Oorlog in Irak kan ‘American dream’ worden voor jonge Latijns-Amerikanen

07-04-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld/IPS

Tussen 20 maart - het begin van de oorlog - en 1 april meldden zich meer dan tweehonderd Mexicanen bij de Amerikaanse ambassade en consulaten om toe te treden tot het Amerikaanse leger. Het gaat vooral om ‘campesinos’, arme Mexicaanse boeren, die zo legaal naar de Verenigde Staten hopen te emigreren. Maandelijks trachten tienduizenden arme Mexicanen op gevaar van eigen leven illegaal de grens over te steken, vaak met heel het gezin.

Toch komen alleen mensen met een wettelijke Amerikaanse verblijfsvergunning en Amerikaanse staatsburgers voor rekrutering in aanmerking. De Amerikaanse ambassade in Mexico-Stad voert een mediacampagne om dat uit te leggen, maar helpen doet het blijkbaar niet: de kandidaat-soldaten blijven toestromen. Zelfs de dood van vier Amerikaanse Mexicanen aan het Irakese front – veelvuldig verslagen in de Mexicaanse pers - en de gruwelbeelden van het slagveld kunnen het enthousiasme niet temperen.

De Amerikaanse ambassade in Mexico geeft toe dat ‘een rekruut voor het Amerikaanse leger in de toekomst bepaalde voordelen kan verwerven’. Zo werd de Mexicaan Jesus Suarez op de middelbare school in Californië gerekruteerd met de belofte voor een beurs voor zijn studie. De nu 20-jarige Jesus sneuvelde in Irak.

Sociale ladder

Ook veel Latijns-Amerikanen die legaal in de VS verblijven (met Green Card), willen in het leger. Op die manier hopen ze hogerop de sociale ladder te komen en uiteindelijk een volwaardig Amerikaans staatsburgerschap te krijgen.

De Guatemalteekse straatjongen José Antonio Gutierrez meldde zich een jaar geleden aan bij het Corps Mariniers in Californië, in de hoop zijn American dream via het leger waar te maken. Gutierrez sneuvelde in de oorlog. De Amerikaanse regering heeft de overleden Guatemalteek postuum het Amerikaans staatsburgerschap toegekend.

Er zijn zo’n 120.000 Latino's in het Amerikaanse leger - waarvan het merendeel Mexicanen. Samen vormen zij bijna 9 procent van het totale personeelsbestand, terwijl hun aandeel in de Amerikaanse bevolking 12 procent bedraagt. Wel zijn de Hispanics - dat is de term die de Amerikaanse regering gebruikt - oververtegenwoordigd in de laagste rangen van het Amerikaanse militaire personeel: zij vechten als gewone soldaten.

Slechts 2 procent van de generaals met een ster en 1 procent van de generaals met twee sterren is Latino. En in de buurt van Colin Powell en Norman Schwartzkopf wordt al helemaal geen Spaans gesproken.

Zie ook: 'Irak: Eerste Amerikaanse slachtoffer is een Guatemalteekse straatjongen'

Reacties