Ontwikkelingsorganisaties moeten grote publiek serieus nemen

01-01-2006
Door: Tekst: Brechtje Paardekooper


Belerend

De OS-organisaties hebben de afgelopen decennia een grote ontwikkeling doorgemaakt. Ze zijn professioneler geworden. Niet alleen wat hun opzet betreft, maar ook in de uitvoering van projecten. De nadruk komt steeds meer te liggen op structurele veranderingen en minder op het direct helpen van armen - de meeste organisaties doen aan capaciteitsopbouw en beleidsbeïnvloeding. Het wordt alsmaar moeilijker om het publiek in één zin te vertellen wat de OS-sector precies doet.

Tegelijkertijd is met de ontwikkelingsorganisaties hetzelfde gebeurd als met veel milieuorganisaties, vrouwengroepen en andere voormalige 'axieclubs': ze zijn steeds dichter naar de subsidiegever toe gekropen en richten hun aandacht nu vooral op de subsidie-eisen van de overheid en op kansen om het overheidsbeleid te beïnvloeden. Daarmee hebben ze langzaam maar zeker het contact met de achterban verloren.

Wat te doen? Netter omgaan met financiën, meer transparantie en duidelijkheid over behaalde resultaten zijn een eerste noodzaak. Maar het zou fout zijn om te denken dat dit voldoende is. De betrokkenheid bij ontwikkelingssamenwerking is tegenwoordig heel anders dan twintig jaar geleden. Waren mensen destijds tevreden met het kopen van de Novib-kalender en het boycotten van Outspan-sinaasappelen, nu gaan steeds meer burgers zelf op reis - ze leggen contacten en starten hun eigen projecten in het Zuiden. Om nog maar te zwijgen van het sterk groeiende aantal migranten dat actief is binnen de OS. Het geld dat door migranten naar het land van herkomst wordt gestuurd, overtreft tegenwoordig het bedrag aan officiële ontwikkelingshulp.

De OS-organisaties anticiperen onvoldoende op deze ontwikkelingen. Ze beperken zich voor een groot deel nog tot voorlichtingscampagnes: om de juiste koffie te kopen, de juiste petitie te ondertekenen, of om op het gironummer te storten. Tegenwoordig hebben de grote OS-clubs ook loketten om eigen initiatieven van particulieren te ondersteunen. Maar het draagvlakonderzoek van de NCDO laat zien dat te veel organisaties de neiging hebben om zich belerend op te stellen tegenover mensen die een project willen starten. De ervaren ontwikkelingswerker gruwt van weer een voorstel voor een mooi schooltje zonder dat is nagedacht over de bekostiging van de salarissen van de onderwijzers of het lesmateriaal. 'OS is een vak', vinden veel ontwikkelingswerkers. Daar hebben ze gelijk in. Maar deze houding ervaren burgers en bedrijven als storend. Ze hebben het gevoel dat ze wel actief mogen zijn, maar alleen op de voorwaarden van de organisaties.

Betrokken wereldburgers

En daar zit hem nu de kneep. De betrokkenheid en het idealisme zijn nog zeker aanwezig - dat bewijst het recordbedrag aan giften na de tsunami. Maar mensen willen die betrokkenheid uiten op hun eigen manier, met hun eigen initiatieven. Het zou goed zijn als OS-OS-organisaties zich meer gingen toeleggen op 'het laten groeien van duizend bloemen'. Uiteraard mét instandhouding van enkele simpele principes, zoals vraaggericht werken, respect voor andere culturen, en een goed plan dat met alle betrokkenen is doorgesproken. Niet alleen kan daardoor de betrokkenheid van burgers bij ontwikkelingssamenwerking beter vorm krijgen, ook kunnen OS-organisaties hun voordeel doen met de grote variëteit aan ideeën en innovatieve benaderingen - én met nieuwe bondgenoten. Sterker nog: ze kunnen het middelpunt worden van een nieuwe vorm van wereldburgerschap. En 'last but not least': de organisaties houden het initiatief in eigen hand in plaats van af te wachten tot het draagvlak voor institutionele OS definitief afbrokkelt.

Dat dit niet moeilijk te realiseren is, bewijst de stichting Nabuur (www.nabuur.nl). Nabuur richt zich niet primair op het wegzetten van geld en het beoordelen van projectvoorstellen, maar brengt mensen bij elkaar in kleine internetgroepen, die dorpjes in OS-landen ondersteunen met ideeën, hulp en soms toegang tot fondsen. Hierbij staan betrokkenheid en respect voor wat de gemeenschap zelf wil en kan voorop. Zo helpt een clubje mensen uit Nederland, de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Ivoorkust, Kenia en Turkije een Dogon-gemeenschap in Mali met het opzetten van een eigen toeristenbureau.

Je zou ook een 'Handleiding OS' kunnen opstellen - met tips, richtlijnen en nuttige adressen. Dat kan zelfs met behulp van internetgemeenschappen waarbinnen ervaringen worden uitgewisseld. Op die manier kunnen ontwikkelingsorganisaties hun ervaring in brede kring inzetten en dat vergroot weer de kennis die door de organisaties is opgebouwd.

Niet elke organisatie zal hiertoe in staat zijn. Het vereist namelijk een fikse investering in communicatie en begeleiding. Maar het is de moeite waard. Je creëert er betrokken wereldburgers mee. En dat is waar die organisaties ooit óók voor waren bedoeld.

Brechtje Paardekooper

De auteur is oud-ontwikkelingswerker en actief in GroenLinks.



Reacties