Oorlogsslachtoffers Joegoslavië geïdentificeerd via Y-chromosoom

01-10-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Het nieuwe laboratorium kan per maand 1000 stalen genetisch materiaal onderzoeken. Hoewel dat volgens Olover Stojkovic, hoofd van het laboratorium, niet veel is in verhouding tot het aantal vermisten, gaat het hier wel om het grootste project van deze aard in de wereld. Het laboratorium is een initiatief van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP), die in 1996 na de oorlog in Bosnië-Herzegovina werd opgericht.

Het laboratorium staat niet op zichzelf. Het is het vierde DNA-laboratorium in de regio, met elk zijn eigen specialisme. Zo zal dit nieuwe instituut zich gaan bezighouden met onderzoek naar Y-chromosomen van gevonden lichamen. Onderzoek naar dit chromosoom is belangrijk, omdat alle mannelijke leden van één familie hetzelfde Y-chromosoom hebben en die doorgeven van vader op zoon.

Genetisch materiaal van familieleden

De andere drie onderzoekscentra houden zich bezig met de analyse van bloedstalen, onderzoek van beenderen en studie naar de meer gecompliceerde gevallen, zoals verbrande of door chemicaliën vernietigde lichamen.

Met de informatie en het onderzoek dat deze DNA-centra verzamelen moet het mogelijk zijn de overblijfselen van vermisten over heel voormalig Joegoslavië te identificeren. De oorlog liet geen enkele regio in voormalig Joegoslavië buiten schot, behalve Slovenië en Montenegro die deel uitmaakten van de Servische Republiek Overal vielen slachtoffers.

De identificatie van de slachtoffers valt of staat met genetisch materiaal dat familieleden afstaan voor onderzoek. ‘Als ze dit niet doen, kunnen we de slachtoffers nooit identificeren,’ stelt Ed Huffine, directeur forensische wetenschap bij ICMP. De onderzoekscentra proberen familieleden dan ook zoveel mogelijk aan te moedigen mee te doen.

Streepjescode

De databank van de drie laboratoria in Bosnië bevat al 15.000 stalen van bloed en beenderen. In Kosovo zijn er nog eens 3.500 bijeengebracht. In dat deel van het voormalige Joegoslavië worden nog 3.700 Albanese Kosovaren vermist.

De identificatie van slachtoffers gaat het best via monsters ingebracht door ouders. Dit komt omdat kinderen van beide ouders DNA bij zich dragen. Als die niet meer leven, worden broers en zussen benaderd. Elke staal krijgt een streepjescode en wordt in een centrale computer verzameld. Hierna wordt met geavanceerde software geprobeerd de stalen van slachtoffers en familieleden aan elkaar te koppelen.

Om de overblijfselen van de 40.000 vermisten te kunnen identificeren zijn er volgens experts meer dan 100.000 stalen nodig.

Reacties