'Noodhulp moet zich meteen op wederopbouw richten'

25-04-2007
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

 

Ondanks kritiek op de spreekwoordelijke strijkstokken en slechte coördinatie doen de internationale organisaties die noodhulp verlenen het blijkbaar niet zo heel slecht. Hoewel het aantal natuurrampen de laatste dertig jaar is verdubbeld, is het aantal dodelijke slachtoffers gehalveerd, betoogt Hilhorst in haar inaugurele rede 'Overleven of Samenleven?' die zij op 26 april bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Humanitaire hulp

Thea Hilhorst
Thea Hilhorst

en wederopbouw aan de universiteit van Wageningen zal uitspreken.
 

 

Dat is volgens Hilhorst te danken aan verbeterde lokale rampenbestrijding, als belangrijke vorm van humanitaire noodhulp. Toch voldoet de gangbare hulpverlening door grote internationale organisaties steeds minder, aldus de hoogleraar. Hulpverlening door grote internationale organisaties is pas echt effectief als die zich al meteen richt op wederopbouw, zegt zij.

 

Kwetsbaarheid voor rampen groeit

 

In de toekomst blijven noodsituaties zich voordoen; ze krijgen zelfs een chronisch karakter en worden ook grootschaliger. Alleen al door de klimaatverandering zullen in de toekomst mogelijk vele miljoenen mensen moeten vluchten. En steeds meer mensen zullen in gebieden wonen waar ze niet kunnen rondkomen.

 

Hilhorst:  "Als we onderkennen dat de kwetsbaarheid voor rampen en conflicten blijft, moeten we een radicaal andere weg van denken over hulpverlening inslaan. Die moet meer gericht zijn op de wederopbouw van de getroffen samenlevingen en uiteindelijk op het weerbaar maken van gemeenschappen."

 

Bevolking horen

 

De organisatie van de humanitaire hulp is nu nog vooral toegesneden op het korte conflict of de plotselinge natuurramp. Bovendien wordt wederopbouw gereduceerd tot een technocratische klus in plaats van een ingrijpend sociaal proces, waarbij de bevolking niet wordt gehoord of meetelt.

 

Als beter wordt erkend onder welke omstandigheden de verschillende vormen van hulp kunnen worden ingezet, dan kunnen volgens de hoogleraar verstandiger beleidskeuzes worden gemaakt en hulpgelden ook meer verantwoord worden besteed.

 

Na de tsunami in Sri LankaWederopbouwblunder

 

De huidige noodhulporganisaties gaan naar de mening van Hilhorst bijvoorbeeld teveel uit van een plotselinge overgang van een normale situatie naar een crisis, waarbij gedacht wordt dat alles en iedereen ineens bezig is met de ramp of het conflict. In de praktijk blijkt dat die scheidslijn vaak moeilijk te trekken is.

 

Als voorbeeld van een 'enorme wederopbouwblunder' wijst Hilhorst naar Irak waarbij in 2003 zowel het leger als de Ba'ath-partij geheel zijn ontmanteld. Met als gevolg dat de onderwijssector en de gezondheidszorg in één klap werden ondermijnd, wat weer een belangrijke impuls was voor de burgeroorlog daar.

 

 

 Thea Hilhorst was voordat zij hoogleraar werd, universitair hoofddocent Rampenstudies aan de universiteit van Wageningen. Zij heeft onder meer onderzoek gedaan naar de gevolgen van de tsunami in Zuidoost-Azië en naar de wederopbouw van Rwanda na de genocide. De nieuwe leerstoel die zij gaat bekleden, is in het leven geroepen en mede gefinancierd door de Stichting Nationaal Erfgoed 'Hotel De Wereld'.

Debat aanzwengelen

 

 

Hilhorst wil tijdens haar hoogleraarschap het debat tussen de twee vormen van hulp - de klassieke humanitaire hulp, die vooral is gericht op het redden van mensenlevens, en ontwikkelingsgerichte noodhulp, die gebruik maakt van en inspeelt op de kracht van de lokale samenleving - nieuw leven inblazen. Dat debat is, zegt zij, van de agenda verdrongen sinds de oorlog tegen het terrorisme in 2001.

 

 

 

Die heeft humanitaire hulp, die vaak afkomstig is uit landen die ook de militaire interventie pleegden, tot politieke speelbal gemaakt en hulporganisaties in een sfeer van wantrouwen gebracht.

 

 

 

 

 

 

 

Wageningen Universiteit

Reacties