Opinie: Armoedige maar gedurfde analyse van VVD

17-11-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: Johan van de Gronden

Nu komt Szabo met een 51 pagina's tellend document waarbij hij geen spaan heel laat van het beleid. Het is een litanie van klachten. Het beleid zwalkt, er zou sprake zijn van oude politiek, geworteld in socialistisch gedachtengoed, 500 miljard euro Nederlandse hulp aan Afrika heeft het continent van de regen in de drup geholpen, Nederlandse ontwikkelingsorganisaties bulken van het geld en honderden miljoenen gaan jaarlijks verloren aan corruptie.

Broddelwerk
Wie verwacht dat de VVD haar belofte van onderbouwing van haar forse kritiek inlost komt bedrogen uit. Szabo, die zich zegt te baseren op eigen onderzoek en de nodige interviews, negeert vrijwel volledig de internationale ontwikkelingen en theorievorming op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

Uit analytisch oogpunt is de VVD nota broddelwerk. Waarschijnlijk zal de besloten wereld van Nederlandse ontwikkelingsdeskundigen het rapport smalend naar de prullenbak verwijzen. Dat zou jammer zijn, want al moet de VVD zich schamen voor de armoedige kwaliteit van het rapport, zij zoekt in elk geval het debat.

Szabo claimt dat het gebrek aan effectiviteit van de hulp mede is veroorzaakt door zwalkend bilateraal beleid. Klopt als een bus. Kijk maar eens naar de recente geschiedenis. Het eerste wat een nieuw benoemde minister doet is met een rode pen strepen halen door het landenlijstje van zijn of haar voorganger. Pronk, Herfkens, Van Ardenne, één pot nat. Onder het voorwendsel van nieuw beleid, wordt aanvankelijk vooral gestoeid met telkens wisselende criteria waaraan landen moeten voldoen om Nederlandse hulp te verkrijgen. Voor de ontvangende landen is dat natuurlijk een ramp.

Bilaterale knutselruimte
Wat Szabo echter verzuimt is om de juiste remedie aan te bevelen. In feite komt het bij hem van kwaad tot erger, want hij doet gewoon nog een schepje boven op de waan van de dag, door met een eigen, weer wat kleiner landenlijstje te komen. Dat is dom. Wie de betrouwbaarheid van de hulp wil verhogen moet de bilaterale knutselruimte verkleinen en veel hoger inzetten op multilaterale hulp.

Vele studies hebben aangetoond, inclusief die van CDA coryfee professor Loet Mennes, dat het armoedebestrijdingseffect van goed aangewende hulp bijvoorbeeld via de Wereldbank die van bilaterale hulp systematisch overschrijdt. Het betekent immers minder versnippering, verbeterde schaalgrootte en verhoogde coordinatie. Bittere noodzaak. Zo moest de minister van Financien van Tanzania, een van de armste landen ter wereld, tot voor kort bijna 10.000 rapporten per jaar produceren om de diverse donoren tevreden te stellen, terwijl hij en zijn collega's werden overspoeld door 2000 missies per jaar. Gekkenwerk.

Szabo vindt dat het bevorderen van economische ontwikkeling tot speerpunt van beleid moet worden verheven. Dat is preken voor eigen parochie. Het leidt geen twijfel dat economie de motor is van ontwikkeling, maar een bevolking in Sub-Sahara Afrika die jaarlijks bijna 1 miljoen mensen verliest aan de gevolgen van malaria, het merendeel kinderen, een bevolking die al 30 miljoen mensen heeft verloren aan de gevolgen van AIDS en nu kampt met een besmettingscijfer van 7% of meer en een bevolking waarvan de meederheid niet kan lezen of schrijven, daarop kan je zowaar geen blind economisch ontwikkelingsbeleid toepassen. Er is, op voldoende schaal, juist een geïntegreerde benadering nodig om landen uit hun neerwaartse spiraal te bevrijden.

Kip of ei
Szabo pleit er ook voor alleen landen met een 'goed bestuur' te willen helpen. Een kip-ei kwestie. In algemene termen heeft Szabo gelijk: landen die zichzelf niet helpen, kunnen ook niet geholpen worden. Maar slecht bestuur is minstens zo vaak symptoom als oorzaak.
In veel Afrikaanse landen zijn de structurele problemen dusdanig, dat er van economische stimuleringsmaatregelen of investeringen in de kwaliteit van het openbaar bestuur helemaal geen sprake kan zijn zonder externe financiele hulp. Een laag binnenlands investeringscijfer, magere directe buitenlandse investeringen en een nationale voedselproductie die maar juist voldoende is om in de eigen behoefte te voorzien, houden vele Afrikaanse landen gevangen in een rad van armoede en economische neergang.

Tot slot, Szabo's pleidooi voor meer geld naar vredesoperaties en noodhulp is gebaseerd op slecht denkwerk. De Amerikaanse overheid bijvoorbeeld spendeerde de afgelopen jaren een magere $ 4 miljoen in Ethiopie ter verbetering van landbouwproductiemethoden. Maar toen er hongersnood uitbrak werd er maar lieft voor $ 500 miljoen aan voedselhulp geschonken. Kortzichtig hulpbeleid. Nu investeren in goede hulp, bespaart later verspillen aan noodhulp, vredesoperaties en andere geldverslindende ad hoc acties die zelden leiden tot structurele vooruitgang.

Szabo's analyse rammelt, maar hij verdient lof voor zijn initiatief. Een armoedige maar gedurfde analyse is altijd nog te prefereren boven geen analyse. Na het vertrek van kanonnen als Pronk en Herfkens is de oppositie vooral stil.


Drs. J.A. van de Gronden is lid van de directie van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV

Artikel over rapport van Szabo
VVD

Reacties