Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Twee ontwikkelingen waren de afgelopen tijd nieuws: KLM onthulde haar plannen voor een biokerosinefabriek in Groningen, en Schiphol kreeg toestemming om de luchthaven verder uit te breiden. Hoewel deze twee gebeurtenissen niet direct met elkaar te maken lijken te hebben, laten ze samen zien hoe ‘greenwashing in de luchtvaart eruitziet. In tijden van klimaatontwrichting en vliegschaamte deinst de sector er niet voor terug zichzelf een groener pak aan te meten dan in werkelijkheid het geval is om door te kunnen groeien.

Vliegen op vet

KLM en SkyNRG, een in 2010 mede door KLM opgericht bedrijf dat zich specialiseert in biokerosine, kondigden met trots de komst van de eerste Europese biokerosinefabriek aan, die in het Groningse Delfzijl zal komen. KLM wil 2 procent van haar totale kerosineconsumptie tien jaar lang vervangen door duurzame kerosine, die ze zal produceren op basis van onder meer gebruikt frituurvet. Dit zou per jaar 270 duizend ton CO2-uitstoot besparen. Het plan komt niet uit de lucht vallen: sinds 2010 experimenteert de luchtvaartmaatschappij al met biokerosine-vluchten. Vanaf het begin was er veel kritiek te horen.

KLM had namelijk niet vermeld dat dat de eerste proefvlucht naar Parijs niet op 100 procent biokerosine was, maar nog grotendeels op reguliere brandstof. Daarnaast werd het duurzame effect volledig tenietgedaan doordat KLM de groene brandstof importeerde uit Californië, en dat transport meer uitstoot veroorzaakte dan de biobrandstof kon verminderen. Daar heeft het bedrijf van geleerd. Door een fabriek in Nederland op te zetten en hoofdzakelijk regionale afvalstromen te gebruiken, kan KLM biokerosine nu als een duurzaam alternatief presenteren. ‘We laten hiermee zien dat het niet blijft bij mooie beleidsplannen, maar dat we het ook gewoon doen’, zei president-directeur van KLM Pieter Elbers.

Toch is het maar de vraag of deze centrale de luchtvaartmaatschappij veel zal verduurzamen. Volgens Elbers is de biokerosine die straks van de Groningse raffinaderij komt, goed voor duizend vluchten per jaar van Amsterdam naar Rio de Janeiro. Ter vergelijking: KLM voert jaarlijks zo’n 130 duizend vluchten uit. Het effect is dus marginaal, zeker vergeleken met de bombarie waarmee SkyNRG het project aankondigde. Daarnaast is de capaciteit gelimiteerd en de productie van biobrandstof een stuk duurder dan die van fossiele kerosine. Voor het benodigde frituurvet voor een enkeltje Parijs moeten we een miljoen zakken patat eten.

KLM zal overigens geen verlies maken op biokerosine, omdat de overheid het prijsverschil met normale kerosine in de vorm van subsidies zal terugbetalen. De fabriek lijkt dus meer een marketingstunt dan een oplossing. De zesduizend activisten die eind juni de Duitse bruinkoolmijn Garzweiler II bezetten, verhinderden in één weekend meer CO2-uitstoot dan KLM met biokerosine in een heel jaar hoopt te reduceren.

CO2-compensatie

Een andere manier hoe de luchtvaartsector zich groener voordoet: CO2-compensatie. Zo’n compensatiemaatregel geeft een bedrijf vaak een groener imago zonder dat het structurele veranderingen in het eigen energieverbruik hoeft door te voeren.

Compensatieprojecten worden vaak verplaatst naar armere landen, omdat de klant op die manier weinig geld hoeft bij te leggen om toch een positieve impact te hebben. Zo kennen Shell en verschillende luchtvaartmaatschappijen een compensatiesysteem waarbij de klant een klein bedrag extra betaalt om bomen te laten planten in tropische gebieden. Deze bomen zouden in theorie de CO2 opvangen die de klant uitstoot door te rijden of vliegen. Maar het aanplanten verloopt lang niet altijd vlekkeloos.

Door koolstofcompensatie dreigen lagelonenlanden de schoonmakers te worden van de meer vervuilende landen

Zo bleek het Thaise militaire regime het land van boeren te onteigenen om het te gebruiken voor bebossing. Op deze manier wil de Thaise regering koolstofkredieten opbouwen en doorverkopen aan landen die hun klimaatdoelstellingen niet halen. Door koolstofcompensatie dreigen lagelonenlanden de schoonmakers te worden van welvarende en meer vervuilende landen.

Bovendien duurt het decennia voordat een boom in staat is de CO2-uitstoot van een verre zomervakantie te compenseren. En zoals het VN-instituut voor klimaatonderzoek IPCC in 2018 in een rapport stelde, is de kans klein dat we die tijd hebben. Dit probleem achtervolgt bijvoorbeeld ook Ecosia, de zoekmachine die online zoekgedrag compenseert met het aanplanten van bomen. Een Zwitsers onderzoek toonde deze week aan dat herbebossing dé manier is om klimaatverandering tegen te gaan. Maar de auteurs van het onderzoek benadrukken dat het decennia duurt voor deze hypothetische bossen volgroeid zijn.

Dunne lijn tussen winst en duurzaamheid

Greenwashing

Bedrijven met een groen geverfd jasje

Multinationals zetten massaal in op duurzaamheid. Of toch niet? Wie beter kijkt ziet dat…

Greenwashingpraktijken komen we vaker tegen bij grijze reuzen. Bedrijven pronken met een groene maatregel, zonder erbij te vertellen dat deze maatregel in het niet valt bij de totale uitstoot. Een bekend voorbeeld komt van Shell, dat in het duurzaamheidsverslag van 2018 hoog opgeeft over de ‘Alliance to End Plastic Waste’. Deze alliantie bestaat uit dertig leden, waaronder Shell en andere bedrijven, die samen één miljard euro besteden aan het verminderen van plastic afval. Wat Shell niet vermeldt in dit verslag is dat het in de Verenigde Staten momenteel een fabriek bouwt die enorme hoeveelheden plastic zal produceren – uit schaliegas. In dit project investeert Shell meerdere miljarden.

Het is vaak moeilijk om vast te stellen of een bedrijf of overheid nu werkelijk misleidend bezig is of simpelweg niet in één keer alles kan verduurzamen, maar wel op de goede weg is. Een voorbeeld van een relatief groen bedrijf is busmaatschappij Flixbus. Dit jonge transportbedrijf biedt ook CO2-compensatie aan, maar probeert in eerste instantie de uitstoot van zijn eigen diensten zo veel mogelijk te verminderen. Hierdoor is het ‘een van de meest duurzame busmaatschappijen ter wereld. Het mantra ‘eerst verminderen, dan compenseren’ lijkt ook doorgedrongen bij Philips. Zelfs Greenpeace prees het ambitieuze duurzaamheidsbeleid van de elektronicagigant.

Ook Ikea wil verduurzamen. Op allerlei manieren geeft de meubelboer zijn klanten een duwtje in de groene richting: van recycle-diensten voor matrassen tot groenteballetjes in het Ikea-restaurant. Bovendien probeert het bedrijf zelf energieneutraal te zijn door zonne-energie te genereren op het dak van zijn eigen vestigingen. Ten slotte hoopt Ikea al zijn hout en katoen in 2030 uit duurzame bronnen te halen.

Het zijn in de eerste plaats multinationals waarbij winst voorop staat

Toch moeten we niet vergeten dat Flixbus, Ikea, Philips en KLM in de eerste plaats multinationals zijn waarbij winst voorop staat. Denk maar aan dit reclamespotje van Ikea, waarin de manager duurzaamheid de kijker ervan probeert te overtuigen dat duurzamer leven toch echt begint met Ikeaproducten kopen. Ikea – verantwoordelijk voor 1 procent van de mondiale houtinkoop – zou de consument ook af kunnen raden onnodig te consumeren. Ter vergelijking: KLM spoort haar klanten in een nieuwe reclame aan om níet het vliegtuig te nemen als dat niet noodzakelijk is,

KLM wil leiderschap tonen in het verduurzamen van de luchtvaart. Klanten moeten volgens de luchtvaartmaatschappij vaker de trein pakken, minder bagage meenemen en hun uitstoot compenseren. Daarnaast wil KLM haar vloot aanvullen met nieuwe ‘duurzamere’ vliegtuigen. Hiermee hoopt de luchtvaartmaatschappij de CO2-uitstoot per passagier met 20 procent te laten afnemen in 2020. Een goed begin, maar KLM ondermijnt die ambities door ieder jaar een recordaantal passagiers aan boord te nemen.

Zo is het dweilen met de kraan open, terwijl het water ons al aan de lippen staat. Bovendien lijken de argumenten van KLM om de luchtvaart groener te maken op die van het kabinet om de uitbreiding van Schiphol te verdedigen. Als KLM werkelijk voor een duurzame toekomst staat, zou zij niet alleen biokerosinefabrieken moeten bouwen, maar vooral kerosinebelasting eisen, haar vloot afschalen, en zich uitspreken tegen de nodeloze uitbreiding van Schiphol.

uitstootcompensatie

De hypocrisie van KLM’s CO2-compensatieprogramma

Schone kooktoestellen voor families in Afrika als vliegcompensatie. Is dat wel logisch?

skyler-smith-104908.jpg

Waarom we voorlopig niet duurzaam vliegen

Elke vijftien jaar een verdubbeling: zo hard groeit de vliegtuigsector. Naar verwachting…

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Groningen

Esha Guy

Esha Guy woont in Parijs waar hij werkt als freelance-journalist. Hij schrijft over klimaatbeleid, politiek en ethiek van vertaling.
Profielpagina