbezinning van de manier waarop wij de Nederlandse geschiedenis inkleuren. We blijven steken bij het aanwijzen van individuele schurken, mensen die overduidelijk onverdedigbare misdaden hebben begaan, en die kritiek wordt maar mondjesmaat en pas na veel handenwringen geaccepteerd. Zelfs slavernij veroordelen stuit her en der op weerstand.

Het koloniale systeem

Terwijl Maurits van extra bordjes met uitleg wordt voorzien, blijft ons koloniale verleden als geheel grotendeels buiten schot. Mark Rutte sprak vrijdag nog over “de mooie dingen uit onze geschiedenis, waaronder de VOC zelf”, volgens hem een “knappe prestatie” en “de eerste grote internationale onderneming”. Een veelvoorkomende visie onder minister-presidenten-annex-historici. Nu kunnen we van Rutte moeilijk kritiek op kapitalisme verwachten, en het geloof dat de VOC overwegend iets is om trots op te zijn, is wijdverbreid. Maar het probleem van kolonialisme gaat een stuk dieper dan wat akelige “elementen”.

Kolonialisme is gebaseerd op het tot winst- of overheersingsobject reduceren van ver gelegen oorden en hun inwoners. Dat dit slavernij, massamoorden en uitbuiting tot gevolg heeft is geen exces, maar inherent aan het systeem. Zonder dat geweld was de Europeaan slechts een ondergeschikte handelspartner – zoals eeuwenlang gold voor de Nederlanders in Japan, waar zij nooit een militaire overmacht hadden. Een koloniaal systeem is niet slechts handel, maar gebouwd op overheersing en uitbuiting, en valt niet te rehabiliteren. De ‘goede delen’ (lees: kapitaalaccumulatie in de Nederlanden) zijn niet te scheiden van de slechte, maar een gevolg ervan. En een echte confrontatie met dat feit zou veel ingrijpender gevolgen hebben voor onze nationale musea: hun collecties zijn bezaaid met objecten van koloniale origine.

De uitsluiting in de Nederlandse identiteit

Eén gevolg van zo’n confrontatie zou het besluit kunnen zijn om bepaalde musea af te schaffen, en items uit de collectie massaal terug te geven aan gebieden van herkomst. Een andere zou kunnen zijn om bestaande namen te gebruiken om kritische verhalen te vertellen, zoals Imara Limon en Tom van der Molen voorstaan. Een derde zou een nieuw nationaal verhaal kunnen zijn: een visie op Nederland als altijd al multicultureel, als altijd al gevormd door migratie, een geschiedenis waar Tula, Boni, Kartini en Anton de Kom ook een integraal onderdeel zijn, zoals Fresku bepleit.

Maar al die opties laten een probleem ongemoeid: het feit dat wij historische verhalen, glorieus of niet, als fundament van ‘onze’ nationale identiteit zien. Een identiteit die mensen die geen of gekoloniseerd onderdeel zijn van die verhalen, beschouwt als niet of minder Nederlands, als De Ander. En zolang wij zo’n geschiedenis gebruiken om mensen in het heden uit te sluiten, zetten naamkeuzes en context niet heel veel zoden aan de dijk.

Heeft Sybrand Buma toch iets goed gezien: een aanval op J.P. Coen is inderdaad uiteindelijk een aanval op de Nederlandse identiteit. Alleen is die aanval geen angstbeeld, maar broodnodig.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Word vriend voor (€4/maand)
Sander-Philipse

Sander Philipse

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profielpagina