Oproep om niet te investeren in Afrikaans olieproject

04-01-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

De EIB had in principe al een lening van ruim 300 miljoen gulden goedgekeurd, maar het besluit is nog niet ondertekend. Maatschappelijke organisaties schreven daarop een brief aan EIB-president Philippe Maystadt met het verzoek de lening te schrappen.

Ook het Europees Parlement had de EIB in een resolutie van 20 januari vorig jaar al opgeroepen niet in het olieproject te investeren als de sociale-ecologische voorwaarden niet gegarandeerd waren.

Volgens Magda Stoczkiewicz, coördinator van de organisatie CEE Bankwatch, zijn er drie goede redenen om niet te investeren. Het olieproject zou leiden tot meer politieke instabiliteit en schending van mensenrechten, tot corruptie en het misbruik van publiek geld, en ten derde tot milieuvervuiling.

Ondanks vele internationale protesten ging de Wereldbank in 2000 - na jaren van wikken en wegen - akkoord met investeringen in het zeker zeven miljard gulden kostende project.

De Nederlandse overheid liet een milieu-impactstudie opstellen om haar standpunt bij de Wereldbank te bepalen. Volgens Huub Scheele van de organisatie Both Ends hekelt deze studie dat in de plannen voor het olieproject veel te weinig aandacht is voor het opvangen van olielekkages langs de duizenden kilomters lange pijplijn.

Een enkele lekkage kan volgens de impactstudie al ernstige gevolgen hebben voor de drinkwatervoorziening in de twee Afrikaanse landen. De door de Wereldbank gebruikte impactstudies houden onvoldoende rekening met milieu en mens.

Apart gecontroleerde bankrekening
Volgens het netwerk van organisaties zal de aanleg van de oliepijplijn door de twee landen gedwongen verhuizingen met zich meebrengen.

Een belangrijk argument voor de Wereldbank om toch in zee te gaan met het olieproject is dat het geld in het laadje brengt waarmee de overheden van Kameroen en Tsjaad aan armoedebestrijding kunnen doen. Zo zou het binnenstromende geld op een aparte gecontroleerde bankrekening gestort worden.


Maar volgens Paul de Clerck van Friends of the Earth Nederland hebben de internationale donoren geen controle over de besteding van de fondsen. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is dat de president van Tsjaad, Idriss Deby, begin december erkende dat hij voor 9 miljoen gulden aan wapens kocht van het eerste oliegeld dat was binnengekomen.

De Wereldbank zit zwaar in de maag met de wapenaankoop, omdat het aangeeft dat de olie-opbrengsten niet de bevolking van de landen ten goede komt, maar andermaal een kleine elite.

De Wereldbank wilde met het olieproject juist aantonen dat dit soort onvolkomenheden voorkomen kunnen worden. De overheid van Tsjaad beloofde dat 80 procent van olieinkomsten besteed zou worden aan onderwijs, gezondheidszorg en infrastructurele projecten.


Tsjaad zou als sanctie niet meer in aanmerking voor schuldsanering komen, dreigde de Wereldbank. ‘We kunnen dit en andere projecten in Tsjaad niet verdedigen als ze hun overeenkomst met ons schenden,’ zei Wereldbankvertegenwoordiger Robert Calderisi begin december. ‘Mensen worden erg sceptisch als ze het geld misbruiken.’

Brief naar de EIB en meer kritische informatie over Bankprojecten

Reacties