Organisaties verzetten zich tegen wereldwijd investeringsakkoord

17-06-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

In september, tijdens de WTO-conferentie in het Mexicaanse Cancun, wordt besloten of er onderhandeld gaat worden over zo’n investeringsakkoord. Die moet zekerheid geven aan investeerders, duidelijke regels vastleggen en de mogelijkheid bieden om overal dezelfde (rand)voorwaarden aan investeringen op te leggen. Dat is van belang omdat internationale investeringen van toenemend belang zijn in de wereldeconomie.

Het akkoord gaat uit van de gelijke behandeling van buiten- en binnenlandse investeerders. Er mag dus geen onderscheid gemaakt worden tussen buitenlandse investeerders uit verschillende landen. Regeringen die het akkoord tekenen, mogen van investeerders niet eisen om in hun land aankopen te doen, om een bepaalde hoeveelheid goederen te exporteren of om arbeidskrachten uit hun land tewerk te stellen.

Het is ook verboden investeerders te verplichten een deel van hun winst in het gastland te investeren. Ale geldstromen die met de investering verband houden, moeten ongehinderd het land in en uit kunnen. Tot slot krijgen investeerders ruime mogelijkheden om de regering van het gastland aan te klagen.

Afdwingbare plichten

Novib, Milieudefensie, FNV en Somo vrezen dat een investeringsakkoord in de WTO de macht van bedrijven zal vergroten. Buitenlandse investeerders krijgen veel rechten. Daarentegen hebben overheden geringe mogelijkheden om aan investeringen voorwaarden te koppelen.

De organisaties willen dat er bindende en afdwingbare plichten voor bedrijven worden vastgelegd. Ontwikkelingslanden zou de mogelijkheid ontnomen worden om sociale- en milieuregels op te leggen aan het internationale bedrijfsleven.

Hoewel de organisaties zeggen dat investeringen goed kunnen zijn voor mens en milieu, zien ze in de praktijk dat veel investeringen slecht uitpakken, vooral in de Derde Wereld. Ontbossing, vervuiling van rivieren, grove schending van arbeidsrechten en toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk, kunnen de gevolgen zijn, aldus de vier in hun verklaring.

Compensatie van bankroet Argentinië

Argentinië wordt als voorbeeld aangehaald. Dat land is bijna bankroet en kampt met een groeiende armoede. De Argentijnse regering nam noodmaatregelen die het land voor totale chaos moesten behoeden, zoals het verbreken van de vaste koers tussen dollar en Argentjinse peso. Buitenlandse bedrijven klagen dit beleid aan en eisen compensatie, omdat zij hun opbrengsten zagen slinken.

De Europese Unie is een groot voorstander van een investeringsakkoord, net zoals de Nederlandse regering.

De directeuren van de organisaties zullen woensdag een verklaring overhandigen aan de Vaste-Kamercommissie voor Economische Zaken.

Paul Metz schrijft:
"Aan veel verzet tegen dit voorstel voor verdere liberalisering volgens Europees-Amerikaans model zou kunnen worden tegemoet gekomen door een open overlegproces met de ontwikkelingslanden. Nu is de werkwijze van de WTO niet open en wordt in Cancún evenals in Doha ongetwijfeld weer een 'slikken-of-stikken procedure' gevolgd. Nederland en de EU zouden er goed aan doen ook op dit terrein aan capacity building concreet vorm te geven. Dat kan door in een Afrikaans of ander land een denktank tot stand te brengen, die eigen initiatieven voor de WTO-ronden ontwikkelt met de eigen belangen van bevolking (niet alleen de elites) en de bedrijven (niet alleen de filialen van 'onze' corporations) van ontwikkelingslanden als uitgangspunt.
Het Haagse ISS zou zeker aan het opzetten hiervan kunnen bijdragen. Absolute onafhankelijkheid van buitenlandse en elitaire belangen moet en kan worden gewaarborgd, o.a. door wetenschap en civil society hoofdrollen te geven."

FNV
Novib
Novib
Novib

Reacties